Please stay in Holland

Is het bindingsangst of speelt er meer? Veel internationale studenten verlaten Nederland na hun studie weer. Jammer, zeker als je bedenkt dat bedrijven in ons land nog steeds zitten te springen om hoogopgeleid personeel.

‘Onbegrijpelijk. In plaats dat we de rode loper uitleggen voor buitenlands talent, werpen we hindernissen op.’ Rob Hartman, HR-manager bij chipfabrikant ASML, verwijst naar een bezoek dat Neelie Kroes bracht aan het bedrijf. De Eurocommissaris wilde graag horen waar ASML – met mensen van 74 verschillende nationaliteiten in dienst – tegenaan loopt bij het werven van medewerkers van buiten de landsgrenzen. ‘We hadden met het oog op haar komst een klein forum georganiseerd met acht jongere medewerkers uit diverse landen. En weet je wat daar als grootste probleem uit naar voren kwam? Dat die mensen na het afronden van hun promotie of master, vóórdat ze op zoek mogen naar een baan, eerst 600 euro moeten neertellen voor een verblijfsvergunning.’

Afgezet tegen een jaarsalaris gaat het maar om een relatief klein bedrag. Maar het kan mensen volgens Hartman net dat zetje geven om hun geluk dan maar elders te beproeven. ‘Zonde, want je hebt het hier wel over een groep goed opgeleide mensen. Mensen die al min of meer thuis zijn in ons land, weten hoe het hier reilt en zeilt. Mensen die je met alle egards moet behandelen, in plaats van ze in de gordijnen te jagen. Geef die mensen gewoon die verblijfsvergunning met de boodschap: ga kijken of u in Nederland ergens terecht kunt, in plaats van ze het land uit te jagen.’

Lucratief
Het binnenhouden van buitenlands talent is de moeite waard. En niet alleen omdat deze mensen hard nodig zijn om de tekorten in bepaalde sectoren op te opvangen. Als je het Centraal Planbureau (CPB) mag geloven pakt het nog lucratief uit voor de overheid ook. De cijferaars van deze organisatie berekenden onlangs dat de schatkist er op jaarbasis 740 miljoen euro op vooruit gaat als één op de vijf buitenlandse studenten na de studie in Nederland zou blijven hangen.

Maar dan moeten nog wel de nodige hindernissen worden geslecht. Zo kan de integratie van het internationale talent beter. Snuffelen aan de Nederlandse taal en cultuur kan daarbij een handje helpen. Maar ook deelname aan sociale activiteiten en medezeggenschap. Dat vraagt alleen al om een andere vorm van huisvesting. Buitenlandse studenten worden nu nog te vaak bij elkaar gezet op een campus, ver weg van het ‘echte’ studentenleven. En dat maakt mengen met ‘lokalen’ er niet gemakkelijker op. Oriëntatie op een toekomst in het Nederlandse bedrijfsleven gebeurt ook nog te weinig.

Rosalie Greven, managing director bij International Top Talent (een Nederlands bedrijf dat actief Chinees toptalent werft), benadrukt dat het helpt als op dat vlak voorwerk wordt gedaan in het land van herkomst. ‘Nederlandse bedrijven die samen optrekken met universiteiten om de carrièremogelijkheden na de studie in het buitenland onder de aandacht te brengen zijn succesvoller.' De gedachte daarachter is simpel: buitenlandse studenten die vooraf goed op de hoogte zijn van hun mogelijkheden, kiezen bewuster voor de gang naar ons land en zullen ook sneller geneigd zijn om na hun studie hier te blijven. Hartman sluit zich hier bij aan. Hij ziet een rol weggelegd voor de Topsector hightech systemen en materialen (HTSM). ‘Het moet buitenlands talent duidelijk zijn dat er enorm veel mogelijk is in Nederland. En veel meer dan alleen bij ASML.’

Dat de voorlichting niet stopt na het binnenhalen van het talent, blijkt uit onderzoek van International Top Talent onder in Nederland studerende Chinezen. Dat brengt in beeld dat maar weinigen in hun studietijd in contact komen met Nederlandse bedrijven. Complicerende factor is dat deze groep studenten vaak een vorm van ongelijkheid ervaart. Greven: ‘Ze hebben het idee dat ze niet dezelfde kansen hebben als Nederlanders op de Nederlandse arbeidsmarkt.’

Afspraken
Misschien dat het Deense voorbeeld navolging verdient. Bedrijven in Denemarken hebben de krachten gebundeld om de binding van buitenlands talent te vergroten. In samenspraak met de universiteiten in het land hebben ze afspraken gemaakt op drie deelgebieden: het binnenhalen en binden van buitenlands talent, de soepeler overgang van studie naar werk en de verbetering van de situatie van buitenlands talent en familie. Alles om ervoor te zorgen dat het buitenlands talent voor Nederlandse bedrijven behouden blijft.

Van één categorie buitenlandse medewerkers staat vast dat ze niet snel zullen vertrekken: de talenten die bij ASML een Henk-Bot-beurs in de wacht hebben weten te slepen. Rob Hartman verklapt waarom: ‘Voorwaarde om voor deze beurs van 35.000 euro in aanmerking te komen is dat studenten na de afronding van hun studie minimaal drie jaar bij ASML in dienst blijven.’

