Bouwcrisis: 'Twintig miljoen omzet was binnen een paar maanden verdwenen'

04-10-2012

Dat het met de bouw niet goed gaat is bekend. Maar je zult maar in die vechtmarkt moeten werken. Hoe doe je dat? Is er een succesformule? Geef je op als je failliet gaat? En kan de overheid nog wat doen? Vier ondernemers vertellen hun verhaal.

‘We zijn door een hel gegaan.’ Dennis Huiskes (26) uit het Twentse Tubbergen weet waarover hij praat. Het familiebedrijf Bouwbedrijf Huiskes ging net voor de bouwvak failliet. De opdrachten bleven uit. ‘In het begin van het jaar dachten we er nog goed voor te staan. Een half jaar later was de situatie helemaal anders. Ons bouwbedrijf kreeg minder werk, onze dakelementenfabriek kreeg geen opdrachten meer. Je ziet het wegglippen. Mijn vader heeft toen het faillissement aangevraagd na vele slapeloze nachten,’ vertelt Huiskens.

Bouwbedrijf Huiskens was een typische regionale aannemer. In 1977 werd de onderneming opgericht door zijn vader en diens broers. De familie maakte het bouwbedrijf groot. Het kantoor werd uitgebreid, de dakelementenfabriek kreeg er in 2006 nog vele vierkante meters bij. De banken financierden de expansie mee.

Zijn kantoor op het industrieterrein van Tubbergen oogt nu verlaten. Hier en daar brandt een tl-buis. Stemmen klinken er niet, geen telefoon rinkelt. Het geluid van een passerende auto breekt even de stilte. Aan de muur hangen foto’s van woningen die door de onderneming gebouwd zijn. Stoere huizen zijn het, gebouwd in de populaire jaren dertig-stijl. Ooit werkten er honderd mensen voor Huiskes. Dat waren de gouden jaren in de bouw. ‘Tussen 1996 en 2005 schoot echt alles als een komeet omhoog’, zegt Huiskes zacht.

Gouden jaren
De gouden jaren. ‘Het was de tijd van de internethype, de tijd van de zeepbel. Ik ging er vrolijk in mee.’ Architect Hans Kuiper (61) van het Haagse architectenbureau KOW speelde mee in de top. KOW, dat was pas een naam. KOW behoorde bij de top-3 van Nederland. Bijna tweehonderd mensen bevolkten het kantoor in de omgebouwde fabriekshal aan het Esperantoplein. Trendy zitplekjes, olijfbomen in de hal. Het kon niet op. Kuiper: ‘Het was de tijd van ambitie. Ik vond het leuk om te ondernemen. De opdrachten bleven binnenstromen. Dat geld investeerden we allemaal in nieuwe expansie. Ons kantoor had een vestiging in Shanghai. We bouwden in Qatar, dachten aan een kantoor in Istanbul. De banken smeten geld naar je toe om projecten uit te voeren.’

Staat de dode olijfboom in de fabriekshal symbool voor de neergang van een van Nederlands belangrijkste architectenbureaus? Het lijkt erop. Kuipers onderneming werd vorig jaar failliet verklaard. ‘Ik had nog nooit van insolventie-advocaten gehoord. Nu ken ik dat woord wel. Je leert heel wat bij in een dergelijke periode’, zegt hij half grappend. Terugblikkend kan Kuiper de periode nog aanwijzen waarin het mis ging. In 2007 draagt hij de dagelijkse leiding van KOW over aan een jong directieteam. Op de crisis die kort erna opduikt, reageert het nieuwe team traag. Ja, er wordt gesaneerd, medewerkers moeten vertrekken. Maar het ging niet snel genoeg, constateert Kuiper achteraf. De kosten bleven daardoor te hoog in een markt die compleet wegzakte. ‘In 2009 hadden we nog voor jaren werk. Er stond een berg opdrachten uit met een waarde van 20 miljoen. Toen viel één project stil, daarna nog één. En nog één. En nog eentje. Echt, die omzet was binnen een paar maanden verdwenen’, vertelt hij. Na vier ontslagrondes staat de personeelsteller op vijftig, en nog is het personeelsbestand te groot. Er heerst paniek. Kuiper grijpt in. De directie moet vertrekken. Samen met de nieuwe partner Tom Weghorst (47) probeert Kuiper het bijna failliete kantoor te redden. De schuldeisers werken niet mee. Het faillissement is een feit.

