Fabeltjeskrant: kan topsectoren debat eindelijk over de feiten gaan?

24-03-2016

Nederland is trots op zijn topsporters. Iedereen weet dat het een enorme prestatie is om op wereldniveau te kunnen presteren. De topsporter moet dat vooral zelf doen, maar kan dat niet alleen. Dat vraagt om een topsportklimaat dat stimuleert en de topsporter laat doen waar hij of zij goed in is, gebaseerd op de meest recente inzichten uit de wetenschap op vele terreinen. We weten ook dat op de toppositie komen één ding is, maar er blijven vaak nog moeilijker. En we weten ook dat we bijvoorbeeld als Nederland van oudsher goed zijn in voetbal, zwemmen en schaatsen. Steeds weer komt daar nieuw talent naar boven, simpelweg omdat het geworteld zit in ons ecosysteem. Omdat we natuurlijk niet sporten kunnen uitsluiten investeren we ook in de breedte, wat soms tot verbazende resultaten kan leiden, zoals een cricketteam uit Nederland dat van Engeland wint.

Hoe anders is dat wanneer het gaat over onze topsectoren. Stuk voor stuk uitblinkers op wereldtoneel. We zijn tweede exporteur van voedsel, onze TV-formats en DJ’s veroveren de wereld en ergens in Veldhoven bepalen we het tempo van de ICT-revolutie. Denkt u nu echt dat dat vanzelf gaat? Dat het niet zaak is om ook hier de optimale condities te creëren? De samenwerking met de wetenschap te versterken zodat de meest vernieuwende inzichten kunnen worden toegepast? Die samenwerking in wat we dan de gouden driehoek noemen, is de essentie van het beleid. We hebben zelf niet door hoe bijzonder dat is, het is topsport!

In plaats van trots te zijn op deze sectoren en de topbedrijven die erin acteren, heeft het politieke debat rondom deze topsectoren veel weg van een fabeltjeskrant. Ik neem u even mee:

1. Het topsectorenbeleid gaat om grote subsidiepotten die allemaal voor de grote bedrijven zijn.
Niks is minder waar. Van al het geld dat naar innovatie gaat, wordt ruim 90 procent gestoken in algemene toegankelijke fiscale regelingen. Ruim de helft daarvan gaat naar het mkb. De 10 procent die overblijft gaat nauwelijks over subsidies, maar is een regeling die op iedere door het bedrijfsleven geïnvesteerde euro een kwartje (ja u leest het goed) extra bijlegt voor de wetenschap. Het mkb doet daar volop aan mee. Nu zijn al ruim vierduizend mkb-bedrijven actief. Dat is ongeveer een kwart van het innovatief mkb.

2. Het topsectorenbeleid gaat ten koste van het fundamentele onderzoek.
Ook hier wijzen de feiten anders uit. Ruim 90 procent van de middelen voor de wetenschap wordt generiek weggezet. Het topsectorendeel beslaat krap 10 procent, en als we er eerlijk naar kijken (het echte samenwerkingsdeel) krap 5 procent! Het lijkt toch nauwelijks voor te stellen dat dat dan het fudamentele onderzoek onder druk zou zetten? Bovendien worden in de topsectoren ook fundamentele programma’s gedraaid, zoals op het gebied van quantum technologie of chemie. Overigens, maar dat terzijde, de echte bezuinigingen in het innovatiebeleid zitten in het toegepaste onderzoek!

3. Topsectoren zouden kokers zijn en geen oog voor cross-overs en maatschappelijke uitdagingen.
Daar zit immers de innovatie, is dan het verhaal. Ook hier wijzen de cijfers anders uit. Ruim de helft van de topsectorprojecten gaat over crossovers. Tussen de topsectoren zelf en tussen topsectoren en andere sectoren. En bijna 70 procent van de projecten liggen op het gebied van maatschappelijke uitdagingen. Dat is ook logisch. Ondernemers denken in verdienkansen.

Is het dan allemaal perfect? Nee zeker niet. Er is veel te zwaar bezuinigd op onderzoek en innovatie waardoor de rek er nu wel uit is. Ook is er nog een wereld te winnen door scale-ups, zeg maar de groeibedrijven, op een goede manier te verbinden aan de topsectoren. En natuurlijk moeten we de ambitie hebben een groter deel van het innovatief mkb bij de topsectoren te betrekken. Maar de koers van beleid is goed. Topsectoren is topsport. Daar zouden we het over moeten hebben in plaats van het continue voorlezen van de fabeltjeskrant....

Thomas Grosfeld
Secretaris innovatie