Goede naam

Behouden van buitenlands talent voor Nederland is één ding. Maar daarvoor zal je ze eerst moeten binnenhalen. De keuze voor ons land is namelijk helemaal niet zo vanzelfsprekend.

Chinezen die over de landsgrenzen kijken voor een studie, richten hun pijlen vaak op de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk. Ze laten zich daarbij leiden door de taal (Engels), maar ook door de goede naam van instituten als Oxford en Cambridge. Instituten als de TU Eindhoven doen het niet slecht in internationale ranglijstjes. Maar buiten de landsgrenzen zijn ze minder bekend dan hun buitenlandse collega’s.

Wat is de reden dat er zo veel buitenlands talent aan ons land voorbij gaat? En vooral: wat kunnen we er aan doen om hierin verandering te brengen? De Sociaal-Economische Raad (SER) mag zich daar de komende maanden over buigen.

Naam: Lizzy Li
Komt uit: China
Is promovendus: Scheikundige technologie aan de Technische Universiteit Eindhoven
Hier sinds: september 2012

'VS zijn aantrekkelijker voor Chinezen'

'Nederland is niet echt heel bekend in China. Ik kende het eigenlijk alleen als het land van de tulpen en het voetbal. Waarom ik dan voor Nederland heb gekozen? International Top Talent (een Nederlands bedrijf dat actief Chinees toptalent werft voor bijvoorbeeld promotieonderzoek in Nederland; red.) hield in China speciale voorlichtingsbijeenkomsten voor werk en promotieonderzoek in Nederland. Zo vond ik het project waaraan ik nu werk op de Technische Universiteit in Eindhoven.'

'De TUe heeft veel ervaring met buitenlandse studenten en promovendi. Ze hebben me prima geholpen bij het rondkrijgen van mijn verblijfsvergunning en het vinden van huisvesting. Dat scheelt. Contact ging allemaal makkelijk via e-mail en Nederlanders reageren snel.'

'Een echte cultuurschok was het niet om hier te komen wonen, maar wennen zeker wel. Geen familie, geen vrienden hier en ik ken de taal niet. Dat was moeilijk in het begin. Mijn collega's op de universiteit zijn heel internationaal; dat scheelt. Ik heb inmiddels veel leuke mensen ontmoet, dus ik denk wel dat ik hier wil blijven als ik de kans krijg. Ik start volgende maand met een cursus Nederlands.'

'Ik ben echt onder de indruk van Nederland. Het is maar een klein land, maar Nederlanders zitten overal en het technisch onderwijs is hier echt goed. Dat zo'n piepklein land zo'n bijdrage kan leveren aan de wetenschap, vind ik bijzonder. Het is wel belangrijk dat de Nederlandse overheid blijft investeren in onderzoek, vind ik. Voor de meeste Chinezen zijn de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk toch aantrekkelijker vanwege de programma's die daar zijn. En iedereen kent Harvard of Cambridge. Toch zonde want Eindhoven staat wel in de wereldwijde Top-10, dus aan de onderwijskwaliteit ligt het niet.'

Naam: Humanyun Chowdhury
Komt uit: Bangladesh
Studeert: International business and management studies aan InHolland
Hier sinds: 2008

'Als ik de kans krijg, blijf ik'

'In juni ga ik afstuderen en me dan een jaar lang suf solliciteren. Zolang mag ik nog in Nederland blijven op mijn studentenvisum. Ik hoop echt dat ik een baan vind bij een internationaal bedrijf. Want als ik de kans krijg, blijf ik in Nederland. Het is plezierig hier: een open samenleving, tolerant, en een goede levensstandaard.'

'Een vriend van me is het niet gelukt in Nederland een baan te vinden. Die woont en werkt nu in de Verenigde Staten. Dat ga ik ook doen als het hier niet lukt. Of ik ga naar Canada bijvoorbeeld. Daar is de Nederlandse kennis wel geld waard. Nederland is de verliezer als het buitenlandse studenten laat gaan. Er wordt in je geïnvesteerd, maar het levert het land zelf dan niets op. Dat is toch zonde?'

'Het was dat een nicht van me studeerde aan de Universiteit van Amsterdam. Anders had ik misschien nooit gehoord van Nederland. Zij bracht me op het idee hier ook eens te gaan kijken.'

'Taal is wel een barrière, merk ik. Op zich spreekt iedereen hier Engels, maar het is niet de hoofdtaal. Niet zo lang geleden stimuleerde de Nederlandse overheid buitenlandse studenten Nederlands te leren door gratis cursussen aan te bieden. Nu moet ik ervoor betalen. Dat is lastig. Als niet EU-ingezetene betaal ik al extra collegegeld, zo'n 7.300 euro. Ik krijg geen beurs uit Bangladesh of in Nederland én ik mag – als ik tenminste een werkvergunning krijg – maar een bijbaantje nemen voor maximaal tien uur in de week. Sommigen van mijn medestudenten moeten zelfs terug omdat ze het financieel niet rondkrijgen allemaal. Als je als land buitenlands talent wilt houden, moet je het wel aantrekkelijk maken natuurlijk.'

Dit artikel komt uit de print Forum