‘Veertig jaar verwaarlozing, kun je niet in één jaar repareren’

21-05-2014

Een jaar nadat Rana Plaza instortte, wordt gekeken naar de vooruitgang die de kledingindustrie boekt bij het verbeteren van arbeidsomstandigheden. Het gaat de ngo's niet hard genoeg. 'Gaat het zoals we het graag zouden willen? Clearly not.'

Overtuigender en schrijnender kon het niet. Rana Plaza, een complex met winkels, een bank en vijf kledingbedrijven, in Bangladesh stortte vorig jaar in omdat het aan alle kanten illegaal was verbouwd en uitgebreid. Er kwamen elfhonderd mensen om en tweeduizend raakten gewond. Wereldwijd werd er schande van gesproken dat – ook Nederlandse bedrijven – onder dergelijke condities hun kleding lieten maken. Minister Ploumen van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking schoot uit haar slof en nagelde een aantal Nederlandse kledingbedrijven aan de schandpaal. Onterecht, naar later bleek. Ook het Europarlement sprak zich uit voor betere arbeidsomstandigheden in de kledingindustrie.

Ondertussen waren kledingbedrijven, ngo's en vakbonden een vijfjarig verbeterplan overeengekomen: het Accord on Building and Fire Safety Bangladesh. Afgelopen maand was het een jaar na de ramp in Bangladesh en dus tijd om in alle media te reflecteren over de huidige stand van zaken. De reacties waren voorspelbaar. Kledingbedrijven vinden dat er flinke stappen zijn gezet, Ngo's vinden de vooruitgang te langzaam gaan. Volgens ngo Rank a Brand gaat het zelfs tergend traag. 'In mijn optiek zijn vrijwel alle arbeidsproblemen gerelateerd aan de huidige hongerlonen', zei Niels Oskam van Rank a Brand in weekblad Vrij Nederland.

Philip Chamberlain, directeur Sustainable Business Development voor C&A in Brussel, kan wel tegen de druk die de buitenwereld op de schouders van de bedrijven legt. 'Ik heb er geen probleem mee dat de buitenwereld ons met argusogen volgt', zegt Chamberlain. De Engelsman leidt de duurzame initiatieven van C&A en komt ook veel in Bangladesh. 'Om de industrie te verbeteren, moeten alle belanghebbenden meedoen in het debat.'

Een jaar is wel wat kort om veel te verwachten, vindt Chamberlain. 'Gaat het zoals we het graag zouden willen? Clearly not. Is het een lang proces? Clearly so. Je kunt niet in twaalf maanden repareren waar we vier decennia geen aandacht voor hebben gehad. We hebben wel werkomstandigheden, maar nooit de constructie van de fabrieken gecontroleerd. Dit is een echte systeemverandering, het Accord is tamelijk revolutionair. Er zijn 162 wereldmerken die zich daar juridisch aan hebben verplicht. Maar om de controles van het akkoord uit te voeren, moet je een organisatie opbouwen. Dat kost tijd. Het heeft alleen al drie of vier maanden gekost om de uitvoerende stichting in Nederland geregistreerd te krijgen. In die tijd kun je nog geen mensen aannemen. En waar haal je de expertise vandaan? Je kunt je voorstellen dat het opbouwen van een team in Bangladesh nog langer duurt en het is wel de bedoeling dat zij op termijn de controles overnemen.' Chamberlain ziet het programma in Bangladesh als een leerperiode. 'Ik hoop dat we de ervaring die we hier opdoen kunnen meenemen naar andere landen waar we kleding laten produceren', zegt hij.

Thank you very much
Hoewel je zou denken dat er in Bangladesh voldoende steun zou zijn om de omstandigheden in de kledingindustrie te veranderen, ligt dat volgens Chamberlain op zijn zachtst gezegd genuanceerd. Op de vraag waarom C&A niet gewoon iets meer betaalt voor een overhemd, volgt een hoorbare glimlach. 'Als wij iets meer betalen, wil dat niet zeggen dat de omstandigheden verbeteren. De kans is groot dat het geld in de zakken van de lokale ondernemer verdwijnt als extra winst, thank you very much. Als je kijkt naar de cijfers blijkt dat de export van kleding uit Bangladesh met 16 procent is gegroeid ten opzichte van twaalf maanden geleden. Ik hoor lokale ondernemers en politici daar zeggen: 'Waarom veranderen, we doen het prima, kijk maar naar de cijfers.' Op dat soort momenten moeten wij blijven zeggen dat het niet gaat om kwantiteit, maar om kwaliteit.' En daarmee sluit het beleid weer aan bij die van ngo Schone Kleren Campagne, die ook concludeert dat het vooral de druk van inkopers is die lokale ondernemers en politici overstag doet gaan.

