Minister Ploumen: 'Hulp en handel gáán samen'

31-01-2013

Ze is de eerste minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking. Met hart voor handel én hulp, zegt Lilianne Ploumen. Ook al telt haar cv geen bedrijfsleven-ervaring. 'Ik ben niet van het opgeheven vingertje.'
Ze was koud benoemd tot minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking of ze ging al op reis. Lilianne Ploumen stapte 5 november, meteen na haar beëdiging door de Koningin, op het vliegtuig voor haar eerste handelsmissie. Naar Turkije. Vorige week ging ze voor de derde keer op weg, deze keer als onderdeel van een staatsbezoek naar Brunei en Singapore. Ze heeft geen tijd te verliezen, zegt ze. De economie moet 'een zwengel' krijgen. Daarbij kan ze op handelsreizen beter horen wat ondernemers willen dan als ze in Nederland achter haar bureau blijft zitten, denkt ze. De nieuwe bewindsvrouw verdiende haar sporen bij ontwikkelingshulporganisaties Mama Cash, Plan Nederland en Cordaid. Ervaring in het bedrijfsleven staat niet op haar cv anders dan haar drie jaar durende ondernemerschap met adviesorganisatie Ploumen Projecten.

Begrijpt u ondernemers wel?
'Daarom vind ik het belangrijk om veel te reizen. Of wij nog wel het goede doen kom ik het best te weten door te praten met ondernemers, bijvoorbeeld op een handelsmissie. Ik heb me voorgenomen om de komende jaren veel, veel te reizen.'

Vereist buitenlandse handel geen andere aanpak dan ontwikkelingssamenwerking?
'Met alle respect, maar dat is natuurlijk een versimpelde versie van de werkelijkheid. Neem een land als Kenia. In Kenia zitten veel Nederlandse bedrijven die rozen produceren. En er zijn veel lokale bloemenproducenten. Maar we hebben ook een relatie met Kenia omdat we organisaties ondersteunen die werken aan mensenrechtenissues. En met organisaties die zich inzetten voor een goed ondernemersklimaat. Die werelden zijn daar ook niet meer gescheiden. Dat betekent dus dat mijn agenda wél is om hulp en handel samen te laten gaan.'

U kunt koopman én dominee zijn.
'We moeten niet blijven doen alsof daar gescheiden belangen zijn. Neem nou de Nederlandse textielsector. Die heeft zich zeer ingespannen om de hele keten in beeld te krijgen om verbeteringen aan te brengen conform de OESO-richtlijnen voor maatschappelijk verantwoord ondernemen. Tegelijk zien ze, ik ben daar natuurlijk over in gesprek, dat niet iedereen in de keten dat even goed doet. Zij zijn ook gebaat bij een dialoog die er in dat land is over bijvoorbeeld kinderarbeid. Er is geen verschillend belang.'

Opdrachten aan het bedrijfsleven en sociale misstanden kunnen aan dezelfde tafel worden besproken?
'Ik ben niet zo van het opgeheven vingertje. De relatie met een land bouw je op vanuit een wederzijds respect en vandaaruit is niets moeilijk. Wat dat betreft is Nederland een prachtig voorbeeld met ons poldermodel. Dat is een model dat ook in een land als Bangladesh tot oplossingen kan leiden. Ik denk dat het heel belangrijk is om te laten zien dat we met vereende krachten issues aankaarten, want dat nodigt de andere kant uit om dat ook te doen. Dat is ook een onderwerp waar ik zeer veel meerwaarde zie.'

Hoe pakt u zoiets concreet aan?
'Hmm, nou, kijk, waar ik mij tegen teweer wil stellen is dat het tegengestelde belangen zijn. Het bedrijfsleven heeft er ook belang bij dat er op een fatsoenlijk manier geproduceerd wordt. Ik denk dat het heel belangrijk is om dat gesprek niet te problematiseren. Dat deze portefeuille er is, laat zien dat we heel verantwoord omgaan met het handelsbelang van Nederland én met het belang dat we met zijn allen hebben om ervoor te zorgen dat de aarde ook voor onze kinderen een tijdlang leefbaar blijft. Dat gaat hand in hand.'

U bent er niet bang voor dat Nederland 'klanten' verliest? Omdat het met Chinezen makkelijker zaken doen is: die kopen gewoon zonder een morele schrobbering.
'Vergist u zich niet: ook in ontwikkelingslanden is een groeiende middenklasse die zelf verantwoordelijkheid neemt om misstanden aan te pakken. Daar heb je economische groei voor nodig. Dat zie je nu in India. Het is geen klein groepje landen meer dat over internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen spreekt. Dat is echt een gedeelde verantwoordelijkheid.'

een groeiende middenklasse IN ONTWIKKELINGSLANDEN pakt zelf misstanden aan. Daar heb je economische groei voor nodig.

