Battle from Britain

De Engelse regering heeft de aanval ingezet. Het eiland moet veel aantrekkelijker worden voor internationale hoofdkantoren. Maar die wil Nederland ook binnenhalen. Moeten we een ‘nieuwe Michiel de Ruijter’ in stelling brengen?

De afgelopen jaren ontvluchtten steeds meer Engelse bedrijven het belastingregime van Groot-Brittannië. Naar fiscaal vriendelijke landen als Ierland en Zwitserland. Daar kon de Britse minister van Financiën George Osborne wel begrip voor opbrengen, bleek op 23 maart tijdens de jaarlijkse begrotingsbehandeling van zijn ministerie. "Laten we eerlijk zijn, Groot-Brittannië is niet de beste plek om een bedrijf te beginnen, te financieren of uit te breiden", betoogde hij. "Het laatste decennium zijn we voorbijgestreefd door Duitsland, Denemarken, Finland en Nederland."

Maar de Engelse regering heeft een cunning plan, een geslepen plan: de belastindruk moet omlaag. “Want”, zei Osborne, "Groot-Brittannië had ooit de op twee na laagste belastingdruk van Europa, maar staat nu op de zesde plaats van onderen." De Britse minister van Financiën kondigde aan de belastingen voor bedrijven in drie jaar tijd te verlagen van 26 naar 23 procent. Daarmee krijgt het eiland volgens Osborne de laagste belastingdruk van de G7: "Zestien procent minder dan de Verenigde Staten, 11 procent lager dan Frankrijk en 7 procent lager dan Duitsland."

Oppassen
Door belastingverlagingen hoopt Osborne dat bedrijven niet alleen met hun hoofdkantoor op het eiland willen blijven, maar dat zich daar ook nieuwe multinationals vestigen. Daarmee zit Engeland in het vaarwater van de Nederlandse overheid. Die wil van Nederland ook een toplocatie wil maken voor internationale hoofdkantoren. Het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie heeft er zelfs een speciale adviesgroep voor in het leven geroepen.

Volgens de Rotterdamse hoogleraar Henk Volberda, die in die adviesgroep zit, moet de Nederlandse overheid op haar tellen passen. Niet alleen om de door Osborne aangekondigde maatregelen, maar ook om het signaal dat er van uit gaat. Uit het onderzoek naar vestigingsvoorwaarden, waar hij in 2009 aan mee werkte, bleek dat de meeste bedrijven die overwogen om hun hoofdkantoor uit Nederland te verplaatsen, dachten aan Engeland.

Maar Volberda maakt zich vooral zorgen over de aantrekkingskracht voor Nederland als vestigingsplek voor de regionale hoofdkantoren van Aziatische bedrijven. "Steden als Londen en Manchester zijn een hot spot voor talent. Verder heeft Groot-Brittannië veel kennismigranten uit Azië. Dat is belangrijk, want de bedrijvigheid zal zich de komende jaren alleen maar meer oostwaarts verplaatsen. Engeland heeft daar historisch goede contacten."

"Samen met de aanwezigheid van talent is belasting een belangrijke reden voor vestiging", zegt Volberda. "Maar daar wordt op meerdere manieren naar gekeken. Bedrijven kijken ook hoe goed ze afspraken kunnen maken met de Belastingdienst, bijvoorbeeld over hoe andere divisies worden beoordeeld. En ook de individuele tarieven voor hun expat-personeel tellen mee in de beoordeling. Qua belastingdruk is Nederland een middenmoter, maar de betrouwbaarheid van de overheid en de stabiliteit van ons fiscale systeem worden bovengemiddeld goed beoordeeld."

Aanval
Er is dus wel reden voor de Nederlandse overheid om goed op te letten nu de Britten de aanval openlijk hebben geopend. Hoofdkantoren in Nederland krijgen steeds meer vragen van financiële markten en aandeelhouders over de keuze van hun vestigingsplaats. Het kabinet moet er in elk geval voor zorgen dat de positie van Nederland niet verslechtert. Niets doen, is geen optie. Een goede tegenmaatregel is in elk geval een verlaging van de vennootschapsbelasting die nu op maximaal 25 procent staat. Daarnaast wordt het tijd om de dividendbelasting te schrappen. Concurrerende landen hebben dat al gedaan en ook de EU kijkt kritisch naar de Nederlandse heffing. Deze belasting op uitgedeelde winst lijkt steeds meer een belangrijke hindernis te worden voor de vestiging van hoofdkantoren.

Dat de Engelsen nu de aandacht op zichzelf hebben gevestigd, is dan toch bedreigend. Volberda. "Je kunt een belastingverlaging het best in drie delen uitvoeren, want dan heb je drie keer aandacht. Je kunt dan drie keer roepen dat je bezig bent het internationale bedrijfsleven te pamperen."

Maar minstens zo belangrijk is dat de overheid ervoor moet zorgen dat het aantrekkelijk wordt om vanuit Nederland de financiële zaken voor een concern te regelen, dat de treasury zich binnen de grenzen vestigt. Doorgaans is het zo dat waar de schatkistbewaarders zijn, ook de bestuurstop zit. Dat plan uitwerken is een mooie klus voor de werkgroep Hoofdkantoren waar Volberda in zit, want eerdere plannen van de Nederlandse overheid strandden onder andere op EU-regelgeving.

En dan kan ook meteen gekeken worden naar het r&d klimaat, vindt de Rotterdamse hoogleraar."Hoofdkantoren bestaan uit meerdere componenten", zegt Volberda. "Ze kunnen fiscaal ergens gevestigd zijn, maar ook statutair, met de directie of corporate r&d. Hoe meer van die elementen, zetels, er zijn, hoe waardevoller de vestiging is voor de economie. Eigenlijk zou je als land behalve de raad van bestuur, de fiscale zetel en de statutaire zetel ook corporate r&d en de ondersteunende afdelingen binnen je grenzen willen hebben." Maar, voegt hij er aan toe, als een bedrijf besluit om één zetel te verplaatsen, is de kans groot dat andere onderdelen volgen.


Wie is Henk Volberda?

Henk Volberda is hoogleraar Strategisch Management en Ondernemingsbeleid aan de Rotterdam School of Management van de Erasmus Universiteit. In 2009 schreef hij mee aan het rapport Wederzijds Profijt over de omstandigheden die bepalen waar grote multinationals hun hoofdkantoor vestigen. Sinds kort zit hij in de commissie die voor het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie gaat uitzoeken hoe Nederland zo aantrekkelijk mogelijk gemaakt kan worden voor concernhoofdkantoren.




Waarom kiezen hoofdkantoren voor Nederland?

Volgens de Rotterdamse hoogleraar Henk Volberda, die in de adviesgroep Hoofdkantoren zit, zijn de zeven belangrijkste factoren voor de keus voor Nederland:

  1. Talent
  2. Belasting
  3. Wetgeving
  4. Infrastructuur
  5. Kwaliteit van leven
  6. Afstand tot de stakeholders
  7. Clusters gelijksoortige bedrijven


Bron: Wederzijds Profijt: de strategische waarde van de Top-100 concernhoofdkantoren voor Nederland en van Nederland voor deze Top-100

Dit artikel komt uit de print Forum