Position paper over Brexit

16-04-2018

Belangrijkste punten in dit position paper:

 

Context

  • Brexit is van groot belang voor de Nederlandse economie, zeker in vergelijking met de meeste andere EU-lidstaten. Alles wijst erop dat Brexit gewoon doorgaat. Dat is de boodschap die wij aan onze leden geven.
     
  • VNO-NCW en MKB-Nederland werken al sinds het Britse referendum goed samen met de overheid. Intensieve voorlichting en ondersteuning zijn en blijven noodzakelijk, zodat ondernemers het maximale kunnen doen qua voorbereiding op het (on)voorziene (contingency plannen).
     
  • Het transitieakkoord was een belangrijke intermediaire doelstelling voor het Europese en Nederlandse bedrijfsleven. Maar het is nog niet definitief.
     

Door het bedrijfsleven gewenste inzet van Nederland voor de komende onderhandelingen

  • De onderhandelingen met het VK moeten constructief van inzet zijn. Snelle duidelijkheid is dringend nodig. De tijd voor bedrijven is zeer kort om zich in te richten op douaneprocedures en de waardeketen te analyseren op Brexit impact.
     
  • Bekrachtiging van het status quo transitieakkoord, met toevoeging van een verlengingsmogelijkheid en uitgaande van één veranderingsmoment is essentieel. Zelfs mochten de exit-onderhandelingen onverhoopt stranden, dan moet er een transitieregeling komen.
     
  • VNO-NCW en MKB-Nederland zijn groot voorstander van het behoud van een douane-unie tussen de EU en het VK. Een douane-unie betekent overigens niet dat daarmee de grensformaliteiten geheel kunnen vervallen.
     
  • Grensformaliteiten kunnen in de toekomst met behulp van technologie wel vereenvoudigd worden, maar niet afgeschaft. De herintroductie van een grens tussen de EU en het VK moet zo min mogelijk belastend zijn qua tijdsverlies en kosten.
     
  • De EU moet streven naar een zo ambitieus mogelijk nieuw handelsakkoord met het VK.
     
  • Voorbeelden van in het toekomstakkoord te regelen belangrijke onderwerpen zijn: dataverkeer, luchtvaart, overheidsaanbestedingen, douanefacilitering, toegang tot viswateren, onbelemmerd verkeer van werknemers, en financiële dienstverlening.
     
  • Dynamische divergentie van regelgeving bij handhaving van vrije markttoegang is ongewenst. Als er wel divergentie optreedt en deze de concurrentiepositie van Nederlandse en EU-bedrijven ondermijnt, moet vrijwaring mogelijk zijn.
     
  • Nederland moet de optimale toegangspoort EU – VK en VK – EU worden. Ons land moet daarnaar streven in een gezamenlijke inspanning van bedrijfsleven en alle betrokken instanties.
     
  • Nederland moet zich optimaal positioneren om bedrijven die weg willen uit het VK of er niet meer heen willen naar ons land te halen. Acquisitie moet ook een permanent punt van aandacht zijn in de strategische reisagenda van bewindspersonen.
     

Position paper VNO-NCW en MKB-Nederland over Brexit t.b.v. het Ronde Tafelgesprek Brexit in de Tweede Kamer op donderdag 19 april 2018.

Inleiding

 

Brexit van groot belang voor de Nederlandse economie, ook vergeleken met andere landen

 

De relatie met het VK is goed voor 10% van de Nederlandse export en rond 3,5% van het Nederlandse BNP: daarmee is Nederland relatief een van de meest door Brexit getroffen landen. Alleen Ierland met16% en België met 11% worden relatief meer geraakt.

 

Voor een grafische weergave van het belang zie: wat-de-brexit-nederland-kan-kosten.pdf

 

De economische relatie van Nederland met het VK is goed voor 200.000 banen. Nederland exporteerde in 2016 56 miljard aan goederen en diensten, met een nettowinst van 22 miljard. 40% daarvan betreft diensten. Ook de import uit het VK (24 miljard aan goederen en 17 miljard aan diensten) geeft veel werkgelegenheid.

 

Brexit gaat door en werpt zijn schaduw vooruit in VK

 

Alles wijst erop dat Brexit gewoon doorgaat op 29 maart 2019 om 24.00 uur. Dat is de boodschap die wij aan onze leden geven.

De economische gevolgen voor het VK zullen aanzienlijk zijn en werpen ook nu reeds hun schaduw vooruit. Volgens gegevens van de UNCTAD zijn de buitenlandse directe investeringen in het VK in 2017 met 90% (!) teruggelopen ten opzichte van 2016. Ook wij horen van onze leden dat investeringen worden uitgesteld. Deze gevolgen zijn nu echter nog nauwelijks zichtbaar in het VK omdat de wereldeconomie op dit moment zeer goed draait en de nadelen van Brexit compenseert.

 

Work for the best, prepare for the worst: goede voorlichting en voorbereiding zijn cruciaal

 

VNO-NCW en MKB-Nederland werken al sinds het Britse referendum goed samen met de ministeries, overheidsdiensten, de banken en NBCC om de belangen van het Nederlandse bedrijfsleven in kaart te brengen en op de Brusselse onderhandelingstafel te krijgen, om instrumenten te ontwikkelen om de schade te beperken en de potentiële voordelen te benutten, en om ondernemers breed te informeren over Brexit.

