Hoezo grote bedrijven uitsluiten bij opvolger van Horizon 2020?

09-06-2017

Zo'n 70 miljard euro gaat erin om: Horizon 2020 is het Europese programma voor onderzoek en innovatie dat loopt van 2014 tot en met 2020. Een succesvol programma dat toegankelijk is voor kennisinstellingen, individuele wetenschappers, grote én kleine bedrijven. Een welkome versimpeling ook vergeleken met eerdere Europese programma's. Plus voor het eerst een evenwichtige aanpak over de hele innovatieketen: van fundamenteel onderzoek tot het vermarkten van kennis.

 

Warmlopen voor opvolger van Horizon 2020

Geen wonder daarom dat iedereen zich al weer warm begint te lopen voor de opvolger van Horizon 2020, voorlopig onder de wat stoffige benaming KP9 (Negende Kaderprogramma). Een nieuw, ambitieus programma is van groot belang, want zoals de voorzitter van de Europese Commissie, Jean-Claude Juncker, in zijn toekomstscenario's al schetste, zijn investeringen in onderzoek en ontwikkeling essentieel voor Europa om de wereldwijde concurrentie aan te kunnen blijven gaan. Op dit moment helpt Horizon 2020 kleine en grotere partijen om de risico's van projecten te beheersen en de kosten van innovatie te verlagen.

 

Grote bedrijven uitsluiten onbegrijpelijk

Onbegrijpelijk vind ik het daarom dat er nu stemmen opgaan om in heel Europa grote bedrijven uit te sluiten van deelname aan deze nieuwe regeling. Waar Horizon2020 juist de nadruk legde op publiek-private samenwerking binnen de pijlers Industrieel Leiderschap en Maatschappelijke Uitdagingen zou dat een grote stap terug zijn. Juist nu, met grote technologische transities om de hoek, is publiek-private samenwerking als het gaat om onderzoek en innovatie onontbeerlijk.

 

Bedrijfsdeelname naar minimaal een derde

Het versterken van innovatie-ecosystemen waarin grote bedrijven, mkb-bedrijven én kennisinstellingen samen werken aan de concurrentiekracht van Europa zou juist het hart moeten zijn van het nieuwe programma. Sterker nog, de commissie zou er goed aan doen om de ambitie te hebben de bedrijfsdeelname aan het programma, die nu ligt op ongeveer 27 procent, te laten toenemen tot minimaal een derde. 

 

Thomas Grosfeld

Beleidssecretaris innovatie en industriebeleid