Visiebrief media / reclame NPO aan minister Slob

21-03-2019

Aan drs. A. Slob, minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media,

 

Excellentie,

 

Met oog op de aanstaande Visiebrief media vragen wij aandacht voor de economische impact van het afschaffen of beperken van reclame op de publieke omroep. Onzekerheid over de hoogte van reclame-inkomsten heeft geleid tot de discussie over reclame op de NPO, maar wij willen er graag op wijzen dat de neveneffecten van deze maatregelen voor het hele bedrijfsleven en in het bijzonder groeiende bedrijven vooralsnog niet zijn meegewogen.

 

Reclame vormt een essentiële brug tussen onderneming en consument, maar ook tussen overheden, goede doelen, politieke partijen en de burger. Deze organisaties maken alle gebruik van reclame, waaronder het massamediakanaal NPO. Dat is logisch, want door middel van reclame kan een organisatie haar propositie duidelijk maken aan de samenleving.  Reclame stelt de burgers in staat om goed geïnformeerde keuzes te maken, jaagt concurrentie aan en is een katalysator voor innovatie. Bovendien waarborgt ons Nederlandse stelsel van reclamecodes dat reclame op een verantwoorde en betrouwbare manier gemaakt wordt. De STER, in het bijzonder, is transparant en toegankelijk, ook voor kleinere partijen. De STER kent duidelijke spelregels en er is een duidelijke scheiding tussen programma’s en de reclameblokken.    

 

In de bijlage lichten we de impact van het beperken van reclame op de NPO verder toe, maar kort samengevat is de STER buitengewoon belangrijk voor bedrijven die willen opschalen. Nederland heeft een relatief kleine afzetmarkt en bedrijven actief in consumentenmarkten hebben de publieke omroep nodig om (nieuwe) producten of diensten op te schalen en om de juiste doelgroep te bereiken. Een duopolie voor de twee commerciële omroepen leidt onverkort tot prijsstijgingen, waarmee deze kanalen onbetaalbaar worden voor startups, scale-ups en middenbedrijven (slechts 15% van de adverteerders bij de STER bestaat uit grootbedrijven). Daarnaast zorgt de NPO naast de commerciële zenders voor een groter en meer pluriform bereik.

 

Reclame zelf is het probleem niet. Een ruime meerderheid van de bevolking stoort zich niet aan reclame op de NPO en heeft weinig enthousiasme om meer voor de publieke omroep te betalen. De STER haalt dit jaar meer dan 180 mln euro op, die anders door de belastingbetaler of consument betaald moet worden. Bovendien wordt het belang van de consument niet gediend met het verder verschuiven van adverteerders van het veilige tv-kanaal naar advertenties via grote digitale (internationale) platformen. Uit onderzoek van EY blijkt bovendien dat er een potentieel aan extra inkomsten via de digitale kanalen van NPO, van ruim meer dan 50 miljoen euro, onbenut blijft door de NPO, terwijl hiermee de pot Algemene Media Reserves afdoende aangevuld kan worden. Nu de kijkers meer bewegen naar de digitale kanalen van NPO, zou het logisch zijn dat ook de STER mag meebewegen. Er hoeft dus geen sprake te zijn van financiële onzekerheid. En met zijn ‘No Consent Advertising platform’ biedt Ster een vorm van online adverteren aan die de privacy van de eindgebruiker respecteert en waarbij de consument geen onderwerp wordt van profielopbouw of retargeting.

 

Wij vragen u om deze punten bij uw Visiebrief media te betrekken en af te zien van het beperken van reclame op NPO. Wij denken dat de Nederlandse samenleving, inclusief het bedrijfsleven, zichzelf gelukkig mag prijzen met het brede aanbod van én de publieke omroep én commerciële zenders. Voorkomen moet worden dat het kind wordt weggegooid met het badwater. Dat is nadelig voor zowel burgers als bedrijven. Om het probleem van onzekere of dalende advertentie-inkomsten van de NPO op te lossen zijn andere maatregelen denkbaar, zonder genoemde nadelige consequenties. Bijvoorbeeld door de digitale kanalen meer toegankelijk te maken voor de STER. Indien dat gewenst is kan de politiek besluiten ook het aantal NPO-zenders te verminderen met behoud van reclame, maar daar nemen we geen positie over in.

 

Uiteraard ben ik van harte bereid deze brief nader toe te lichten.

 

Hoogachtend,

 

 

 

 

drs. J. de Boer

voorzitter