Nederland is slecht voorbereid op een ramp

06-02-2014

Wat als er morgen een tweede watersnoodramp uitbreekt? Of er een terroristische aanslag wordt gepleegd? Nederland lijkt helemaal dichtgeregeld met convenanten en veiligheidsregio’s. Maar zo zeker zijn we niet van gas, water of licht.

Bijna 60 procent van Nederland is gevoelig voor overstromingen. Een kwart ligt onder de zeespiegel en zou onder water komen te staan als er geen dijken of duinen waren. De andere 35 procent van Nederland bestaat uit land bij dat weliswaar boven de zeespiegel ligt, maar dat bij storm en hoogwater toch onder kan lopen. Volgens de United Nations University, een wetenschappelijke tak van de Verenigde Naties, heeft Nederland van alle Europese landen de grootste kans op een natuurramp. Opvallend genoeg staat buurland België in de veiligste categorie van de wereldlijst van 142 onderzochte landen. Zelfs eilanden als Engeland, Malta en Cyprus lopen minder risico op aardbevingen, overstromingen en ander natuurgeweld.

En niet alleen natuurrampen bedreigen Nederland. Volgens de website van de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid is er een substantiële kans op een aanslag in Nederland of op Nederlandse belangen in het buitenland. Het dreigingsniveau is nu de op een na hoogste van de vier niveaus die worden aangehouden.

Om snel te kunnen handelen na rampen en terroristische aanslagen zijn tien jaar geleden 25 veiligheidsregio’s opgericht. Daarbinnen kunnen politie, brandweer en andere hulpverleners beter samenwerken als de dijken doorbreken of een bedrijf ontploft. Omdat tijdens en na een ramp sommige bedrijven ook een belangrijke rol spelen, zijn de regio’s vier jaar geleden begonnen met het sluiten van convenanten met die zogenoemde vitale sectoren. Die afspraken moeten zorgen dat er na een ramp bijvoorbeeld snel nooddrinkwater beschikbaar komt of gaslekken worden aangepakt. Ook moeten ze ervoor zorgen dat de communicatie bij een ramp goed verloopt. Bedrijven moeten weten wie ze horen te bellen bij een ramp en hulpinstanties kunnen belangrijke (nuts)bedrijven efficiënt waarschuwen. Met de meeste veiligheidsregio’s zijn inmiddels convenanten ondertekend. Klaar, toch?

Prioriteiten
Niet echt. Vier jaar na de eerste ondertekening is voor lang niet alle vitale bedrijven duidelijk wat ze kunnen verwachten van de veiligheidsregio’s. De bereidheid van de veiligheidsregio’s verschilt van sector tot sector en van regio tot regio. En grote oefeningen staan ook niet op stapel. Terwijl de toenmalig Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid Erik Akerboom in 2012 de veiligheidsregio’s al op het hart drukte om vooral regelmatig te oefenen met de vitale sectoren.

‘We staan nog maar aan het begin van het proces’, zegt Martijn Boelhouwer van Energie-Nederland, de brancheorganisatie van alle energienetbeheerders. ‘Er zijn afspraken gemaakt over het uitwisselen van informatie. De afgelopen jaren zijn de ervaringen wisselend geweest. Het is voor de veiligheidsregio’s ook een kwestie van prioriteiten wegen.’ En die weging pakt per regio nogal anders uit. Zo heeft de regio Haaglanden in de Randstad verklaard dat een convenant geen prioriteit heeft.

Oefenen
Hoewel hij niet ontevreden klinkt, vindt Boelhouwer dat het tijd is om met de logische vervolgstap te beginnen: oefenen. De afgelopen jaren hebben rampen uitgewezen dat de plannen die er op papier zo mooi uitzagen, niet zo goed werkten als gehoopt. Bij de chemieramp in Moerdijk bleek dat het nieuws sneller via de media bij de vitale bedrijven kwam dan via de betrokken veiligheidsregio’s. ‘Veiligheid eindigt niet bij het zetten van een handtekening onder een convenant’, zegt Boelhouwer. ‘Dan begint het juist. Je moet oefenen en evalueren. Voor netbeheerders is het vooral van belang dat ze als eerste ter plaatse zijn. Bijvoorbeeld als er een gaslek is. Dat wil je natuurlijk zo snel mogelijk afgesloten hebben. Wij merken dat een convenant afsluiten sneller gaat als dat beleidsprioriteit heeft.’

Op zich maakt Boelhouwer zich niet nog zoveel zorgen. Gas is vrij snel af te sluiten. ‘Voor elektriciteitsuitval staan overal noodaggregaten. Het stroomnet is vrij robuust opgezet met omwegen en back-ups. Ik kan me goed voorstellen dat dit voor andere sectoren heel anders is.’

Tankwagens
De watersector maakt zich inderdaad veel meer zorgen. Die heeft niet veel omwegen en back-ups beschikbaar. Voor hen is de vraag: hoe krijgen we drinkwater bij mensen als het halve land onder water staat? Of eigenlijk weten ze wel hoe het water er komt: met tankwagens. De vraag is: hoe komen mensen er aan?

