Richtlijnvoorstellen voor een Europese winstbelasting CCTB en CCCTB, brief aan de VC voor Financiën uit de Eerste Kamer

17-01-2017

Hoogedelgestrenge dames en heren,

 

VNO-NCW vraagt ten behoeve van de behandeling van de richtlijnvoorstellen van de Europese Commissie voor een Europese winstbelasting, de CCTB en de CCCTB, uw aandacht voor het volgende.

 

Voor duurzame economische groei en meer hoogwaardige werkgelegenheid in Nederland, is een excellent investeringsklimaat van essentieel belang. Een eerlijk maar aantrekkelijk belastingregime kan bijdragen aan de concurrentiekracht en daarmee investeringen en economische groei aanjagen.

 

Wij beoordelen zowel het richtlijnvoorstel voor een CCTB als het richtlijnvoorstel voor een CCCTB per saldo negatief. Ook een tweetrapsbenadering waarbij eerst de CCTB wordt ingevoerd, vooruitlopend op eventuele consolidatie met het CCCTB-voorstel, ontraden wij met klem.

 

CCTB
Het onderhavige voorstel voor een geharmoniseerd stelsel voor de winstbelasting in de EU bevat elementen die grote bezwaren oproepen. De CCTB, zonder consolidatie en zonder one-stop-shop, is conceptueel geen Europese winstbelasting. De CCTB zal bovendien zeer nadelig zijn voor de concurrentiepositie van Nederland in Europa en in de wereld. Het vestigingsklimaat voor hoofdkantoren en innovatieve activiteiten in Nederland wordt ernstig aangetast. Bovendien geeft Nederland de regie over het fiscale vestigingsklimaat vrijwel volledig uit handen.

 

Helaas worden de positieve effecten op de administratieve lastendruk overtrokken. Ook onder de CCTB zal in 28 lidstaten aangifte moeten worden gedaan bij evenzoveel belastingdiensten. Er zullen verschillen ontstaan bij de implementatie en uitvoering van de Richtlijn. Per saldo zal de winst in de sfeer van de administratieve lasten uiterst gering zijn. Tot slot leveren de voorstellen geen additionele bijdrage aan de bestrijding van belastingontwijking.

 

CCCTB
Ook als wel sprake is van consolidatie en de mogelijkheid om op één lidstaat voor de hele EU aangifte te doen, zoals met de CCCTB het geval is, wegen de mogelijke voordelen van de administratieve lastenverlichting niet op tegen de grote nadelen die dit voorstel van de Europese Commissie met zich brengt.

 

Hieronder gaan wij nader in op de belangrijkste problemen van beide voorstellen.

 

Star systeem
Beide voorstellen van de Europese Commissie houden in dat de lidstaten de bevoegdheid om over hun eigen winstbelasting te kunnen beslissen voor altijd overdragen aan de EU. Nederland heeft dan alleen nog iets te zeggen over de hoogte van het tarief, maar de vraag is voor hoe lang. Deze ontwikkeling heeft grote gevolgen. Landen buiten de EU zoals de VS, het VK na een Brexit, Zwitserland, Singapore of China kunnen hun belastingstelsel verder moderniseren, terwijl we in de EU gevangen zitten in een bevroren stelsel. Toekomstige aanpassingen vereisen unanieme instemming van alle lidstaten.

 

Commissie breekt OESO-consensus
Het argument dat het plan voor een Europese winstbelasting noodzakelijk is om belastingontwijking tegen te gaan, snijdt geen hout. De OESO heeft vorig jaar al de internationale fiscale standaard gezet om dit aan te pakken. Een richtlijn om dit om te zetten in nationale wetgeving in alle lidstaten is afgelopen jaar aangenomen (ATAD). In die zin voegt dit voorstel niets toe. Sterker, het eenzijdig nemen van verdergaande maatregelen heeft grote nadelen voor de concurrentiepositie. In dat verband moet worden gewezen op het feit dat de lidstaten bij de ATAD-richtlijn het voorstel voor de zogenoemde switch-over-clausule naar de prullenbak verwezen, omdat deze maatregel een te grote inperking van de deelnemingsvrijstelling zou betekenen. Het is dan ook onbegrijpelijk dat de Europese Commissie dezelfde switch-over-bepaling alsnog in onderhavig voorstel heeft opgenomen. Voorkomen moet worden dat voorstellen van de Europese Commissie de bereikte consensus op OESO-niveau doorkruisen.

