Het lelijke eendje van Europa?

Nederland raakt achterop in Europa bij het aantrekken van buitenlandse investeringen. Aldus accountants- en adviesorganisatie Ernst & Young. Hoe ernstig is het gesteld?

‘U hebt mooie kinderen, moeder!’ zei de oude eend met het bandje om haar poot. ‘Ze zijn allemaal mooi, op één na, die is mislukt. Ik wou, dat u hem over kon maken!’ ‘Dat gaat niet, uw genade!’ antwoordde de moedereend.
Uit Het lelijke jonge eendje van Hans Christian Andersen

Wat het sprookje van Hans Christiaan Andersen met Nederland te maken heeft? Alles volgens Ernst & Young. Half juli maakte de accountants- en adviesorganisatie de resultaten bekend van een jaarlijks onderzoek naar buitenlandse investeringen en het vestigingsklimaat van Nederland en andere Europese landen. En wat blijkt, zegt Ernst & Young: Nederland raakt achterop in Europa bij het aantrekken van buitenlandse investeringen. We dreigen het lelijke jonge eendje van Europa te worden, dat zelfs wordt uitgelachen door zijn broertjes en zusjes.

Kwetsbaar
Is het echt zo erg? Ja, zegt de accountants- en adviesorganisatie. Nederland mag dan kans hebben gezien meer buitenlandse investeringsprojecten aan te trekken en daarmee zelfs het topjaar 2008 te hebben ingehaald, relatief hebben landen als Duitsland, Polen en Ierland meer geprofiteerd van de groei. Gemiddeld steeg het aantal projecten in Europa met 14 procent, rekende Ernst & Young uit. Nederland bleef steken op 6 procent, terwijl Duitsland, Polen en Ierland groeicijfers van 34, 40 en 36 procent noteerden.

Positief is wel volgens het onderzoek dat Nederland meer investeringen in hoofdkantoren heeft weten binnen te halen. Alleen het Verenigd Koninkrijk en Ierland doen dat beter. Maar van de ambitie om meer onderzoek en ontwikkelingcentra binnen te halen, is niets terecht gekomen, aldus Ernst & Young. Terwijl ons land juist op dit terrein veel potentie heeft door onder meer de aanwezigheid van diverse vooraanstaande kennisinstituten, staat in het rapport.

Bovendien maakt de samenstelling van de buitenlandse investeringen Nederland erg kwetsbaar volgens het onderzoek. De meeste investeringsprojecten zijn afkomstig uit de Verenigde Staten en dat dreigt ons land op te breken omdat investeringen uit opkomende economieën als India en China steeds meer gewicht in de schaal leggen. En daarvan wist Nederland – in tegenstelling tot Duitsland en het Verenigd Koninkrijk – er maar weinig binnen te halen. Dus als we even niet oppassen, meldt het onderzoeksrapport, worden we links en rechts ingehaald. Want India en China zien Nederland niet eens staan.

En, gaat het rapport verder, Nederland weet vooral nieuwe buitenlandse activiteiten aan te trekken. Maar uitbreidingsinvesteringen worden weinig gedaan. Dat zou erop duiden dat Nederland tegenvalt voor bedrijven die hier inmiddels zijn gevestigd. Hoge lonen, hoge huisvestingskosten, rigide ontslagrecht en tegenvallende aanwezigheid van kennis en ontwikkeling worden als minpunten van Nederland genoemd.

Dat klinkt allemaal behoorlijk ernstig. Alsof Nederland zijn aantrekkelijkheid aan het verliezen is. Moeten we ons nu echt zorgen gaan maken? Of valt er wel wat op de cijfers af te dingen?

Tekort gedaan
‘Ik ben een onverbeterlijke optimist’, zegt Robin Fransman, adjunct-directeur van Holland Financial Centre en secretaris van het topgebied hoofdkantoren. ‘We scoren helemaal niet slecht als het om het aantrekken van buitenlandse investeringen gaat. Kijk maar naar de grote bedrijven die hier komen. Ook uit landen als India en China. Tata Capital, toch echt een groot Indiaas bedrijf, komt hierheen.’

Nee, volgens Fransman kun je uit de cijfers van Ernst & Young helemaal niet afleiden dat het slechter zou gaan met Nederland. En dat we in de Europese ranking van de accounts- en adviesorganisatie onder grote landen als het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en Duitsland staan, verbaast hem ook niets. ‘Logisch, dat zijn grote economieën.’ Hij wordt gesteund in zijn mening door de cijfers van De Nederlandsche Bank en het Netherlands Foreign Investment Agency. Die laten zien dat Nederland er goed voor staat (zie kader De feiten).