 

Met haar achtergrond wordt Ploumen in staat geacht een bezuiniging van een miljard door te voeren op ontwikkelingssamenwerking, een post waar nu 4,3 miljard euro per jaar naar toe gaat. Wie wil weten wat er concreet in het vat zit voor het bedrijfsleven moet wachten tot maart, zegt Ploumen. Dan levert zij een beleidsnota in bij de Tweede Kamer met haar plannen voor haar ministerie. Voorlopig praat ze binnenskamers met bedrijfsleven, ngo's en andere belanghebbenden. In het regeerakkoord was al afgesproken dat er een revolverend fonds komt voor exportkredieten waar deze kabinetsperiode jaarlijks 250 miljoen euro in wordt gestort.

250 miljoen euro is niet veel op 4,3 miljard. Wat kunnen ondernemers van u verwachten?
'We hebben een mooi en goed instrumentarium om het bedrijfsleven te ondersteunen in zijn wens om te exporteren. Ik ga dat instrumentarium wel onder de loep nemen. Is het toegankelijk genoeg? Kunnen ook mkb-bedrijven er mee uit de voeten? Het revolverend fonds zijn we nu aan het uitwerken. Gericht op het mkb hier en het mkb in het buitenland. Daarvan heb ik al wel gezegd: Het fonds moet wat mij betreft in elk geval aan de voorwaarde voldoen dat het voor projecten is met een hoog risicoprofiel. Het midden- en kleinbedrijf dat actief is in gebieden die minder geordend zijn dan de Nederlandse economie vinden het vaak risicovol om daar partnerships aan te gaan. Maar dat moet. En er moet geïnvesteerd worden in een goed ondernemingsklimaat.'

Wat gaat u nu concreet doen voor ondernemers?
'Het is belangrijk om te exporteren, maar het is ook belangrijk dat buitenlandse bedrijven investeren in Nederland. Dat betekent binnenlandse banen, bijdragen aan onze knowhow en aan ons innovatief vermogen. Ook daar gaan we nadrukkelijk op inzetten. Tot slot gaan we de import uit ontwikkelingslanden bevorderen. Dat is ook belangrijk, daar komen hulp en handel heel erg samen.'

Dat klinkt alsof u gewoon verder gaat op de ingeslagen weg.
'Wat goed werkt, moet je in stand houden, maar moet je wel optimaliseren. Er liggen wellicht ook andere mogelijkheden. Zijn er nieuwe instrumenten die passen bij die nieuwe rol van hulp en handel? Mijn voorganger heeft daar onderzoek naar laten doen. Daaruit blijkt dat Nederland een beetje achterblijft bij andere landen met de faciliteiten voor exportfinanciering. De vraag of we daar wat aan kunnen doen staat heel hoog op mijn lijst.'

Wanneer hebt u dat geregeld?
'Ik wil wel heel goed kijken wát het beste instrumentarium is om concurrerender te blijven of concurrerender te worden. Wat past het beste bij wat het bedrijfsleven nodig heeft? Daar gaan we geen maanden over doen.'

Waar bent u bang voor?
'Ik ben nergens bang voor. Angst is ook een slechte raadgever. Maar ik sta nog aan het begin. Ik zou het liefst de meest optimale oplossing op tafel leggen. Ik wil goed grip krijgen op wat die andere landen nu precies doen en wat wij niet doen.'

Wordt u geremd door de angst dat enige vorm van steun aan het bedrijfsleven in ontwikkelingslanden verdacht is?
'Taboes zijn er om te slechten. Er is natuurlijk een reden waarom ik minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking ben. Het heeft een meerwaarde als je vanuit die twee perspectieven kijkt en ze met elkaar verbindt. Dat betekent dat er schotten doorbroken of afgebroken moeten worden. Maar onderschat niet wat er de afgelopen jaren op dat gebied is gebeurd. Tien, vijftien jaar geleden hadden bedrijven en ngo's nauwelijks contact met elkaar. Ze zagen niet dat ze een gedeeld belang hadden. Dat is nu echt veranderd.'

Oude wens ging in vervullingVoor het bedrijfsleven was het een oude wens: een minister voor Buitenlandse Handel. In dit kabinet kwam het er eindelijk van. De nieuwe minister kwam niet bij Economische Zaken terecht, zoals het bedrijfsleven hoopte, maar de portefeuille werd samengevoegd met Ontwikkelingssamenwerking en ondergebracht bij Buitenlandse Zaken. Aan het hoofd van deze combiploeg kwam PvdA-coryfee en ex-partijvoorzitter Lilianne Ploumen.

 

Wie is Lilianne Ploumen?1983 | Sociaal cultureel werker in Rotterdam-Crooswijk
1985 | Projectleidster onderzoek bij het Instituut voor Psychologisch Marktonderzoek
1990 | Manager marketing en onderzoek bij Foster Parents Plan in Amsterdam
1993 | Over naar PLAN, de koepelorganisatie van Foster Parents, in Londen
1995 | Ploumen Projecten (marketingonderzoek en ideeontwikkeling voor (non-)profit Opdrachtgevers)
1995 | Coördinator fondswerving voor Mama Cash
1996 | Directeur van Mama Cash
2001 | Hoofd kwaliteit en strategie Cordaid
2004 | Directeur internationale programma's Cordaid
2007 | Voorzitter van de PvdA
2012 | Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking

Dit artikel komt uit de print Forum