'Ondernemers mekkeren teveel'

Het wordt gemeenten veel te gemakkelijk gemaakt met ondernemers te concurreren, vindt Chris Fonteijn. Twee jaar is hij nu bestuursvoorzitter van de Autoriteit Consument en Markt. Een succesperiode, zegt hij. En één van ergernissen. 'Misschien laten ondernemers zélf wel kansen liggen.'

Chris Fonteijn zit nu twee jaar in het zadel als 'supertoezichthouder' van de Autoriteit Consument en Markt, ontstaan uit het samengaan van de OPTA, de NMa en de Consumentenautoriteit. Sinds een halfjaar werken de vijfhonderd medewerkers van de toezichthouder 'flexibel'. Ook Fonteijn, die daar duidelijk nog een beetje aan moet wennen, heeft geen eigen kamer. 'Maar', zegt hij, 'ik vind het wel een goede zaak, hoor. Zo zorg je ook dat mensen van verschillende afdelingen elkaar tegenkomen.'

En, is zo'n machtige toezichthouder de afgelopen twee jaar een succes gebleken?
'Voor ons is het een groot succes. Vooral omdat er nu heel actief kennis wordt uitgewisseld en het besef is ontstaan dat op verschillende manieren problemen kunnen worden oplost. Om een voorbeeld te noemen: mededingingsmensen beseffen nu dat er ook consumenten zijn.'

Veel successen van de ACM zitten dan ook in de consumentenhoek. Huurbemiddelingskosten zijn afgeschaft, foute reiswebsites worden aangepakt. Wat heeft u voor ondernemers gedaan?
'Ook voor ondernemers zijn we succesvol geweest. Laat ik voorop stellen dat ondernemers blij moeten zijn met goed consumententoezicht. Alles wat we doen wordt als lastig gezien door degenen die we aanpakken, maar het helpt wel de ondernemers die er last van hebben. Als wij foute vliegmaatschappijen aanpakken, heeft dat voordelen voor de goeden. Dat lukt beter dan voor de fusie.'

Een concreet voorbeeld van een succes dat niet in de consumentenhoek zit?
'We hebben onderzoek gedaan naar mogelijk machtsmisbruik van Buma/Stemra en ervoor gezorgd dat dat muziekondernemers meer keuze krijgen in welke rechten ze daar onderbrengen. Dat is een succes voor deze ondernemersgroep. Maar nogmaals, bij alles wat we doen profiteren de ondernemers die niet meedoen aan prijsafspraken of die geen regels overtreden.'

Bent u de afgelopen twee jaar druk bezig geweest met manifesteren van de ACM? Het is toch een nieuwe organisatie.
'Men moet weten dat je er bent. Een nieuwe toezichthouder moet in de markt worden gezet. Niet alleen door boetes op te leggen, maar ook door het geven van spreekbeurten en het bezoeken van congressen. Ik ben veel de boer op geweest. Ook omdat we een bepaalde stijl van toezicht hebben: de ACM is er niet alleen om boetes op te leggen, maar om problemen op te lossen. Ook als het gaat om problemen waar ondernemers tegenaan lopen.'

Dan heeft u vast gehoord dat ondernemers met de Wet Markt en Overheid in hun maag zitten. Uw onderzoek naar de werking van die wet heeft precies aangetoond waar ondernemers voor vrezen: veel gemeenten scharen activiteiten zoals parkeergarages en sportaccommodaties onder het algemeen belang, terwijl bedrijven oneerlijke concurrentie ervaren. Is de ACM niet gewoon een tandeloze tijger als het gaat om die wet?
Fonteijn begint te lachen. 'Dat is een kreet.' Dan serieuzer: 'De politiek bepaalt de reikwijdte van de wet. Als dit er na eindeloos gelobby, gedoe en gepraat – want ik geloof dat de politiek tien jaar bezig is geweest met het opstellen van die wet – uit komt, dan kunnen wij alleen maar zeggen: 'dit heeft de wetgever zo bedoeld.' Als ik de bal mag terugkaatsen: als je wel de bevoegdheden hebt, maar je gebruikt ze niet, dan ben je een tandeloze tijger. Snap je? Maar dat is hier niet zo.'

