Japanners zien pensioen smelten

Na jaren struisvogelpolitiek is Japan wakker geworden: zijn pensioensysteem is virtueel failliet. Welke politicus durft de problemen aan te pakken?

Onlangs nog stemden medewerkers van Japans grootste vliegmaatschappij JAL in met een halvering van hun pensioenrechten. Ook al hun gepensioneerde medewerkers gingen door de knieën: een korting van 30 procent op hun maandelijkse uitkering per onmiddellijk. De keus was 'minder of niks'. Want staatssteun om de failliete JAL te redden, hing van een drastische reductie van de pensioenlasten af.

Overal in corporate Japan luiden de noodklokken. Vooral omdat de snelle vergrijzing gecombineerd met een nog snellere ontgroening, de sociale zekerheid in Japan zwaar belast. Na jaren van struisvogelpolitiek blijken de bedrijfspensioenfondsen diep rood te staan. Bedrijven vulden jarenlang de tekorten aan, in de verwachting dat het tijdelijk zou zijn. Maar de praktijk blijkt anders. Twintig jaar van economische stagnatie en even zo veel jaren van extreem lage rentes op (staats)obligaties en slinkende winstmarges zijn de oorzaken van een virtueel faillissement van het Japanse pensioensysteem. Dus nu zitten de pensioenfondsen van autogiganten Toyota, Honda en Nissan op een gecombineerd tekort van 1,5 biljoen yen (13 miljard euro). Hitachi's fonds, Japans grootste werkgever, staat 1,1 biljoen yen (9 miljard euro) rood. “Net als elders ter wereld lijden Japanse pensioenfondsen zwaar onder de gevolgen van de Lehman-shock”, heet het bij de overkoepelende Pension Fund Association (PFA). PFA ontkent overigens dat het Japanse pensioensysteem zich in een crisis bevindt. Een paar bedrijven heeft uitkeringen gekort, aldus de organisatie, maar het gaat niet om een trend.

De oudedagsvoorziening is in Japan grofweg vergelijkbaar met het Nederlandse. Er is een AOW voor iedereen. Werknemers betalen premies voor een aanvullend pensioen. Een deel daarvan valt onder overheidsbeheer, een deel blijft binnen het bedrijf. Vroeger keerde het bedrijf pensioenen als lump sum uit, afhankelijk van inkomen en dienstjaren. De meeste bedrijven zijn die methode aan het afschaffen in ruil voor een geïndexeerde en/of winstafhankelijke uitkering.

Slecht staat het met de AOW en het aanvullende staatspensioen. Die zijn gebaseerd op pay-as-you-go: de uitkeringen worden betaald uit de premies van de huidige arbeidsbevolking. Hier lopen inkomsten al jaren ver achter bij de uitgaven, waardoor de tekorten (momenteel 80 miljard euro op jaarbasis) met staatsleningen worden aangevuld. Japan heeft mede daardoor een staatsschuld die dubbel zo groot is als het bruto binnenlands product. Voor werkgevers is er maar één oplossing om de lasten van de staat te verlichten: belastingverhoging. “Een btw-verhoging naar 10 tot 12 procent, waarvan de opbrengsten exclusief naar het sociale zekerheidsstelsel gaan, is onvermijdelijk”, zegt Masamitsu Sakurai, voorzitter van werkgeversorganisatie Keizai Doyukai en ceo van Ricoh. Zijn irritatie over de besluiteloosheid van Japans politici steekt hij nauwelijks onder stoelen of banken. Zelfs de meerderheid van de bevolking ziet dat zo, want zij vrezen voor hun oudedagvoorziening. Alleen durft geen regering de knoop door te hakken.

Dit artikel komt uit de print Forum