Werkgevers in verantwoordelijkheden beperkt door Autoriteit Persoonsgegevens, brief aan de VC's voor Justitie en Veiligheid en van SZW van de Tweede Kamer

06-03-2018

Werkgevers zijn de afgelopen jaren meer en meer in de knel gekomen door beperkingen die zij door de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) op basis van privacywetgeving krijgen opgelegd. Hierdoor kunnen werkgevers hun verantwoordelijkheden rond re-integratie, 100.000 banenplan en veilige werkomgeving niet waarmaken.

 

In bijgaand pamflet Een knellend probleem: privacy versus goed werkgeverschap vindt u meerdere voorbeelden uit de ondernemerspraktijk die illustreren dat de privacywetgeving weliswaar openingen biedt om gegevens over gezondheid te verwerken, maar dat de Autoriteit Persoonsgegevens hier vervolgens een te beperkte uitleg van geeft.

  • Zo moeten werkgevers die hun werknemer willen helpen bij de re-integatie volgens de AP eerst hun werknemers langs de bedrijfsarts sturen. Want alleen via die route mogen werkgevers te weten komen of de collega nog kan zitten, staan of concentreren en hoeveel de werknemer nog aanwezig kan zijn op de werkvloer. Voor langdurige of zware ziektegevallen is de gang via de bedrijfsarts vanzelfsprekend, maar juist bij veel voorkomende huis-, tuin- en keukenongevallen en -ziekten kunnen werkgever en werknemer prima in onderling overleg de werkzaamheden vormgeven, op basis van open communicatie. De route via de bedrijfsarts is traag, kostbaar en gaat bovendien in tegen het doel van de Wet Verbetering Poortwachter om onnodige medicalisering tegen te gaan.
  • Zo mogen werkgevers die bijvoorbeeld via een uitzendbureau iemand met een beperking willen aannemen, tijdens de selectiefase niet weten wat iemand heeft. Ook het uitzendbureau mag dat niet vragen. Op deze manier komt het voor dat iemand met smetvrees uiteindelijk voor niets komt, omdat het een schoonmaakbaan betreft. Of dat iemand met een stoornis in het autistische specmxm voor een drukke afdeling kan worden geselecteerd. Dit is het paard achter de wagen spannen.

VNO-NCW en MKB-Nederland bepleiten dat de wetgever nader aangeeft onder welke condities werkgevers gegevens over gezondheid -bijvoorbeeld ten behoeve van reintegratie en werven van personen met een beperking -mogen verwerken. De wetgever kan immers een afweging maken tussen privacy- en werkgeversbelangen, terwijl de AP eenzijdig en het privacybelang voorop stelt. Het wetsvoorstel biedt hiertoe een AMvB mogelijkheid. Wij vragen uw Kamer om de minister te verzoeken deze AmvB spoedig en in nauw overleg met werkgevers op te stellen, zodat er uiterlijk medio 2018 duidelijkheid voor ondernemers is.

 

Een specifiek punt in de UAVG dat amendering behoeft, is het mogelijk maken van alcohol- en drugstesten voor maatschappelijke doeleinden. Dit staat ook beschreven in het pamflet.

  • Werkgevers -bijvoorbeeld bij chemische of nucleaire installaties -mogen van AP hun werknemers niet toetsen via een alcohol- en drugstest of vragen naar gebruik van versuffende medicijnen. Dat levert potentieel gevaarlijke situaties op voor medewerknemers, omwonenden of zelfs voor de continuïteit van nutsvoorzieningen; AP stelt dat dit verboden is, omdat de wet niet expliciet stelt dat het wél mag. Dit wél mogelijk maken behoeft dus concrete wetswijziging.

Wij pleiten daarom voor een goede inhoudelijke behandeling van de UAVG donderdag 8 maart in uw Kamer, met medeneming van voornoemde punten. Want als de wetgever bepaalde afspraken maakt en eisen stelt (re-integratie, 100.000 banenplan, veiligheid op de werkvloer), dan moet de Autoriteit de realisatie niet traineren via de band van de privacy.

 

Uiteraard graag tot nadere toelichting bereid.

 

Hoogachtend,

 

drs. J. de Boer
voorzitter VNO-NCW

 

L.J. Visser
directeur MKB-Nederland