Graag een volgende emancipatiegolf

11-09-2017

Onlangs publiceerde het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) cijfers over de arbeidsdeelname in voltijdse eenheden. Nederland, dat in veel opzichten tot de wereldtop behoort, komt er met 51,3 procent beschamend slecht vanaf. Samen met Italië, Spanje, Griekenland en Kroatië heeft Nederland de laagste arbeidsdeelname van Europa. Opvallend is de verdeling van mannen en vrouwen: per saldo realiseerden mannen 61,9 procent van alle gewerkte uren en vrouwen een schamele 38,1 procent.

 

Vrouwen worden onderbenut

Bij deze CBS-cijfers dwalen mijn gedachten af naar de inleiding die John Stuart Mill in juli 1866 in het Britse parlement uitsprak. John Stuart Mill, een Engelse filosoof en econoom, was een pleitbezorger van het vrouwenkiesrecht. Dit waren zijn woorden: 'I entertain the firmest conviction that whatever holds out an inducement to one-half of the community to exercise their minds on the great social and political questions which are discussed in Parliament (…) cannot be ultimately advantageous to the Conservative or any other cause (…).' Wat Mill hier doet is bijzonder: in plaats van een redenering die draait om rechtvaardigheid of gelijke rechten, doet hij een appèl op economische overwegingen: we onderbenutten de helft van ons menselijk kapitaal (lees: onze vrouwen). Mill pleitte dus voor het gelijktrekken van de verhoudingen tussen mannen en vrouwen op politiek en maatschappelijk gebied.

 

Nederlandse vrouw laat kansen liggen

Zijn redenering uit 1866 is ook toepasbaar op de arbeidsdeelname van vrouwen in Nederland in 2017. Waarom werken onze vrouwen slechts 38 procent van alle gewerkte uren in ons land? Er is over dit onderwerp heel veel geschreven. Er zijn vele oorzaken aan te wijzen: de voorkeuren van vrouwen (die ook een resultaat zijn van instituties), de instituties en prikkels (die meer werken niet stimuleren), gebrekkige voorzieningen (zoals betaalbare kinderopvang of onvoldoende aansluiting tussen werk- en schooltijden) of de Nederlandse historie (waar werkende vrouwen nog niet zo lang geleden de uitzondering waren). Het hoofdpunt hier is dat we moeten constateren dat de Nederlandse vrouw zichzelf onderbenut. Daar laten we dus kansen liggen. In dit verband kan ook niet onbesproken blijven dat we discussies hebben over (het gebrek aan) vrouwen aan de top. Maar wie niet de hele wedstrijd meespeelt, maakt nu eenmaal ook minder kans om de finale te halen.

 

Tijd voor een emancipatiegolf

Natuurlijk ben ik totaal de verkeerde boodschapper: een man die voltijds werkt voor ons groot- en kleinkapitaal. Tegelijkertijd was het óók een man die actief pleitbezorger was voor het vrouwenkiesrecht in het Engels parlement (van mannen). Mijn stelling is dat het de hoogste tijd is voor een volgende emancipatiegolf in Nederland. Die kan een handje geholpen worden door beleid. Zie in dat verband de aanbevelingen die we, samen met de vakbeweging, onlangs hebben gedaan in het SER-advies 'Een werkende combinatie'. Want een volwaardige arbeidsdeelname van vrouwen, dat is óók in het welbegrepen eigenbelang van ondernemers (ook dat geldt sinds 1866).

 

Anthony Stigter

Secretaris Algemeen Economisch Beleid