Hoe anti-corrupt kun je zijn?

04-07-2013

Nederland doet te weinig aan de bestrijding van corruptie, vindt de OESO. Want ook Nederlandse bedrijven worden regelmatig geconfronteerd met pogingen tot omkoping. Wat moet je dan doen? Het gaat wel om handel.

Op een broeierige junidag komen dertig mensen samen in een zaaltje in Vlaardingen om over een broeierig onderwerp te praten: corruptie. Het zijn vertegenwoordigers van grote bedrijven en banken, aangevuld met advocaten en adviseurs. Ze gaan het hebben over de ambtenaar die tegen betaling bereid is om de voorwaarden van aanbesteding aan te passen ten gunste van een van de mededingers. Over de douanebeambte die bederfelijke waar tegenhoudt aan de grens als er niet extra wordt betaald. Over de leverancier die wil dat de contractmanager de tekortkomingen aan het geleverde product negeert.

Het zijn enkele van de 22 scenario's die bij wijze van toolkit voor bedrijven zijn verzameld door de International Chamber of Commerce (ICC), de organisator van de bijeenkomst. ICC wil van de aanwezigen weten wat een effectieve aanpak van corruptie is, en hoe die doorgevoerd kan worden. Corruptie verstoort volgens ICC het internationale speelveld van het bedrijfsleven, ondergraaft het vertrouwen in de politiek, en kost bedrijven gewoon veel geld. Voor Europese bedrijven zou het om 120 miljard euro per jaar gaan.

Anti-corruptiebeleid is nodig, zegt ook de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO). Zeker in Nederland, want dat doet daar nu te weinig aan, is te lezen in een evaluatie van het Anti-Corruptie Verdrag van 2002. Van de 22 officiële klachten over omkoping door Nederlanders in het buitenland zijn er maar acht onderzocht. Daarvan zijn er twee voor de rechter gebracht. Dat hadden er meer moeten zijn, gezien de omvang van de Nederlandse economie en het aandeel van export en buitenlandse investeringen daarin, zegt de OESO.

Misstap
Een deel van het probleem is de mankracht die Nederland steekt in de behandeling van corruptiezaken: slechts twee officieren van justitie houden zich ermee bezig. 'We denken dat we het netste jongetje van de klas zijn', zegt Paul Tijnagel, compliance officer van Siemens Nederland en deelnemer aan de bijeenkomst. 'Terwijl Nederland er met de Lockheed-affaire juist vroeg bij was. De Amerikanen hebben nota bene op basis van die affaire in 1977 de nog steeds geldende Foreign Corrupt Practices Act opgetuigd.'

Siemens Nederland kan er niet over meepraten. Siemens wereldwijd wel. In het recente verleden heeft het moederbedrijf meer dan een miljard euro aan smeergeld betaald om opdrachten in Azië en Zuid-Amerika binnen te halen. Daar zijn de Duitse en Amerikaanse justitie achteraan gegaan. Na die affaire is een herstelprogramma doorgevoerd, waarbij personeel werd getraind en geïnformeerd over de regels tegen corruptie. Ook de werknemers van Siemens Nederland moesten daaraan geloven, ook al hadden zij zelf geen misstap begaan.

Tijnagel: 'Dat neemt natuurlijk niet weg dat medewerkers in het buitenland nog wel worden geconfronteerd met verdachte situaties. Onze leidraad in dat soort gevallen is: meteen weglopen van de situatie en het contact verbreken. Zo’n geval melden we vervolgens bij het internationale hoofdkantoor, dat de zaak verder afhandelt. Siemens kan zich natuurlijk geen tweede misstap veroorloven.'

Reputatieschade
Ook bouwbedrijven moeten op hun tellen passen. Sinds de bouwfraude ligt de sector onder een vergrootglas. De omkoopaffaires in binnen- en buitenland die zich nadien hebben voorgedaan, zijn breed uitgemeten in de media. Verhalen over een projectdirecteur die afspraken over hogere rekeningen maakte met onderaannemers, en het geld in eigen zak stak. Of over een bestuurder die miljoenen aan smeergeld zou hebben geïncasseerd bij bouwprojecten in het Midden-Oosten.

'Allemaal reputatieschade', zegt Simon Bijpost, sinds dit jaar coördinator compliance & risk bij Ballast Nedam. 'Zeker grote aannemers zijn kwetsbaar, want als het misgaat, krijg je alle aandacht. Zelfs als je een relatief kleine rol speelt.'

Tegenwoordig geldt er daarom een zero tolerance-beleid ten aanzien van overtredingen van de gedragscode die binnen het bedrijf wordt gehanteerd. Voor geschenken geldt bijvoorbeeld een limiet van 50 euro. Werknemers die daarvan afwijken, moeten dat melden aan de leiding, zodat die niet voor verrassingen komt te staan. Wie zich duidelijk niet aan de regels houdt, wordt ontslagen. Bijpost: 'Maar we moeten ook niet overdrijven. Er zijn nu opdrachtgevers en adviseurs die niet meer naar congressen gaan om de schijn te vermijden, of ambtenaren die niet meer op openingsfeestjes van nieuwe gebouwen komen. Dat is niet nodig.'

