Duurzaamheidstop Rio+20 mag niet mislukken

Het gaat een hels karwei worden. Twintig jaar na de eerste VN-wereldtop in Rio de Janeiro komt de wereld weer bijeen om afspraken te maken over duurzaamheid. Ondernemers willen wel. Met welke boodschappenlijst moet het kabinet dan op pad?

Hoeveel de wereld in twintig jaar verandert, blijkt uit archieven. In 1992 werd de VN-conferentie in Rio de Janeiro belangrijk genoeg gevonden door VNO (toen nog zonder NCW) om de politici in het huisblad aan te sporen het topoverleg 'niet te laten mislukken'. Het was een klein stukje tekst in het blad op A3-formaat. Ernaast een paginagroot verslag over de 'gezellige bijeenkomst in Oost-Nederland'. Zo lagen de verhoudingen en de interesses. Geld verdienen voor de economie was des ondernemers; duurzaamheid zaak van politici en ngo's.

Die scheidslijn is weg, van beide kanten. In de woorden van het ministerie van Buitenlandse Zaken: 'De komende Rio+20 (jaar)-conferentie staat in het teken van 'twee hoofdthema’s: groene economie en het versterken van de VN-organisaties voor duurzame ontwikkeling. In EU-verband ijvert het koninkrijk voor een concrete agenda voor de verduurzaming van de economie, met het bedrijfsleven als onmisbare partner.'

Bedrijven kijken niet meer weg bij de vraag om duurzamer productie. En dan hebben we het niet over de uitgesproken biologische bedrijven. Er zijn 'gewone' bedrijven die helemaal overgaan naar cradle-to-cradleproductie, zoals tapijtfabrikant Desso en wc-papierfabrikant Van Houtum. Multinationals zoals DSM en Unilever besteden een groot deel van hun r&d aan het vinden van duurzame milieuvriendelijke productiemethoden. En dan zijn er nog de bedrijven die aansluiting zoeken bij milieuorganisaties; Philips en de NAM werken samen met Milieudefensie bij onderzoeken naar milieuvriendelijker licht, kokkelvissers in de Waddenzee overleggen met de waddenvereniging.

Boodschappenlijstje
Duurzaamheid is steeds meer een integraal onderdeel van de bedrijfsvoering waar verantwoording over afgelegd moet worden. KPMG onderzocht hoeveel van de grootste bedrijven duurzaamheidaspecten opnemen in hun verslaggeving. In 1993 was dat slechts 12 procent; in 2011 bleek 64 procent melding te maken van hun duurzaamheidinspanningen. En ook in de aanloop naar de Rio+20-top roert het bedrijfsleven zich. In het Nationaal Platform Rio+20 verzamelen organisaties en individuen bijdragen die dienen als basis voor de Nederlandse inbreng voor de VN-conferentie over duurzame ontwikkeling. In het platform zitten niet alleen de gebruikelijke ngo's, maar ook bedrijven als Priva, AkzoNobel, Albert Heijn en Shell. Daarnaast zijn ook werkgeversorganisaties als VNCI, FME-CWM en VNO-NCW vertegenwoordigd.

De Nederlandse delegatie voor de Rio-conferentie wordt geleid door staatssecretaris Ben Knapen voor Ontwikkelingssamenwerking. Ook staatssecretaris Joop Atsma (staatssecretaris van Milieu) gaat naar Brazilië (lees ook het interview op pagina 10 en verder). Dat het bedrijfsleven vindt dat, twintig jaar na dato, ook deze Rio-conferentie 'niet mag mislukken', is waarschijnlijk geen verrassing. Het zou wel goed zijn als de staatssecretarissen dan hun boodschappenlijstje in de gaten houden.

Lees ook de brochure Onze gemeenschappelijke toekomst, de integrale visie op duurzame ontwikkeling en maatschappelijk verantwoord ondernemen van VNO-NCW en MKB-Nederland.

En lees ook het artikel ‘Groen moet je doen’

Nuchter optimistisch op pad

De impact van Rio+20 zal moeilijk te meten zijn. Doorgaans komen aan het einde van dergelijke megaconferenties tamelijk algemene slotverklaringen die tot in den treure zijn uitonderhandeld. De onderhandelingen over het slotdocument voor Rio+20 verlopen langzaam. De ontwerptekst is nog lang en weinig ambitieus. De Nederlandse delegatieleider en staatssecretaris voor Ontwikkelingssamenwerking Ben Knapen denkt dat er tot op het allerlaatste moment nog flink wordt onderhandeld. Zijn verwachtingen zijn daarom 'nuchter optimistisch', zei hij tijdens de manifestatie Rio aan de Maas. Daar werd de Nederlandse inbreng voor Rio+20 besproken.

 

Kyoto en Nagoya concreter dan Rio

'Human beings are at the centre of concerns for sustainable development. They are entitled to a healthy and productive life in harmony with nature'. Het eerste punt van de Rio-verklaring uit 1992 is niet de meest concrete. Het belang van de eerste duurzaamheidconferentie in Rio zat hem vooral in dat er voor het eerst wereldwijd een duurzaamheidovereenkomst werd gepresenteerd met een raamwerk voor beleid. Veel concrete maatregelen werden afgesproken tijdens conferenties met een minder algemene thematiek, zoals de Kyoto-conferentie in 2007 (waar afspraken werden gemaakt over het terugdringen van broeikasgassen) en de conferentie over biodiversiteit in Nagoya in 2010.