Paniek
Heerst er bij iedereen die betrokken is bij de bouwwereld paniek? Sinds 2008 zijn er al 43 duizend banen in de bouw verdwenen. Zo’n dertigduizend staan er op de tocht, waarschuwde een groep van vijftien branche- en werkgeversorganisaties onlangs (zie kader De bouw heeft hulp nodig). Het Rijk moet de geldstroom binnen de sector weer op gang brengen, anders gaat het mis.

Op de vijfde verdieping van het Eindhovens hoofdkantoor van aannemer Hurks Groep blaast een stormachtige wind golfjes in de vijver van het dakterras. De platanen voor het kantoor laten massaal de blaadjes los. Geert Hurks, de vierde generatie van de familie Hurks en bestuursvoorzitter van het gelijknamige bedrijf, merkt in zijn kantoor niets van de wind. ‘Stormt het buiten? Dat heb je hier in mijn kantoor niet in de gaten’, zegt hij en kijkt even naar buiten. Hij meent het echt. Je hoort de wind niet in zijn kamer. De bomen zijn nauwelijks zichtbaar.

De 48-jarige zit er ontspannen bij. Wie het jaarverslag van zijn bouwconcern doorbladert, ziet waarom. De cijfers spreken boekdelen. In de laatste vijf jaar laat het concern dat bij de grotere bouwers van Nederland hoort, behoorlijke winstcijfers zien. Ten opzichte van het recordjaar in 2008 is de nettowinst in 2011 weliswaar gedaald, maar met een nettoplus van 9,3 miljoen op een omzet van 272 miljoen is het resultaat toch nog sterk. De solvabiliteit (de financiële buffer op de balans) is met bijna 50 procent zondermeer stevig te noemen.

Les uit het verleden
De familie Hurks heeft geleerd van het verleden, zo blijkt. Tijdens de vorige, zeer grote bouwcrisis in de jaren zeventig (na de eerste oliecrisis) ging het mis met de aannemersgroep. Geert Hurks kan zich nog de zware gesprekken ‘aan de keukenktafel’ herinneren. Hurks: ‘Toen was Hurks al een groot bedrijf. We zijn niet failliet gegaan, maar het heeft er wel om gespannen.’ Sinds die crisis zit het risicomanagement bij Hurks er in gebakken. Die erfenis zorgde ervoor dat het bedrijf geen grote misstappen maakte in de gouden jaren. O ja, Hurks kan zich ook nog goed zijn concurrent-collega’s herinneren die hem vertelden dat hij niet ondernemend genoeg was. Eigenlijk was hij een sukkel, want geld moest rollen. Waarom leende Hurks geen geld bij de bank, vroegen ze nog aan hem. Maak gebruik van je leverage. De familie Hurks hield, en houdt, de banken op afstand. ‘Ik wil niet afhankelijk van een bank zijn’, vertelt de ondernemer. Daarnaast ging het familiebedrijf zuinig om met zijn centjes. De winst werd grotendeels teruggeploegd in het bedrijf. ‘Dankzij de goede tijden vulden we onze financiële buffer flink aan. Dan zit je er vandaag de dag in tegenstelling tot veel collega’s vrij relaxed bij’, zegt hij glimlachend.

Natuurlijk, ook Hurks heeft problemen. De firma wil groeien in onder meer China vanwege het gebrek aan opdrachten in Nederland bij de prefab-dochter. Projecten blijven lang in de la liggen bij opdrachtgevers. Ook zijn bedrijf heeft last van de moordende concurrentie. Maar mede door de sterke buffer kan Hurks het zich permitteren om na te denken over de tijd ná de crisis.

Dat heeft ervoor gezorgd dat Hurks de Zwolse aannemer Moes onlangs na een faillissement overnam, inclusief 73 mensen. Moes – ooit werkten er duizend mensen – bezit een goed relatienetwerk in de Randstad. Een van de overgenomen kantoren van Moes staat in Almere. ‘In de Randstad gaat het op bouwgebied gebeuren, zeker als je naar de demografische ontwikkelingen kijkt. We willen landelijk gaan werken, dus zeker in de Randstad. Vanuit Eindhoven kun je die regio moeilijk bereiken. Vanuit Almere wel. De Zwolse Moes-vestiging heeft daarnaast een goede verbinding met Utrecht.’