De nieuwe gedragscode moet gemeengoed worden binnen het bedrijf, zoals eerder veiligheid onderdeel is geworden van de bedrijfscultuur. Onderaannemers en leveranciers worden gescreend op hun compliance-beleid. Bijpost ziet wel wat in certificering. 'In het begin werd daar in de bouwsector tegenaan gehikt. Maar op een gegeven moment moest je een ISO-certificaat hebben om nog in aanmerking te komen voor een opdracht.' 

Ballast Nedam zit een commissie voor die een norm voor compliance voor bouwbedrijven wil opstellen. Die kant moet het op volgens Bijpost. 'Nu staat de discussie over het wel of niet aannemen van een fles wijn nog te veel centraal. Het gaat er veel meer om dat compliance en integer handelen concreet worden opgenomen in alle bedrijfsprocessen.'

Concurrentieslag
Paul Tijnagel van Siemens ziet wel iets in de aanscherping van de Nederlandse anti-corruptiewetgeving. 'Vooral bij lagere overheden komt corruptie nog regelmatig voor. Dat kun je ontmoedigen door sneller en strenger te straffen.' Hij verwijst naar de Britse en Amerikaanse wetgeving, die hij 'extreem' noemt en ook Nederlandse bedrijven kunnen raken. 'Je hoeft daarvoor niet eens een vestiging in de VS te hebben. Als de back-up van de server daar staat, val je ook onder die wetgeving.'

Ondertussen bespeurt hij een afname van corruptiesituaties voor grote bedrijven als Siemens. Overheden zijn er alerter op en aanbesteders weten dat grote bedrijven omkoping niet meer toestaan. 'Landen als China zijn afhankelijk van onze techniek en willen de relatie met ons niet op het spel zetten door over omkoping te beginnen.'

Niet iedereen kijkt er zo tegenaan. Een van de andere deelnemers aan de bijeenkomst in Vlaardingen wees erop dat opkomende landen als China en Brazilië een ander idee hebben van corruptie. 'Wie zegt dat wij gelijk hebben?' Bijkomend probleem is dat bedrijven uit die landen de directe concurrent vormen van Nederlandse bedrijven. Dus als een Nederlands bedrijf een deal in Afrika laat lopen omdat het geen smeergeld wil betalen, kan de Chinese concurrent ermee aan de haal gaan.

Met een strengere Nederlandse anti-corruptiewetgeving kan worden voorkomen dat Nederlandse bedrijven aan de verleiding toegeven, maar er zijn internationale afspraken nodig om corruptie écht terug te dringen. Anders blijft het vechten tegen de bierkaai.

Strenger straffen

In Nederland wordt onderscheid gemaakt tussen omkoping en begunstiging. Bij dat laatste krijgt een bedrijf tegen betaling bijvoorbeeld sneller een vergunning dan het normaal zou krijgen. Begunstiging wordt minder zwaar bestraft dan omkoping. Sinds 2001 is omkoping door Nederlanders in het buitenland ook hier strafbaar. De boete voor omkoping is verhoogd naar 10 procent van de omzet.

De Amerikaanse Foreign Corrupt Practices Act en de Britse Bribery Act gaan nog een stap verder in reikwijdte. Alle bedrijvenmet zakelijke belangen in de VS zijn strafbaar volgens de Amerikaanse wet, dus ook Nederlandse.

In de anti-corruptiewetgeving wordt ketenverantwoordelijkheid steeds belangrijker. Bedrijven kunnen aansprakelijk worden gesteld als dochterondernemingen of bedrijven waarmee zij zakendoen zich met omkoping bezighouden.

 

Minder aandacht voor corruptie

Van de Nederlandse werknemers denkt 23 procent dat corruptie wijdverbreid is het eigen bedrijfsleven. Dat blijkt uit het tweejaarlijkse fraudeonderzoek dat Ernst & Young afneemt onder drieduizend werknemers in 36 landen. Vergeleken met die 23 procent is het opvallend dat slechts 4 procent denkt dat omkoping in de eigen sector gebruikelijk is. De beschuldigende vinger gaat dus vooral naar anderen.

Het anti-corruptiebeleid wordt minder actief uitgedragen door het hogere management dan twee jaar geleden (toen 47 procent, nu 32 procent). Ook het aantal Nederlandse werknemers dat een training krijgt, is gedaald (19 procent in 2011, 14 procent nu). Dat zou te maken kunnen hebben met de crisis die veel aandacht opslokt. Maar het valt Ernst &Young ook op dat werknemers die over de schreef gaan, 'mild' worden bestraft door hun werkgever.

Dit artikel komt uit de print Forum