Blijft Nederland hoofdkantorenland?

26-11-2009

Nederland huisvest van oudsher veel grote concerns. Die positie staat onder druk nu door de globalisering ook de hoofdkantoren steeds makkelijker verplaatst worden. Hoe plat wordt Nederland zonder hoofdkantoren?



Wederzijds profijt
Het rapport ‘Wederzijds profijt: de strategische waarde van de top 100 concernhoofdkantoren voor Nederland en van Nederland voor deze top 100’ is het resultaat van wetenschappelijk onderzoek onder leiding van professor Henk Volbeda van de Rotterdam School of Management. Dit onderzoek is gedaan in opdracht van VNO-NCW. Daarin werd gevraagd te onderzoeken wat het nut van hoofdkantoren is voor Nederland en hoe aantrekkelijk ons land is als vestigingsplaats voor hoofdkantoren.



De globalisering is al een tijdje bezig. Heeft Nederland eigenlijk nog wel zoveel hoofdkantoren?
Nederland scoort nog altijd zeker niet slecht. Met veertien concernhoofdkantoren van zeer grote internationale ondernemingen uit de Fortune Global 500 staat we op de zevende plaats in de top 10 van vestigingslanden van deze wereldwijde internationals (zie grafiek). Samen met Zwitserland is Nederland bovendien het enige land in die top 10 waarvan de omzet van die concerns groter is dan het bruto binnenlands product. De top 100 van de Nederlandse hoofdkantoren sturen wereldwijd 2 miljoen medewerkers aan met een omzet van zo’n 900 miljard euro, zo berekenden de onderzoekers (zie kader ‘Wederzijds profijt’). Het aandeel van de top 100 in de AEX-index is 80 procent. Bovendien kent Nederland nog veel hoofdkantoren van minder grote concerns.

Dat klinkt mooi, maar wat leveren die hoofdkantoren nu eigenlijk precies op?
Het nodige, direct en nog meer indirect. Het aantal werknemers op die kantoren is 29.000 fte met een totale loonsom van 4,5 miljard euro. Misschien niet direct een enorm aantal maar het gaat om vooral hoogwaardige banen en de top 100 hoofdkantoren zorgen daarnaast nog voor zo’n 62.000 fte aan indirecte werkgelegenheid. Voor het overgrote deel hoogwaardige werkgelegenheid via uitbesteding van werk aan onder meer de zakelijke dienstverleningssector. Daaraan geven ze meer dan 5 miljard euro uit. Daarnaast investeren de top 100 ondernemingen met hoofdkantoren voor honderden miljoenen in onderwijs en onderzoek binnen Nederlandse onderwijsinstellingen en voor 1 miljard in research and development. De onderzoekers noemen deze in harde getallen uit te drukken opbrengsten overigens het ‘topje van de ijsberg’.

Het topje van de ijsberg? Wat hebben we er dan nog meer aan?
Hoofdkantoren zorgen voor een aantal zaken die kleinere bedrijven niet bieden, constateert het onderzoeksrapport. Ze vormen een kweekvijver voor toptalent. Hoofdkantoren stoppen veel geld (zo’n 180 miljoen) in de ontwikkeling van hun werknemers en bieden internationale carrièrekansen. Dat maakt deze werknemers ook interessant voor de rest van het bedrijfsleven. Naar schatting zeshonderd van deze talenten bekleden op dit moment topposities elders.

En het belang voor onze dienstensector?
De hoofdkantoren fungeren volgens de onderzoekers daarnaast als een belangrijke katalysator voor de zakelijke en financiële dienstverlening. Denk aan kennis op het gebied van accountancy, juridisch-, fiscaal- en managementadvies, financiering en verzekeringen die wordt opgebouwd door de vraag hiernaar vanuit de hoofdkantoren. Datzelfde geldt voor R&D. Wereldwijd geeft de top 100 zo’n 8 miljard euro uit aan onderzoek en ontwikkeling. Zo’n 5 miljard daarvan slaat neer binnen Nederland, waarvan 1 miljard rechtstreeks besteed wordt door de hoofdkantoren. Ook andere hightechbedrijven worden hier wijzer van. Een goed voorbeeld is de High Tech Campus Eindhoven die in 1999 is opgericht door Philips en waar op dit moment meer dan tachtig bedrijven en kennisinstituten zijn gevestigd.

Dus we worden slimmer door de hoofdkantoren?
Jazeker, want de top 100 zorgt voor kennisoverdracht naar andere bedrijven en regio’s. De hoofdkantoren hebben een voorbeeldfunctie voor de rest van het bedrijfsleven en dragen bij aan de internationalisering van het Nederlandse bedrijfsleven, aldus het onderzoeksrapport. Ook zijn hoofdkantoren toonaangevende en veeleisende afnemers. Daarmee jagen ze andere bedrijven, overheden en onderwijsinstellingen op tot betere prestaties. Dat versterkt het internationale concurrentievermogen van Nederland.

Wij mogen dus blij zijn met de hoofdkantoren, maar zijn ze ook blij met ons?
Die vraag is voorgelegd aan topmanagers van de hoofdkantoren. Zij moesten aangeven hoe belangrijk ze bepaalde vestigingsfactoren vinden en hoe aantrekkelijk Nederland op die punten is.

