Bètatechnisch onderzoek: Nederland loopt achter, dat is een feit

09-12-2016

We investeren wel genoeg in bètatechnisch onderzoek, want 'de verhouding tussen de omvang van de maakindustrie (10,7 procent economie) en de 2,3 miljard euro voor natuur en techniek is proportioneel', aldus het Rathenau Instituut. Persoonlijk sloeg ik steil achterover toen ik deze uitkomst van hun onderzoek las. Natuurlijk is bètatechniek van groot belang voor onze industrie, maar het is veel breder. Bètatechnisch onderzoek, en de innovaties die er uit voortkomen, is van belang voor álle sectoren: van landbouw (melkrobots) tot creatieve industrie (games). Of wat te denken van de financiële sector, waar steeds meer ICT (zowel hard- als software) gebruikt wordt.

'De uitkomsten van dit onderzoek stellen mij niet gerust. Ik vind ze eerder zorgwekkend. En dat zou ook voor minister Bussemaker, staatssecretaris Dekker en de gehele Tweede Kamer moeten gelden'.

Aandeel bètatechniek neemt verder af 

Nederland loopt internationaal gezien uit de pas. Neem België: zij investeren fors meer in bètatechniek: maar liefst 12 procent meer. En dat is dus niet omdat ze zoveel meer industrie hebben (slechts 1 procent). Ook andere landen besteden veel meer geld aan bètatechnisch onderzoek. En dat zouden wij in Nederland ook meer moeten doen. Maar in plaats daarvan neemt het aandeel bètatechniek de afgelopen jaren steeds verder af. Van 42,3 procent in 2007 naar 39 procent in 2015. Dat in schril contrast met het aandeel van het bedrijfsleven, dat namelijk circa 79 procent (ongeveer 5,8 miljard euro!) van het innovatiebudget in bètatechniek steekt. Dankzij het onderzoek van het Rathenau Instituut hebben we voor het eerst echt een overzicht in welke wetenschap ons land investeert.

 

'Als we nu niet bijsturen, worden we op de middellange termijn door andere landen (als België) moeiteloos voorbij gestreefd'. 

 

Rathenau-onderzoek is juist zorgwekkend

Maar in plaats van de mismatch tussen publieke en private investeringen aan de orde te stellen, strooit het Rathenau Instituut zand in de ogen. Volgens deze onderzoekers is er niet veel aan de hand (vanwege die verhouding met de omvang van de maakindustrie). Die vergelijking is echter achterhaald hokjesdenken. En minister Bussemaker en staatssecretaris Dekker van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap namen deze conclusie van harte over: 'U kunt rustig gaan slapen'.

Maar de uitkomsten van het onderzoek stellen mij dus niet gerust. Ik vind ze eerder zorgwekkend. En dat zou ook voor minister Bussemaker, staatssecretaris Dekker en de gehele Tweede Kamer moeten gelden. We besteden elk jaar minder aan bètatechnisch onderzoek. Dat zet steeds meer een rem op economische groei. Als we nu niet bijsturen, worden we op de middellange termijn door andere landen (als België) moeiteloos voorbij gestreefd. Want 'als je doet wat je deed, dan krijg je gisteren', zei Pieter Duisenberg (VVD), die samen met Eppo Bruins (ChristenUnie) om dit onderzoek vroeg, treffend.

 

 

Thomas Grosfeld

Beleidssecretaris innovatie