Maar dat betekent nog niet dat er volgens Fransman helemaal niets aan de hand is. ‘We hebben jarenlang de nadruk gelegd op de functie van Nederland als distributieland. Daarmee hebben we onszelf tekort gedaan. Nederland is de zestiende economie ter wereld wat betekent dat we in een heleboel dingen goed zijn. Zoals hightech en chemie. Dat moeten we beter voor het voetlicht zien te krijgen in het buitenland.’

Het moet ook gemakkelijker worden buitenlandse kenniswerkers hier aan de slag te krijgen, vindt Fransman. Het onderwijs moet beter, het ontslagrecht flexibeler. ‘Er zijn nog voldoende punten waar we aan kunnen werken.’

Dat de Nederlandse bankensector kleiner is geworden na de crisis, speelt volgens Fransman geen rol in de vraag of buitenlandse investeerders Nederland aantrekkelijk vinden of niet. ‘Ze zijn voor het aantrekken van kapitaal minder afhankelijk van Nederlandse financiële instellingen. Bovendien, zo klein zijn onze banken niet. ING, ABN Amro en de Rabobank zitten nog altijd in dertig tot vijftig landen. Die internationale netwerken zijn niet ineens weg. Ik word soms moe van al dat negatieve gedoe: laten we eens trots zijn op Nederland.’

Streepje voor
‘Eerlijk gezegd vind ik het wel zorgwekkend dat landen als Polen en België beter presteren dan wij en kans zien meer buitenlands kapitaal te trekken’, zegt Henk Volberda, hoogleraar strategisch management en ondernemingsbeleid aan de Rotterdam School of Management (Erasmus Universiteit). ‘Nu is de Poolse economie blijven groeien ondanks de crisis, dat maakt het land wel aantrekkelijk. Maar qua vestigingsklimaat doen zij het toch zeker niet beter dan Nederland.’

Nederland moet dus op haar tellen passen, vindt Volberda. Want de Europese concurrentie is stevig. Het Verenigd Koninkrijk is hard bezig meer investeerders aan te trekken door een gunstig belastingklimaat en daar kan Nederland best behoorlijk last van krijgen, denkt hij. Bovendien heeft het VK een streepje voor bij een opkomende economie als India, omdat het daarmee een historische band heeft. Duitsland is tot nu toe een stabiele groeier en dat maakt het land aantrekkelijk voor bijvoorbeeld investeerders uit China. Ook omdat Duitsland veel kennis in huis heeft, bijvoorbeeld in de maakindustrie, die voor de Chinezen erg aantrekkelijk is.

Volberda: ‘Tussen alle concurrentie kan Nederland alleen opvallen met heel aantrekkelijke vestigingsvoorwaarden. Belastingdruk speelt daarin een rol, maar op dat gebied scoren we al best goed. De aanwezigheid van topsectoren en kennisclusters is ook belangrijk. Vooral voor opkomende economieën. Zij kunnen meeprofiteren van onze kennis. Als we die willen binnenhalen, zullen we dus meer moeten inzetten op kennis en innovatie.’

Harde cijfers heeft hij niet, maar Volberda is er ook van overtuigd dat een betere regie vanuit de overheid voor betere resultaten zorgt. Landen als Duitsland en het Verenigd Koninkrijk organiseren hun lobby beter en hebben goede ingangen vanwege hun politieke macht. ‘En dat wij een wat xenofobe benadering hebben gekregen in Nederland helpt dan ook niet echt.’

Het topsectorenbeleid van minister Verhagen van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie komt volgens Volberda geen moment te vroeg. ‘We hebben echt iets te bieden. Bijvoorbeeld als het gaat om food, water en chemie. En daar kunnen we zelf ook actief bepaalde, geselecteerde buitenlandse bedrijvigheid voor aantrekken. Net zoals Singapore dat doet met behulp van hun investeringsagenda.’ En dan kan Nederland best nog eens gaan uitgroeien tot een krachtige, mooie zwaan.

Ja, zei de moedereend: ‘Hij is niet mooi, maar hij heeft een echt goed karakter en zwemt net zo goed als een van de anderen, ja, ik durf zelfs zeggen een beetje beter. Ik denk, dat hij er wel doorheen zal groeien. (…) Ik geloof dat hij sterk zal worden; hij zal zich er heus wel doorheen slaan!’
Uit Het lelijke jonge eendje van Hans Christian Andersen


Veel of weinig investeringen: nou en?

