Het duurt even, maar waterstof breekt door

12-03-2020

Shell, Gasunie en Groningen Seaports kondigden onlangs een nu al iconisch project aan: North2, windenergie opwekken op zee en dat omzetten in waterstof op land. Naast veel positieve reacties viel er her en der ook enige scepsis te bespeuren. Is het wel haalbaar? En - typisch Nederlands – is het niet te duur? Nu is het een project met een lange adem, zeker, maar het draagt wél bij aan structurele vergroening van de Nederlandse industrie.

 

Achter met duurzaam

Op dit moment loopt Nederland achter met duurzame energie. We zijn vooral gefocust op stroom uit wind en zon, terwijl elektriciteit nu maar 20 procent vormt van de totale energiebehoefte. Als we deze stroom duurzaam volledig op Nederlandse bodem willen opwekken, zullen we die voor een kwart moeten bedekken met windmolens en zonnepanelen. Daar hoeven we het verder niet over te hebben.  

 

Pieken en dalen

Een toenemend aandeel duurzame stroom geeft bovendien meer pieken en dalen, met als gevolg: instabiliteit van het energiesysteem en volatiliteit van de energieprijs. Bij een piek kunnen er negatieve prijzen ontstaan, waardoor bijvoorbeeld een windpark niet rendabel is. In een dal moet er juist energie worden geïmporteerd, en die is mogelijk met zeer hoge CO2-emissie is opgewekt.

 

Energiemix

We moeten met z’n allen op zoek naar de meest ideale energiemix waarbij betaalbaarheid, zekerheid en CO2-reductie voorop staan. Met het wind- en waterstofinitiatief in het noorden komen we dichterbij die ideale mix. De 'groene' waterstof kan via het gasleidingennetwerk haar weg vinden naar de industrie en andere gebruikers. De CO2-uitstoot in Nederland gaat daarmee structureel fors omlaag.  Dus focus niet te veel op wat nu (nog) niet kan, maar op wat straks nodig is. Want ‘kan niet’ kennen we niet in de energietransitie.   

 

Emile Rodenhuis,

Beleidssecretaris energie en klimaat