Een leven lang leren belangrijk? Niet volgens het kabinet

23-02-2017

Snapt u deze paradox? Het kabinet hamert (terecht!) al jaren op het belang van een leven lang leren, maar wil de regeling die dat enorm stimuleert afschaffen: de fiscale scholingsaftrek. Die maakt de investering in een studie of opleiding aantrekkelijker, omdat de kosten ervan voor de inkomstenbelasting aftrekbaar zijn. Waarom zou je dat in vredesnaam nu willen veranderen? We weten toch allemaal dat als je tijdens je carrière niet achterop wilt raken, continue blijven leren noodzakelijk is. En dat nieuwe ontwikkelingen als robotisering ervoor zorgen dat de banen van nu niet de banen van morgen of over twintig jaar zijn.
 
Zetje
Nederland is er nu al niet voldoende op ingericht om op alle veranderingen die ons te wachten staan soepel in te spelen. Dat het kabinet voorstelt om de scholingsaftrek af te schaffen, maakt dat alleen maar erger. Want wees eerlijk: een opleiding volgen naast een baan of tussen twee banen kost veel tijd én geld. Werknemers die willen investeren in zichzelf door een scholingstraject te volgen, kunnen best een zetje gebruiken om dat ook echt te doen. Dat zetje is er nu: opleidingskosten zijn aftrekbaar en voor mensen tot 30 jaar is het zelfs een onbeperkte aftrekpost. Wie na zijn dertigste een opleiding volgt, mag maximaal 15.000 euro aftrekken van de inkomstenbelasting. Dat lijkt veel, maar die aftrek wordt makkelijk terugverdiend. Al was het maar omdat werknemers door om- of bijscholing hun baan behouden, een andere baan vinden of weer perspectief hebben.
 
Vouchers
Eén van de argumenten van minister Bussemaker om de scholingsaftrek af te schaffen, is dat hoogopgeleiden er vaker gebruik van zouden maken dan mensen met een lage opleiding. Die laatste categorie zou juist het meeste gebaat zijn bij meer scholing. Hoe minister Bussemaker tot die conclusie is gekomen, is me volstrekt onduidelijk: uit onderzoek van het Centraal Planbureau blijkt juist dat 88 procent van de mensen die gebruik maken van de scholingsaftrek een laag- tot middeninkomen heeft. Mensen dus die zonder extra studie of opleiding misschien minder aantrekkelijk zouden zijn voor de arbeidsmarkt. En voor wie de kosten van zo’n opleiding veel te hoog zijn als dat niet fiscaal wordt gecompenseerd. En dat kan overigens ook gelden voor mensen met een hogere opleiding.
 
Te weinig
Volgens Bussemaker zouden de scholingsvouchers (waarde 2.500 euro) die ze nu wil invoeren een veel effectiever middel zijn om lager opgeleiden en mensen met een lager inkomen aan extra opleidingsmogelijkheden te helpen. Wat ze er alleen niet bij vertelt, is dat het eigenlijk een bezuinigingsmaatregel is die de staatskas 100 miljoen bespaart. Die scholingsvouchers zijn er al: nu nog voor wie bij het UWV ingeschreven staat. Straks zouden ze er wellicht zijn voor iedereen die het nodig heeft, bijvoorbeeld omdat de sector waarin hij of zij werkt onder druk staat. Maar dat bedrag valt in het niet bij de kosten van een studie.
 
Buiten de boot
Zo belangrijk vinden we een leven lang leren dus. Dat kan toch niet waar zijn? Laten we een leven lang leren alsjeblieft serieus nemen. Daarbij horen dus ook serieuze investeringen in scholing, ook van de overheid. Minister Bussemaker zal toch ook niet willen dat er door haar maatregel straks mensen buiten de boot vallen op de arbeidsmarkt?

 

Gertrud van Erp

Secretaris onderwijs