Toch is er volgens Chamberlain het afgelopen jaar vooruitgang geboekt. 'Tot nu toe zijn er vierhonderd inspecties geweest. De resultaten daarvan worden openbaar gemaakt en datzelfde geldt voor de actieplannen die daaruit zijn voortgekomen. Het is voor het eerst dat zoiets gebeurt. Acht fabrieken zijn ook gesloten omdat de panden onveilig waren. Daarvan zijn er overigens vier weer open nadat ze aanpassingen hebben gedaan, zoals het afsluiten van delen van het bedrijfspand. Eind oktober zijn waarschijnlijk alle zeventienhonderd fabrieken die onder het Accord vallen een keer geïnspecteerd.'

Lokale weerstand
Het Accord on Building and Fire Safety Bangladesh geldt in eerste instantie voor vijf jaar, maar Chamberlain verwacht wel langer bezig te zijn. En het is maar goed ook dat hij de tijd neemt. Als iemand weet hoe lang het verbeteren van de wereld kan duren, is het Eric Jan Schipper. Nu manager HRM & Public Affairs bij Intergamma, de moedermaatschappij van doe-het-zelfketen Gamma. Schipper was begin jaren negentig een van de initiatiefnemers van het FSC-keurmerk voor verantwoord hout. 'Hmmm, wanneer zijn we begonnen? Twintig jaar geleden en we zijn nog steeds bezig', mijmert hij.

Lokale weerstand hoort bij het veranderingsproces, meent Schipper. 'Daarvoor hoef je niet naar Azië, dat hadden wij al bij houtleveranciers in Zweden. Die zaten niet te wachten op ons keurmerk, ze vonden dat ze het zelf heel goed deden. We hebben constant medestanders gezocht, tot we zoveel massa hadden dat de Zweden wel overstag moesten gaan. Sommige producten kun je nu alleen nog maar FSC krijgen, ook als je dat niet per se wilt. Het loont niet om een niet-FSC lijn in stand te houden.'

En je moet niet alleen blijven zeuren, maar ook laten zien dat je meent wat je zegt. De verplichting die de kledingbedrijven zijn aangegaan om de komende vijf jaar niet uit Bangladesh te vertrekken, is daar volgens Schipper een goed voorbeeld van. 'Als je in Azië tegenstand ondervindt, zit er niets anders op dan proberen de lokale mensen te overtuigen dat jouw aanpak is wat de markt wil. En maak duidelijk dat je niet vrijblijvend om iets vraagt. Dat is minstens zo belangrijk, je moet commitment tonen. Wij kregen wel eens FSC-hout dat krom was en van slechte kwaliteit. Dat wil je niet in je schappen leggen, dat koopt niemand. Op zo'n moment moet je terug en onderhandelen hoe je die tegenslag oplost. Je moet niet meteen je handen aftrekken van zo'n leverancier. Als je meteen weggaat omdat de kwaliteit niet is wat je verwacht of omdat je elders een lagere prijs kunt krijgen, is je project mislukt. Die lokale mensen hebben ook geïnvesteerd, dat doen ze geen tweede keer.'

Massa maken
Een jaar is wel wat snel om te roepen dat verandering te langzaam gaat, is Schipper het eens met Philip Chamberlain van C&A. 'Na een jaar ben je net begonnen', zegt Schipper. 'Nu is een gelijk speelveld maken heel belangrijk. Massa maken met medestanders, vooral op internationaal niveau. Nederland is maar nietig in de wereld. Wij denken dat het anders is, maar Nederland is een heel kleine speler.'

Lees ook 'Onverwachte liefde' in Forum van 11 augustus 2011

Meer over het Accord on Building and Fire Safety Bangladesh is te vinden op bangladeshaccord.org


Regels… om gek van te worden

Overheden mogen graag roepen dat het bedrijfsleven de wereld moet verbeteren. Het helpt wel als bedrijven dan worden gestimuleerd. Zelfs goede regels zitten soms in de weg. Twintig jaar ervaring met wet- en regelgeving heeft Eric Jan Schipper van Intergamma wel eens grijze haren bezorgd. 'Ik vind het bijvoorbeeld raar dat hout met een geaccepteerd keurmerk geen green lane krijgt als het de EU in gaat', noemt Schipper als voorbeeld. 'De regels van de EU zijn echt minimaal vergeleken met FSC, maar toch moet duurzaam hout de hele administratie door. In Nederland hebben we hetzelfde probleem binnen de Green Deal Duurzaam Hout. Je mag van de EU niet voor de troepen uit lopen. Toen het verbod op de gloeilamp erdoor kwam, wilden wij als verkopers in Nederland die lamp gelijk helemaal uit het assortiment doen. Maar dat mocht niet van de mededingingsregels: kartelafspraak. Het moest gefaseerd, terwijl de handel dat eigenlijk niet wilde. Dat snap ik niet, regelgeving moet helpen, niet tegenwerken.'
Dit artikel komt uit de print Forum