U wilt gemeenten wel aanpakken, maar u kunt het niet. Toch een tandeloze tijger dus.
'Ik ben het wel met ondernemers eens dat je een hele hoop kracht uit de wet haalt als je vrij gemakkelijk onder het mom van algemeen belang uitzonderingen kunt maken. Maar daardoor is de ACM geen tandeloze tijger. Wij hebben niet de bevoegdheden - de tanden van de tijger - gekregen om er iets aan te doen.'

En als u de wet mocht aanpassen?
'Laat ik voorop stellen dat ik vind dat er voor overheden mogelijkheden moeten zijn om zaken zelf te regelen. Zoals sportaccommodaties. Maar gemeenten moeten ook ontzettend uitkijken dat ze niet doen wat de markt ook kan regelen. Zo'n algemeen belang uitzondering is een te makkelijke escape. Die mag van mij uit de wet. Dit jaar wordt de wet geëvalueerd en zal het effect waarschijnlijk te beperkt blijken, om het voorzichtig te stellen.'

'Maar ik denk zelf dat een goede, felle ondernemer ervoor zorgt dat de gemeente helemaal niet de neiging heeft om van alles zelf te regelen - die ziet dit als een kans. Die gaat zélf naar de gemeente toe en biedt zichzelf aan. Daar kunnen ondernemers soms eindeloos over emmeren. Moet zo'n wet ondernemers wel beschermen? Ondernemers moeten juist agressief en fel zijn en hun kansen pakken.'

Ondernemers klagen te snel, zegt u?
'We hebben heel veel klachten en opmerkingen gekregen van ondernemers over gemeenten. Het verdrietige is dat die grotendeels niet onder ons bereik vallen. Bijvoorbeeld omdat iets geen economische activiteit is, of omdat het gaat om inbesteding of subsidies of dat het algemeen belang principe is toegepast door de gemeente. Slechts in een kleine minderheid van de signalen kunnen we in actie komen.'

Voor een ondernemer is oneerlijke concurrentie fnuikend. Daar is nu ook de trend van inbesteden – werk dat voorheen werd uitbesteed aan de markt wordt weer door de overheid zelf gedaan – bij gekomen. Wat doet u daar tegen?
'Als overheden niet mogen inbesteden en alles aan de markt moeten overlaten, wordt het een moeras. Ik ben een beetje huiverig - en dat zou je wellicht niet denken van een toezichthouder - om elk probleem onmiddellijk met regels op te lossen. Ik denk zelf dat ondernemers misschien wel kansen laten liggen. Ga ondernemen en niet zo mekkeren, denk ik dan.'

Bij uw aantreden heeft u gezegd verder te zullen kijken dan wat er letterlijk in de wet staat
'Klopt, we kijken niet zo zeer of de mededingingswet is overtreden, maar ook of er problemen zijn in de markt die we kunnen oplossen. We gaan niet op onze handen zitten. Zo hebben we bijvoorbeeld onderzocht waarom merkloze geneesmiddelen zo moeizaam op de markt komen. Als je kijkt naar de Mededingingswet is er niet voldoende bewijs om aan te tonen dat fabrikanten van dure geneesmiddelen zich schuldig maken aan machtsmisbruik. Maar dat betekent niet dat er geen problemen zijn. Daarvoor vraagt de ACM aandacht en probeert dat op te lossen.'

Maar dan vermeng je eigenlijk toezicht en beleid. Is dat wenselijk?
'We zijn er om problemen aan te kaarten. Ik vind wel dat wij tegen de politiek en tegen de minister mogen zeggen dat dit een issue is. Ook al is de wet niet overtreden.'

Is dat dan de toekomst van toezicht? Niet alleen maar toetsen aan regeltjes?
'Je moet een harde toezichthouder zijn, die niet alles oplost met overleggen. Er zullen altijd boetes en harde interventies zijn. Maar tegelijkertijd geloof ik dat als je die geloofwaardigheid hebt je een heleboel kunt bereiken met overleg. Die stijl gaat voortgang vinden in het toezicht en past ook bij mij. Ik ben pragmatisch als voormalig advocaat en erg van het oplossen van situaties. Ik weet hoe moeizaam, lang, duur en onvoorspelbaar rechtszaken kunnen zijn. Niet zolang mogelijk procederen, maar oplossen. Dat breng ik met mij mee.'