En wat vinden ze nu écht belangrijk?
In de top 5: belastingen, belastingen, belastingen, belastingen (onder meer stabiliteit van het belastingregime, afspraken met de belastingdienst en hoogte van de tarieven) én de aanwezigheid van een hoogopgeleide beroepsbevolking. Verder zijn een goede infrastructuur op het gebied van ICT, gezondheidszorg, veiligheid, het leefklimaat, en een open multiculturele oriëntatie van onze samenleving van belang en een luisterend oor van de overheid. Plus een goede bereikbaarheid via de lucht.

En scoren we daar goed op?
Op de hoofdkantoren zijn ze behoorlijk blij met onze ICT-infrastructuur, veiligheid en gezondheidszorg. Ook Schiphol zorgt voor een dikke voldoende. Onze hoogopgeleide beroepsbevolking scoort een mager zeventje en alle factoren die met het belastingregime voor bedrijven te maken hebben schommelen tussen de zes en de zeven. Wel voldoende dus op zich.

Is die voldoende genoeg in vergelijking met de concurrentie?
De landen die op de hoofdkantoren vooral in beeld zijn als alternatieve vestigingslocatie zijn de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk, Zwitserland en Singapore. Nederland is geen toppertje zo leidt het onderzoeksteam af uit gegevens van het World Economic Forum. Meer een middenmoter: op vijf belangrijke locatiefactoren eindigt Nederland telkens op de derde of vierde plek (zie grafiek In de race). Er is dus voor Nederland wel werk aan de winkel om dit te verbeteren.

Zijn ze hun koffers al aan het pakken op de hoofdkantoren?
Nou, dat valt ook wel weer mee. 56 Procent van de top 100 hoofdkantoren verwacht binnen nu en vijf jaar geen vertrek van een of meer onderdelen van het hoofdkantoor en 29 procent denkt eraan hooguit één onderdeel te verplaatsen. Het overgrote deel (85 procent) is dus niet van plan is direct zijn biezen te pakken. Slechts 2 procent heeft plannen om het complete hoofdkantoor te gaan verplaatsen.

Behoorlijk honkvast dus die hoofdkantoren…
Ja, maar dat is geen automatisme. Want uit het onderzoek blijkt ook dat ondernemingen in die Top 100 die het minst positief zijn de grootste kans hebben om delen van hun hoofdkantoor te laten vertrekken. Een barrière om te vertrekken vormt het gebrek aan bereidheid van in Nederland wonend talent om zich in het buitenland te vestigen. Ook de kosten vormen een beletsel. De onderzoekers tekenen wel aan dat de samenstelling van de topbestuurders steeds internationaler wordt en dat daarmee de vanzelfsprekendheid van Nederland als vestingingsland kleiner wordt.

Is de kredietcrisis ook nog van invloed?
De onderzoeksgegevens dateren van de zomer van 2008, dus nog voor de kredietcrisis. Het ligt voor de hand dat bedrijven sindsdien nog meer op de centen zijn gaan letten. Het kan dus geen kwaad als de overheid de factoren die te maken hebben met het belastingregime goed in de gaten houdt en waar mogelijk verbetert. Ook zal de manier waarop de overheid inspeelt op de effecten van de crisis een belangrijke factor zijn geworden. Leiderschap hierin door de Nederlandse overheid kan de strategische waarde van Nederland voor hoofdkantoren zeker positief beïnvloeden, aldus de onderzoekers.








Nederland belastingparadijs?
Op 18 oktober werd in het televisieprogramma Zembla beweerd dat de Nederlandse schatkist maar liefst 16 miljard euro winstbelasting van multinationals misloopt. Multinationals treffen hier een waar belastingparadijs, zo was de suggestie. Staatssecretaris van Finananciën De Jager voelde zich genoodzaakt dit beeld recht te zetten in een brief aan de Tweede Kamer. Professor Michielse van de Universiteit Utrecht heeft een verkeerde berekening gemaakt, schreef De Jager. Michielse kwam tot dit bedrag door te berekenen wat het zou opleveren als Nederland belasting zou gaan heffen over de winsten van buitenlandse dochterondernemingen. Dit is echter zo slecht voor de concurrentiepositie van het Nederlandse bedrijfsleven en voor de werkgelegenheid dat het naar alle waarschijnlijkheid geen extra opbrengst zou opleveren. Het dubbel belasten van winsten zou ook het risico met zich mee brengen dat hoofdkantoren naar het buitenland verdwijnen. Hierdoor zal Nederland echt belastingopbrengsten mislopen.

Bovendien is het al sinds 1918 ongebruikelijk om winsten die in het buitenland worden belast, ook nog in Nederland te belasten. Dit geeft in Nederland gevestigde concerns in het buitenland een zelfde concurrentiepositie als het lokale bedrijfsleven.

Dat Nederland geen belastingparadijs voor multinationals is, blijkt ook uit dit nieuwe onderzoek van de Rotterdam School of Management. Het belastingregime vormt een zeer langrijke vestigingsfactor voor de in Nederland gevestigde hoofdkantoren maar tegelijkertijd scoort Nederland hier minder goed op dan concurrerende vestigingslanden als de Verenigde Staten, Zwitserland en Singapore.
Dit artikel komt uit de print Forum