Analyse DNB over AIQ en flexibilisering rammelt

05-02-2018

De dalende arbeidsinkomensquote (AIQ) hangt samen met de flexibilisering van de arbeidsmarkt, meldde de Nederlandsche Bank onlangs. Als mogelijke verklaring dat van iedere euro steeds minder terecht komt bij werkenden, noemt DNB de zwakkere onder­handelingspositie van werknemers in de flexibele schil. Het was een boodschap die er in ging als zoete koek bij diverse media. Ook onze collega’s van de FNV waren er als de kippen bij en kwamen met een heus persbericht 'DNB bevestigt noodzaak aanpakken doorgeslagen flexibilisering'.

 

Daling AIQ bescheiden

Eerst enkele feiten. De DNB-onderzoekers kijken naar de periode 1996-2015 en dan naar acht bedrijfstakken. In deze periode daalt de AIQ in deze bedrijfstakken volgens DNB van 80,2 procent naar 73,1 procent. Kijken we naar de totale AIQ in Nederland, dan zien we echter een ander beeld: deze daalt ietsjes van 74,2 procent naar 72,2 procent in 2015. Deze daling is relatief bescheiden, ook in vergelijking met andere landen. Bovendien gaat het weer uitstekend met onze economie. Door de hoogconjunctuur stijgt de AIQ weer naar 72,6 procent in 2018.

 

Flexibele schil: kip of ei?

Is er een rechtstreekse relatie tussen het stijgende aandeel flexibele arbeid en de dalende AIQ? En zo ja, wat is dan oorzaak en gevolg? Of missen er belangrijke variabelen in de DNB-analyse? Ook DNB zelf is niet zeker wie kip en ei is. De flexibele 'schil' kan invloed hebben op de AIQ. Maar de AIQ zelf kan ook van invloed zijn op de flexibele schil: als de AIQ stijgt (en winstmarges dalen) kan dat een prikkel zijn om de flexibele schil te vergroten, aldus de onderzoekers. Maar stel dát de flexibiliseringstrend de dalende AIQ veroorzaakt. Hoe verklaren we dan dat de AIQ in Nederland minder is gedaald dan in andere landen, terwijl het aandeel flexibele arbeid in Nederland in dezelfde periode juist is toegenomen?

 

Flexibele arbeid niet één grote hoop

Ik heb ook vragen bij de gegevens van DNB. Waarom is de analyse uitgevoerd met jaardata over acht bedrijfstakken, in plaats van met (ook beschikbare) data op bedrijfsniveau? De onderzochte periode (1996-2015) wordt sterk beïnvloed door de grote recessie vanaf 2008, met grote gevolgen voor bedrijfstakken als de bouw. Ten slotte is de vraag wat we bedoelen met flexibele arbeid. Een deel van de zzp’ers bestaat uit startende ondernemers of uit ‘independent workers’. Die moet je niet op één grote hoop gooien.

 

Vooral technologie een factor

Kortom, deze studie roept heel veel vragen op, die eerst beantwoord moeten worden. Daarover gaan we graag in gesprek met DNB. Het is goed om te begrijpen wat de ontwikkelingen zijn in de economie en welke gevolgen dat heeft voor de arbeidsinkomensquote. In dit verband wijs ik graag op een recente IMF-analyse, met als belangrijkste bevinding dat vooral technologie de daling van de AIQ verklaart in de ontwikkelde economieën.

 

Anthony Stigter, beleidssecretaris arbeidsmarkt en gezondheidszorg