Denken aan de lange termijn, want ooit is ook deze crisis verdwenen, weet hij: ‘Ik heb Moes niet gekocht voor vandaag, en ook niet voor volgend jaar. Op een dag trekt de markt aan. Dan worden woningen weer betaalbaar. Dat herstel zal in de Randstad aanzienlijk sterker zijn dan in de provincie.’

Hurks profiteerde dus van het faillissement van Moes. Een doorstart was bij Moes niet meer mogelijk. Daarvoor waren de verliezen bij de projectontwikkeling te hoog opgelopen. Maar soms lukt een doorstart wel. Dennis Huiskes wilde graag verder. Zijn familie, inclusief zijn vader en broers van zijn vader, ondersteunde hem daarbij. Hij en een neef leiden nu de doorstart onder de naam Bouwgroep Huiskes. ‘Onze intentie was om door te gaan met een nieuw bedrijf. Ik heb er voor gestudeerd om op termijn ooit deze onderneming te leiden. Dat is na het faillissement sneller gegaan dan gedacht.’

De start is bescheiden. Uit de boedel werden vier nog niet afgebouwde woningen gekocht. Die worden nu afgebouwd. Tot aan de winter is de firma financieel onder de pannen. ‘Je kunt klanten niet in de steek laten’, vindt Huiskes. Nieuwe opdrachtgevers zijn in zicht. Een nieuwe website gaat binnenkort in de lucht. De kosten, hoe kan het ook anders, zijn radicaal verlaagd. Een familielid neemt op kantoor de telefoon op. Huiskens doet zelf de boekhouding. Huiskens: ‘Er zijn kansen nu. Je weet hoe je het bedrijf moet inrichten met de ervaringen uit de laatste twee jaar. Zo’n faillissement zal me niet snel nog een keer overkomen. Je moet hard werken om er weer bovenop te komen. Geen excuses meer, gewoon er keihard tegenaan.’ Dat doet de jonge directeur dan ook: hij werkt zes dagen in de week.

Acquireren
Hard werken doen ook architect Hans Kuiper en zijn financiële man, Tom Weghorst. Ook zij gingen voor een doorstart. Zevenentwintig medewerkers overleefden de malaise, 14 procent van het oorspronkelijke personeelsbestand. KOW is ondanks de radicale sanering nog steeds een van de grotere architectenbureaus van Nederland. Maar de overhead is verdwenen. ‘Kijk, hier hadden we vroeger een koffiemeisje voor’, grapt Kuiper als hij koffie gaat halen. Nieuwe afzetmarkten willen ze aanboren zoals projectmanagement voor hele wijken of complexen. KOW zoekt financiers voor projecten. Weghorst: ‘KOW zoekt naar projecten die vastgelopen zijn. Met mijn achtergrond als ontwikkelaar en belegger heb ik een financieel netwerk in de niet-bankensector. We gaan op zoek naar investeerders die een goed stedenbouwkundig ontwerp vlot willen trekken onder onze leiding.’ ‘Makkelijk is het niet’, zegt Kuiper: ‘We acquireren ons suf, gelukkig komt er af en toe wat binnen.’

Hoe de toekomst er voor de bouw uit zal zien, weten Huiskes, Hurks, Kuiper en Weghorst niet. Ooit zal de toekomst beter zijn, maar wanneer is totaal onduidelijk. Of zoals Kuiper het zegt: ‘De grote sport binnen de branche is momenteel het ontdekken van de eerste zwaluw die de lente aankondigt. Soms denk ik, ik heb die zwaluw gezien omdat we een bepaald soort opdracht krijgen. Soms.’

Hurks die pas herstel ziet opduiken na ‘zware’ jaren in 2013 en 2014, snapt heel goed dat deze overheid geen miljarden tevoorschijn zal toveren. Hurks: ‘Als ze een paar miljard extra zouden investeren, dan zou ik ze knuffelen hoor. Maar dat gaat niet gebeuren. Wat wel moet gebeuren is duidelijkheid bieden op gebied van de hypotheekrenteaftrek. Een verkeerde keuze is altijd nog beter dan geen keuze.’ Ook Kuiper en Weghorst pleiten voor meer duidelijkheid op de hypotheekmarkt. Huiskes hoopt bovendien dat de overheid starters op de woningmarkt extra wil helpen. Dat brengt de woningmarkt in beweging.