‘We kunnen veel, maar niet alles’, zegt Sabine Gielens van Vewin, de branche¬organisatie voor drinkwaterbedrijven. ‘Bij een ramp gaat het bij ons om vier dingen: openbare orde, toegankelijkheid van de locatie, eventueel registratie van burgers, zodat ze niet meerdere keren een rantsoen kunnen halen en de verzorging van kwetsbare afnemers zoals ouderen en zieken. Daar hebben we echt de hulp bij nodig van politie en misschien wel Defensie. Dat is nog niet overal uitgewerkt. Oefenen is lastig en tijdrovend, dat weten wij, maar we moeten wel het een en ander testen. Drinkwaterbedrijven hebben wettelijk ook de plicht om rampenoefeningen te doen met de veiligheidsregio’s.’

Eind vorig jaar heeft een commissie onder leiding van Rein Jan Hoekstra de Wet veiligheidsregio’s geëvalueerd. Hoekstra leidde eerder de commissie die onderzoek deed naar de gang van zaken rond het neerstorten van het El-Al vliegtuig in de Amsterdamse Bijlmer, hij was lid van de commissie die onderzoek deed naar de veiligheid van Pim Fortuijn en hij was betrokken bij de formatie van de kabinetten-Balkenende 3 en 4. Hoekstra concludeerde onder andere dat de samen¬werking en de voorbereiding op crises nog altijd te wensen overlaat.Gielens (drinkwaterbedrijven) sluit zich daarbij aan: ‘Er moet echt een cultuurverandering komen in de Veiligheidsregio’s. Het gaat niet alleen om politie, brandweer en GGD. Vitale sectoren zoals waterleidingbedrijven, ProRail en ict zijn ook belangrijk.’ En wie de informatiebulletins van het overkoepelende Veiligheidsberaad leest, snapt wat Gielens bedoelt. De algemene teneur is: politie, brandweer en GGD werken goed samen. Vitale sectoren komen niet in de verhalen voor.

‘Bij rampen wordt drinkwater gedistribueerd op centrale plekken, bijvoorbeeld waar stembureaus zijn’, zegt Gielens. ‘Zo lijkt het goed geregeld, maar is daar dan ook politie of leger om er voor te zorgen dat de zaak niet uit de hand loopt? Weet de gemeente dat zij verantwoordelijk is voor de levering van nooddrinkwater?’ Als het aan Gielens ligt worden de vitale sectoren volwaardige partners van de veiligheidsregio’s. Niet alleen in naam, ook in daad. Dat betekent: oefenen, kunnen rekenen op de inzet van Defensie als dat nodig is, en meedoen aan het waarschuwings¬systeem NL Alert, het alarmsysteem via de mobiele telefoon. ‘Dat bestond nog niet toen de veiligheidsconvenanten werden bedacht en het landelijk overleg over toetreding van de vitale sectoren ligt plat.’

Vergadercircuit
‘Het is jammer dat het kabinet de aanbeveling van Hoekstra niet heeft overgenomen om het veiligheidsberaad de wettelijke taak te geven om uniforme afspraken te maken met vitale sectoren’, zegt Gielens. ‘Voor ons is 25 veel te veel. Waterleidingbedrijf Vitens moet bijvoorbeeld in noord en midden-Nederland met elf regio’s afspraken maken. Wat ons betreft mag het aantal teruggebracht worden tot tien veiligheidsregio’s. Dat loopt dan in de pas met de regionale politie-eenheden.’ Maar zo ver is het vier jaar nadat de eerste veiligheidsconvenanten zijn ondertekend zeker nog niet. ‘Een eindeloos vergadercircuit’, noemde Bas Eenhoorn, tot begin dit jaar burgemeester van Alphen aan den Rijn, de veiligheidsregio’s. En eigenlijk kan Gielens (drinkwaterbedrijven) dat alleen maar bevestigen: ‘Als er nu een ramp uitbreekt, moeten we noodgedwongen improviseren en hopen dat het goed komt.’


Veiligheid in 25 regio’s

Een goede en gecoördineerde voorbereiding op gezamenlijk optreden in ramp- en crisissituaties. Daartoe moest het opzetten van 25 veiligheidsregio’s (samenvallend met de toenmalige 25 politieregio’s) leiden. Er is inmiddels bestuurlijke samenwerking tussen hulpverlenende organisaties en er is gestart met een gemeenschappelijke meldkamer voor brandweer, politie en ambulancediensten en de vorming van regionale veiligheidsbureaus (ambtelijke ondersteuning).

Naast de samenwerking tussen hulpverleners, wordt ook gezocht naar samenwerking met de zogenoemde vitale sectoren. Daarvoor is in opdracht van het ministerie van Veiligheid en Justitie het project ‘Vitale Partnerschappen in Veiligheid’ opgezet. Inmiddels zijn convenanten getekend met Defensie, drinkwaterbedrijven, gas- en elektriciteitsbedrijven, Rijkswaterstaat en waterschappen en ProRail.





Half Nederland onder water?

Nee, het is niet zo dat morgen half Nederland onder water staat. Daarvoor moeten er wel eerst heel veel rampen tegelijkertijd gebeuren. Maar het Planbureau voor de Leef¬omgeving bracht wel in kaart welk deel van Nederland onder water zou kúnnen lopen. Toch wel ¬handig dan als hulpverleners goed samen¬werken, mocht een tweede watersnoodramp ooit uitbreken.