Overheid moet beter weten dan bezuinigen op meetlab

20-10-2016

Sommige battles zijn het waard om keer op keer te voeren. Neem de voorgenomen korting van 1 miljoen op het budget van het Van Swindenlaboratorium (VSL), vroeger ook wel bekend als het Nederland Meetinstituut. Er zijn maar weinig Nederlandse instituten die met zo'n klein budget en zo weinig medewerkers zoveel bedrijven én overheden van dienst zijn. Niet zo verwonderlijk dus dat de Tweede Kamer vorig jaar voor het instituut op de bres sprong en de voorgenomen bezuiniging wist op te schorten. In Nederland zijn ruim 650 bedrijven, groot en klein, direct afhankelijk van VSL. En dat zijn zeker niet de minste: Philips, ASML, Shell en VDL gebruiken de meetstandaarden van het instituut. En een veelvoud van die 650 heeft indirect te maken met VSL. Onbegrijpelijk dus dat de 'taakstelling' van 1 miljoen voor VSL dit jaar door het ministerie van Economische Zaken toch weer wordt opgevoerd.

Nadelig voor mkb
Al helemaal omdat de routes die door het ministerie van EZ zijn verkend om de effecten van de taakstellingen te beperken (te weten Europese specialisatie en tariefsverhogingen) geen soelaas bieden. Sterker nog, met name de route van tariefsverhoging kan nadelig uitpakken voor het mkb. Uit de studie van Panteia blijkt bovendien dat Nederland internationaal bezien relatief weinig publiek investeert in metrologie. Ondanks deze constateringen kiest het kabinet er toch voor de bezuinigingen door te zetten en een scenario uit te werken van het schrappen van een technologie specialisatiegebied. EZ geeft daarbij zelf aan dat de effecten van deze taakstelling nog onhelder zijn. Dat is natuurlijk zeer ongewenst en des te meer reden om de geplande bezuiniging terug te draaien. 

Belangrijke speler
Ook voor de toekomst is metrologie essentieel. Inzetten op technologische innovatie heeft geen zin als er niet proactief nieuwe meetstandaarden ontwikkeld worden. Vrijwel alle nieuwe technologische ontwikkelingen zijn gebaseerd op sensoren en dus op 'meten'. Zo is VSL druk bezig om als eerste de internationale meetstandaard voor vloeibaar aardgas (LNG) te ontwikkelen. Het toenemende gebruik van vloeibaar aardgas vraagt goede standaarden, om het gebruik én de handel ervan goed te laten verlopen. Het werk van VSL helpt dus om de positie van Nederland als belangrijke speler in de LNG-handel te versterken.

Geen budgetkortingen
VSL is niet alleen van levensbelang voor het bedrijfsleven, ook een aantal wettelijke taken die in het publieke belang zijn wordt door het instituut uitgevoerd. Daarom is het logisch dat zowel het bedrijfsleven als de overheid verantwoordelijk zijn voor de financiering van dit instituut. Een belangrijk deel van de omzet, namelijk zo'n 30 tot 40 procent, wordt namelijk extern gefinancierd. Overigens is dat uniek in de rest van de wereld: in andere landen zijn meetinstituten voor honderd procent publiek en investeert de overheid aanzienlijk meer. Kortom, laat VSL nou een geslaagde publiek-private samenwerking blijven. Daar passen budgetkortingen absoluut niet bij. Gelukkig bleek onlangs tijdens een Algemeen Overleg dat de Tweede Kamer nog altijd oog heeft voor onze zorgen. Hopelijk kunnen we deze mooie publiek-private samenwerking met behulp van de ChristenUnie en andere partijen ook volgend jaar in de benen houden.

Thomas Grosfeld
Secretaris Bedrijfslevenbeleid