Who cares hoe goed Nederland presteert, zou je misschien denken. Wat maakt het uit of buitenlandse bedrijven veel investeren in Nederland of niet? Nou behoorlijk, blijkt uit het jaarverslag van het Netherlands Foreign Investment Agency. Om te beginnen levert het banen op. Buitenlandse bedrijven waren vorig jaar goed voor 782.000 banen, 16 procent van alle private werkgelegenheid. Bovendien levert elk buitenlands bedrijf ook nog eens 0,72 fte extra werkgelegenheid op bij toeleveranciers of dienstverleners.

Verder is een derde van alle investeringen in onderzoek en ontwikkeling afkomstig van buitenlandse bedrijven. Buitenlandse investeerders geven dus ook een financiële boost. Ze betalen gemiddeld 10 procent meer salaris, hebben hoog opgeleid personeel en geven meer uit aan onderwijs van hun medewerkers.

Maar ze leveren ook nog eens een flinke bijdrage aan de Nederlandse economie. Buitenlandse bedrijven zijn goed voor de helft van de Nederlandse export en import en voor meer dan de helft van de wederuitvoer. En ze zijn goed voor ongeveer een derde van het bruto binnenlands product.




Lelijk eendje Nederland staat wel nummer 1…
Als het gaat om de omvang van de inkomende en uitgaande directe investeringen, stond Nederland in 2009 wereldwijd op de eerste plaats.



[klik op de afbeelding voor een grotere versie]


Bron: IMF

Het gaat hierbij in beide gevallen om de totale bedragen die in het ene geval Nederlandse bedrijven (in de loop van de geschiedenis) in gelieerde buitenlandse ondernemingen hebben geïnvesteerd en in het andere geval buitenlandse bedrijven in Nederlandse ondernemingen hebben geïnvesteerd.

DNB nuanceert de eerste plaats wel. De koppositie van Nederland valt volgens DNB voor een deel te verklaren door de relatief grote omvang van de sector Bijzonder Financiële Instellingen (BFI) in ons land. Die ondernemingen vestigen zich in Nederland vanwege het gunstige (fiscale) klimaat om te fungeren als financiële draaischijf voor ondernemingen met een buitenlandse moedermaatschappij. BFI’s dragen voor ongeveer 75 procent bij aan het totaal van de directe investeringen, zegt DNB. Maar ook als de posities van de BFI’s buiten beschouwing worden gelaten, speelt Nederland een vooraanstaande rol en eindigt in de wereldwijde top-10. Op welke plaats meldt DNB niet.






Positief nieuws: Azië ziet Nederland vaker staan…

Over de afgelopen tien jaar daalde het aantal Noord-Amerikaanse investeringsprojecten in Nederland van 57 tot 32 procent van het totaal. Dat verlies werd goedgemaakt door een stijging van het aantal Aziatische investeringsprojecten. Het aandeel daarvan steeg van 28 naar 55 procent. Europese landen blijven goed voor 12 procent. Overigens komt nog altijd meer dan een kwart van het totaal aantal projecten uit de Verenigde Staten. Gevolgd door Korea en China.



[klik op de afbeelding voor een grotere versie]





…zet hier meer nieuwe activiteiten op…

Buitenlandse ondernemingen zetten vooral helemaal nieuwe activiteiten op in Nederland, zogenoemde greenfield operations. In bijna 60 procent van de gevallen gaat het om nieuwe activiteiten (2009: 53 procent) en in een vijfde om uitbreiding van bestaande activiteiten (2009: 23 procent).

Vooral Aziatische bedrijven zetten nieuwe activiteiten op in Nederland: ruim de helft van de projecten komt van bedrijven uit die regio. Noord-Amerikaanse bedrijven beginnen met steeds minder nieuwe activiteiten in ons land (ongeveer een kwart).



[klik op de afbeelding voor een grotere versie]





…en vestigt ook meer hoofdkantoren in Nederland

De dalende trend van de afgelopen jaren, werd vorig jaar gekeerd. Steeds meer nieuwe internationale hoofdkantoren worden in Nederland gevestigd. Ten opzichte van 2009 verdubbelde het aantal vorig jaar bijna van 14 nieuwe hoofdkantoren naar 27.
Het gaat dan vooral om Europese hoofdkantoren (86 procent). Meer dan de helft daarvan komt uit Azië.
Dit artikel komt uit de print Forum