Binnenkort brengt de ACM een rapport uit over zogenoemde verticale overeenkomsten. Dat zijn deals tussen ondernemers vaak met als doel een product goedkoper of via een alternatief kanaal aan de consument aan te bieden. Ook innovatieve bedrijven als Uber en Booking.com, die met hun diensten soms langs de randen van de wet scheren, worden besproken. Onontgonnen terrein als het gaat om mededinging, waar de ACM over moet oordelen. Fonteijn: 'Er wordt flink geïnnoveerd door dat soort bedrijven en de heersende orde heeft daar last van. Dan moet je niet gelijk de dijkbewaking instellen om ontwikkelingen tegen de houden. Natuurlijk staan de taxibranche en de hotelwereld op zijn kop. Maar laat dat dan ook een enorme zet zijn om zelf te innoveren.'

Maar soms willen ondernemers innoveren en dan lopen ze tegen een muur aan. Neem de kip van morgen: vleesindustrie en supermarkten willen afspraken maken over diervriendelijke en duurzame kip om tegemoet te komen aan wensen van de consument. Maar van u mag het niet.
'Het is maar de vraag of dit innovatie is. Wij hebben gekeken of zulke afspraken in strijd zijn met de mededingingswet en dat zijn ze. Daarna hebben we gekeken of de overtreding te verdedigen valt omdat de voordelen voor de consument groter zijn dan het nadeel van de overtreding. Onze conclusie is dan niet: het leven van de kip wordt er nauwelijks beter op en de consumenten gaan meer betalen. Ik vind dit weer het voorbeeld van een kans voor ondernemers om zich te onderscheiden van de rest. Waarom moeten álle kippenboeren en álle supermarkten samen afspraken maken?'

Ook de staatssecretaris was teleurgesteld.
'Soms moet je durven teleurstellen. Wij hebben gezegd dat we twijfelen aan de voordelen van die verbeterde kip. Ik zeg niet dat we het heilige gelijk in huis hebben. Als de politiek voorstander is van betere kip, kan ze ook zelf met regels komen. Maar ik weet niet of dat de juiste oplossing is. Dan zeg ik opnieuw: ondernemer, onderscheid je.'

Mist u dat soms bij ondernemers?
'Ja. De voorzitter van Bouwend Nederland, Maxime Verhagen, riep de overheid vorige week op buitenlandse bouwbedrijven te vermijden bij aanbestedingen. Ik dacht: 'Man, ga zelf in Duitsland werken. Je wilt toch ook niet dat België en Duitsland onze bedrijven weren?' Je zult als ondernemer structureel je eigen bedrijf moeten innoveren en gezond houden. En niet roepen: 'Sluit de markt af'. Dat vind ik dus helemaal de verkeerde weg, zeker als je naar het verleden van die sector kijkt.'

'Ik begrijp wel dat het momenteel crisis is in de bouw, maar men moet niet terugvallen in kartelvorming. Ik dacht dat de bouw dat inmiddels achter zich had gelaten.' Dan, lachend: 'Ik zou eigenlijk ondernemer moeten worden.'

Wie is Chris Fonteijn?

Chris Fonteijn (60) studeerde rechten in Leiden. Vanaf 1980 was hij werkzaam als advocaat bij het Rotterdamse kantoor NautaDutilh, waar hij in 1988 partner werd. Hij specialiseerde zich in ondernemings- en energierecht en werkte een aantal jaren voor NautaDutilh in het Midden-Oosten. In 2005 werd hij voorzitter van het college van OPTA, de Onafhankelijke Post- en Telecommu-nicatie Autoriteit en in 2011 voorzitter van de raad van bestuur van de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa). Sinds 2013 is hij bestuursvoorzitter van de Autoriteit Consument en Markt.

Dit artikel komt uit de print Forum