* 1 fles brede internationale samenwerking
* Grote doos publiekprivate samenwerking
* 2 tubes mvo-verplichtingverzachter
* Zakje Europa-versterking
* Nieuwe internationale speelveldegalisator
* Innovatiegeld halen (let op duurzaamheid)

* Niet vergeten: doorgeven dat ondernemerschap aanjager is van groene groei!

N.B. Buren vragen om samen schoffies aan te pakken die in de hele straat door de tuinen banjeren.



Meer internationale samenwerking

'De uitdagingen zijn globaal en we kunnen alleen momentum creëren als overheden uit alle lagen samenwerken. Bovendien, is de dialoog tussen overheden, academici, bedrijfsleven, en ngo's noodzakelijk. Rio creëert een momentum voor verandering die wellicht niet allemaal in een resolutie gevat kan worden, maar wel degelijk impact zal hebben.'

Harry Hendriks, hoofd Public and Government Affairs van Philips International

 

Publiekprivate samenwerking

Rio+20 is een topconferentie waar publiek en privaat elkaar ontmoeten om daadwerkelijk partnerships te realiseren. DSM wil die samenwerking graag in een stroomversnelling brengen om met elkaar tot duurzame oplossingen te komen. De afgelopen vijf jaar hebben bedrijfsleven en civil society elkaar steeds meer gevonden, denk aan de Dutch Sustainable Growth Coalition. We nodigen de overheid uit om zich nog nadrukkelijker bij dit soort initiatieven aan te sluiten en aan versnelling van publiekprivate initiatieven te werken.’

Atzo Nicolaï, directeur DSM Nederland

 

Meer op elkaar afstemmen

'Beleid zou in Europees verband wel meer op elkaar afgestemd kunnen worden, al moet je dat per onderwerp bekijken. In onze sector geldt dat bijvoorbeeld voor het veiligheidsbeleid. Onze mensen die in Duitsland zijn opgeleid krijgen te maken met andere eisen als ze klussen in Nederland doen. Dat komt de veiligheid niet ten goede en het hindert het vrije verkeer van personen.'

David Molenaar, Divisie Manager Wind Power Siemens Nederland

 

Geen MVO-dwang

'Dwang is niet waar ik meteen aan denk. Iedereen zou een inspanningsverplichting moeten hebben en daarover transparant rapporteren. Het gaat er om dat bedrijven zich realiseren dat er enorme groei in duurzame innovatieve oplossingen zit. Philips ervaart dat dagelijks, bijvoorbeeld op het gebied van energie-efficiënte verlichting en toegang tot gezondheidzorg vooral voor moeders en kinderen.'

Harry Hendriks, hoofd Public and Government Affairs van Philips International

 

Gelijk speelveld

‘Wij zien zeker voordelen in goede, internationale regelgeving op het gebied van duurzaamheid. Door het stellen van de juiste normen en via wet- en regelgeving die duurzaamheid bevordert, worden bedrijven gestimuleerd om duurzame innovaties te realiseren.  Slimme normering is soms de beste en goedkoopste manier om de markt positief te beïnvloeden. Dat is goed voor de concurrentiepositie van die duurzame bedrijven en goed voor de wereld.’

Atzo Nicolaï, directeur DSM Nederland

 

Innovatie en samenwerken

'Er is meer nodig dan technische innovatie. Je moet ook denken aan financiële en politieke innovaties, vergunningenbeleid bijvoorbeeld. Voor een windturbine moet nu een bouwvergunning aangevraagd worden, die heel specifiek is. Het is veel beter daar een vergunning van te maken met eisen waar het windpark aan moet voldoen en die dus de noodzakelijke concurrentie bevordert.'

David Molenaar, Divisie Manager Wind Power Siemens Nederland

 

Europese doelen
'Europa kan meer ambitieuze doelstellingen zetten voor energie-efficiëntie, vooral in gebouwen; groene innovatie stimuleren via openbare aanbesteding en ontwikkelingslanden helpen door echte samenwerking op basis van gelijkheid. Uiteindelijk gaat het om de concurrentiekracht van Europa in zijn geheel. Op termijn worden de meest duurzame landen en ondernemingen de meest concurrerende.'

Harry Hendriks, hoofd Public and Government Affairs van Philips International

 

Stimulans ondernemerschap

'Waar de overheid echt mee zou helpen is het voeren van een consistent beleid (lange termijnvisie) en een doordachte en robuuste implementatie strategie. Een richting waar het naartoe moet met een eindstreep. Dan stuur je de markt. Dit is een kapitaalintensieve industrie, voor ons gaat het om de lange termijn. Wat vandaag de goedkoopste oplossing is, is morgen of overmorgen misschien niet de beste.'

David Molenaar, Divisie Manager Wind Power Siemens Nederland
Dit artikel komt uit de print Forum