EU moet mikken op goede relatie met China én dumping tegengaan

Soms zijn er situaties in internationale verdragen, dat je alle voor en tegenstanders wel een beetje gelijk wilt geven. De een wat meer dan de ander, maar toch. Die situatie is nu ontstaan rond de toekenning van de markteconomiestatus voor China bij de Wereldhandelsorganisatie WTO. Het land zegt daar volgend jaar recht op te hebben. Dat lijkt een vreemde claim, want er zullen maar weinig economen zijn die vinden dat China een markteconomie is. Het Europees Parlement, bang voor dumping, nam vorige week een motie aan om China die status niet toe te kennen. 

Markteconomie
China heeft in 2001 bij het aantreden in de Wereldhandelsorganisatie WTO een overgangstermijn van vijftien jaar gekregen om te voldoen aan de status van markteconomie. Met die status loopt het land – een van de dumpingkoplopers in de wereld – minder kans op importheffingen. De termijn is om, dus hebben we recht op een markteconomiestatus, zeggen de Chinezen. Die logica is op z’n zachtst gezegd aanvechtbaar. Toch is het gevoel van China wel te begrijpen omdat de huidige regeling geen recht doet aan de ontwikkeling die het land de afgelopen vijftien jaar heeft doorgemaakt.

Gezonde relatie
We kunnen vinden wat we willen, maar in december loopt de overgangstermijn onvermijdelijk af. De EU zal dan een besluit moeten nemen, linksom of rechtsom. In de WTO heeft de EU een belangrijke stem, maar niet de enige. En er zijn landen die China al hebben erkend als markteconomie, zoals Australië. Als de EU toch voor toekenning kiest, dan moeten we dat niet alleen doen – ook met bijvoorbeeld de VS waar nog geen besluit is genomen. Het is in ons belang dat Europa een gezonde en evenwichtige relatie houdt met China. Het is een land waar we nog niet mee zijn uitgepraat en uit gehandeld. Maar als de EU zich houdt aan de uitgezette lijn in de WTO-regelgeving, betekent dat ook dat de EU goede instrumenten moet hebben om dumping tegen te gaan.

Dumpen mag niet
De praktische vraag die daarbij zo snel mogelijk beantwoord moet worden is: hoe gaan we na 2016 de binnenlandse productieprijs van China wegen? Want dumpen mag gewoon niet, ook niet als je een markteconomie bent geworden.