 

Hoofdkantoren
De voorstellen bevatten een beperktere deelnemingsvrijstelling dan Nederland die op dit moment kent. Dit maakt EU – en Nederland in het bijzonder – minder aantrekkelijk als locatie voor mondiale hoofdkantoren. Daarbij komt dat de bestaande regeling voor liquidatieverliezen en de vorming van een fiscale eenheid niet zijn opgenomen in de voorstellen.

 

Innovatieve ondernemingen
De voorstellen voor een superaftrek voor R&D zijn minder gunstig voor innovatieve multinationals dan de Nederlandse innovatiebox (in combinatie met de WBSO). Daarbij tellen innovatieve activa niet mee in de verdeelsleutel die de grondslag toewijst aan de lidstaten. Dit, in combinatie met de werking van de allowance for growth and investment (AGI), maakt dat het aantrekkelijker wordt om R&D-investeringen te doen buiten de EU. Het richtlijnvoorstel bevat geen innovatieboxregime waardoor het ontwikkelen en exploiteren van intellectueel eigendom in Nederland minder aantrekkelijk wordt.

 

Belastingverdragen
De Europese Commissie geeft geen rekenschap van het feit dat het Nederlandse stelsel van belastingverdragen op maat is gesneden van de Nederlandse wetgeving. Datzelfde geldt voor de belastingverdragen van andere lidstaten. Met de CCTB verliezen deze verdragen in grote mate aan effectiviteit en dreigt op grote schaal dubbele belastingheffing. De nadelige gevolgen voor het vestigingsklimaat van Nederland en de rest van de EU hiervan zijn niet te overzien.

 

Allowance for growth
De Europese Commissie introduceert een zogenoemde allowance for growth and investment (AGI). De AGI resulteert in een extra aftrek als het eigen vermogen toeneemt, maar ook in een bijtelling als het eigen vermogen afneemt. Dit laatste betekent dat AGI feitelijk een boete is op het doen van grote investeringen of het uitkeren van dividend. Dit draagt niet bij aan het verbeteren van het investerings- en vestigingsklimaat in de EU. Het maakt de EU minder aantrekkelijk voor strategische investeringen, en investeringen met een hoog risico (zoals hoogwaardige R&D). Dit zal Nederland met haar open kenniseconomie hard raken.

 

Consolidatie
Volledige consolidatie is voor het bedrijfsleven een fundamentele voorwaarde voor een Europese winstbelasting. Het voorstel voor verliesverrekening tussen lidstaten is geen reëel alternatief voor EU-brede consolidatie. Bovendien lijkt het eerder te zorgen voor hogere administratieve lasten dan dat het een significante bijdrage levert aan het ondernemers- en investeringsklimaat.

 

Procyclisch stelsel
De CCTB werkt procyclisch. Dit komt onder meer omdat de hierboven genoemde AGI ertoe leidt dat in slechte tijden ondernemingen een bijtelling over (de delta van) het eigen vermogen te verwerken krijgen. Dit wordt versterkt doordat aftrek van rente wordt beperkt als de winst afneemt. Ook wordt in de richtlijnvoorstellen alleen verliesverrekening naar de toekomst toegestaan. Onder de Nederlandse wet kunnen verliezen ook worden verrekend met het voorafgaande jaar. Dat betekent dat de CCTB bij economische tegenwind een enorm liquiditeitsnadeel oplevert voor ondernemingen ten opzichte van het huidige Nederlandse regime.

 

Impact assessment
Opvallend is dat de impact assessment bij dit voorstel nauwelijks aandacht besteed aan de gevolgen voor de concurrentiepositie van de EU ten opzichte van de rest van de wereld. De effecten die de Europese Commissie laat zien op de werkgelegenheid en investeringen zijn te optimistisch.

 

Gevolgen voor het mkb
De grondslagen voor de CCTB en de CCCTB lijken smaller dan de Nederlandse Vpb. Tegelijk zorgt de verdeelsleutel ervoor dat minder belastinggrondslag aan Nederland zal worden toegerekend dan onder de huidige transfer pricing regels. Bij een gelijkblijvende opbrengst van de Vpb zou het tarief omhoog moeten, los van eventuele gedragseffecten. Eerdere berekeningen van het 2011-voorstel lieten zien dat Nederland ruim minder Vpb-opbrengst zou realiseren. Een tariefsverhoging is zeer nadelig bezien vanuit het investerings- en vestigingsklimaat, het raakt ook de bedrijven die niet verplicht worden hun winstbelasting af te dragen conform de CCTB, waaronder het mkb.

 

Hoogachtend,

 

 

Mr. J.M. Lammers
Directeur Economische Zaken