Een pleidooi voor flexibele arbeidsvoorwaarden wordt gevoerd op het ingekrompen kantoor van KOW. Hun medewerkers een baan voor onbepaalde tijd aanbieden, durven Kuiper en Weghorst niet. Daarvoor is de situatie te onzeker. Kuiper: ‘De arbeidscontracten lopen midden volgend jaar voor de derde keer af. Dan moet je ze volgens de wet een vast arbeidscontract geven. Maar de onzekerheid is nog te groot. KOW zou ze eigenlijk een vierde jaarcontract willen geven. Het zou mooi zijn als het nieuwe kabinet een vierde termijn mogelijk maakt, hoewel we weten dat onze medewerkers ook een huis willen kopen. Eigenlijk willen we een keuze tussen vast of tijdelijk helemaal niet maken, maar we moeten wel.’


De bouw heeft hulp nodig

Vijftien partijen uit de bouw- en woningmarktsector hebben een pakket noodmaatregelen voorgelegd aan Den Haag. Met dat hulppakket moet een eind gemaakt worden aan de malaise in de bouwwereld. Volgens Neprom, IVBN, Vastgoedpro, Vastgoedmanagement Nederland, VvE Belang, NVB, BNA, Aannemersfederatie Nederland, Bouwend Nederland, NLingenieurs, Fosag-Noa (schilders, onderhoud, glas), Hibin (bouwmaterialenhandel), NVTB (toeleveranciers), CNV Vakmensen en FNV Bouw zijn de maatregelen hard nodig. Drieënveertigduizend mensen verloren hun baan al in de bouw. Eén op de zes bedrijven die failliet gingen, was een bouwbedrijf. Op korte termijn zouden nog eens dertigduizend banen verloren kunnen gaan.

De bedenkers van het Nationaal Stimuleringspakket Woningmarkt, zoals het plan heet, willen onder meer dat kopers van energiezuinige nieuwbouwwoningen een premie krijgen. Verder moeten starters financieel tegemoetgekomen worden. De besluiten uit het begrotingsakkoord die het verstrekken van hypotheken belemmeren, moeten verdwijnen.

De informateurs Bos en Kamp ontvingen vorige week ook een brief van Bouwend Nederland, waarin voorzitter Elco Brinkman het nieuwe kabinet een aantal aanbevelingen geeft om de bouwmarkt vlot te trekken. ‘De bouwsector heeft de afgelopen jaren harde klappen gekregen en zet nu een rem op het herstel van de economie. Om die rem er af te halen en de bouw weer de motor van de economie te laten zijn, is het nodig dat investeringen in nieuwbouw, onderhoud en verduurzaming van woningen en andere gebouwen weer op gang komen. Op de voor onze economie essentiële investeringen in infrastructuur moet niet bezuinigd worden. Rust rond de hypotheekaftrek is een eerste vereiste voor het herstel van het consumentenvertrouwen’, aldus Brinkman.

Bouwend Nederland stelt daarom een aantal maatregelen voor. Waaronder:
  • Zorg dat starters een woning kunnen kopen. Geef banken daarvoor meer ruimte. Laat het Rijk een bijdrage leveren aan startersleningen. De overdrachtsbelasting voor deze groep moet geschrapt worden.
  • Laat huishoudens met een restschuld doorstromen naar een nieuwe woning. Banken (en AFM) moeten zich soepeler opstellen bij het meefinancieren van een restschuld.
  • Introduceer een fiscaal aantrekkelijke vorm van bouwsparen.
  • Stimuleer en beloon het aflossen van hypotheekschuld door banken de boetes bij (vervroegde ) aflossing te laten schrappen. Geef een rentekorting als de hypotheekschuld kleiner wordt.
  • Houd investeringen van corporaties op peil door ‘afromen’ van huren met verhuurdersheffing te voorkomen.
  • Breng investeringen in middensegment huursector door institutionele beleggers weer op gang.
Dit artikel komt uit de print Forum