 

Intensieve voorlichting en ondersteuning zijn en blijven noodzakelijk, zodat ondernemers het maximale kunnen doen qua voorbereiding op het (on)voorziene (contingency plannen). Dat loopt o.a. via onze Taskforce Brexit die tientallen sectoren en bedrijven verenigt, een tweewekelijkse nieuwsbrief, de websites www.hulpbijbrexit.nl en www.brexit-loket.nl, downloads met Q&A's, tips, stappenplan, sectorvoorbeelden, artikelen, voorlichtingsbijeenkomsten, de op 29 maart gepresenteerde voucherregeling. Ook onderhouden we veel contacten met het Raadssecretariaat en de Commissie in Brussel en onze zusterorganisaties in heel Europa en met de Britse overheid en relaties.

 

Onderhandelingen hebben voortgang geboekt. Maar er ligt nog niets vast

 

De onderhandelingen tussen de EU en het VK gaan over drie te onderscheiden blokken. Ten eerste het exit-akkoord over de uittredingscondities van het VK. Dit gaat o.a. over de eindafrekening, de burgerrechten, een regeling van de Iers – Noord Ierse grens. Dit exit akkoord zal ook de afspraken bevatten over een transitie-akkoord (voor de tijd tussen de Brexitdatum van 29 maart 2019 en het ingaan van het bilaterale akkoord over de toekomstige relatie) en over de contouren van een akkoord over de toekomstige relatie. Het derde blok betreft de onderhandelingen over dat akkoord over de toekomstige relatie zelf; die onderhandelingen zullen pas na de Brexitdatum beginnen.

 

In de onderhandelingen zijn belangrijke resultaten geboekt. Er ligt een tekst voor het exit-akkoord die voor een belangrijk deel door beide partijen geaccordeerd is. Onderdeel daarvan is een voorstel voor een status quo transitie akkoord voor de periode vanaf de Brexitdatum tot eind 2020. Dat was een van de belangrijkste intermediaire lobbydoelstellingen voor het Europese en Nederlandse bedrijfsleven. Maar geen enkel onderhandelingsresultaat is nog definitief.

 

Kernpunten voor het Nederlandse bedrijfsleven in de onderhandelingen

 

  1. Algemene punten

Houd de onderhandelingen constructief

 

Het is van groot belang een constructieve insteek te behouden voor de onderhandelingen. Het VK zal ook na Brexit een grote politieke en economische partner blijven. Constructief betekent dat er geen straffende houding tegenover het VK moet worden aangenomen, immers het VK straft zichzelf genoeg door uit de EU te stappen. Constructief betekent ook dat creatief en pragmatisch moet worden gezocht naar de beste oplossing om negatieve gevolgen waar Nederlandse bedrijven mee geconfronteerd worden weg te nemen of te verzachten. Soms worden bedrijven geconfronteerd met een starre houding in de trant van 'Brexit moet pijn doen'. Wij beseffen dat Brexit pijn zal doen, maar waar nadeel weggenomen kan worden moet dat gebeuren. Dan blijft er nog genoeg nadeel over.

 

Snelle duidelijkheid blijft noodzaak

 

Snelle duidelijkheid over wat bedrijven van Brexit concreet kunnen verwachten blijft voor ondernemers cruciaal. Vooral aan Britse zijde moeten wat dat betreft stappen gezet worden. Maar de Britse politiek kan niet tot besluiten komen. De politiek daar vraagt om uit de EU te stappen, maar de economische ratio wil niet de voordelen van de EU verliezen. Have your cake and eat it. Onduidelijkheid houdt het fragiele evenwicht in stand. Van het VK valt dus geen tijdige duidelijkheid te verwachten. Maar hoe langer getalmd wordt, hoe meer schade voor de economie. Die boodschap moet de Nederlandse overheid blijven benadrukken. Wij zijn bezorgd dat de besluiteloosheid aan Britse zijde kan leiden tot finale besluitvorming extreem kort voor de Brexitdatum.

 

Voorbereidingstijd voor bedrijven blijft zeer kort

 

Na de laatste onderhandelingen is de kans op een transitie-akkoord toegenomen. Maar zeker is zo'n akkoord nog niet. Zelfs als het er wel komt, blijft staan dat de voorbereidingstijd voor de nieuwe relatie EU – VK zeer kort zal zijn. Wij blijven onze leden op het hart drukken dat het urgent is om voorbereidingen te treffen. Specifiek gaat het dan om de bedrijfsvoering in te richten op de komst van douaneformaliteiten en om een analyse te maken van de positie van het VK in hun upstream en downstream waardeketens.

 

  1. De onderhandelingen over het exit-akkoord

Bekrachtiging van het status quo transitieakkoord, met toevoeging van een verlengingsmogelijkheid en uitgaande van één veranderingsmoment

 

Met de voorliggende tekst voor het transitieakkoord is de kans op een Brexit waarbij op 30 maart 2019 voor een beperkte periode alles vanuit economisch oogpunt vrijwel bij het oude blijft aanzienlijk toegenomen. Maar dat is nog geenszins zeker. Onderhandelingen kunnen nog stuklopen. Het Britse parlement kan het akkoord nog afwijzen. Zekerheid komt op zijn vroegst in de laatste maanden van 2018. Bedrijven voor wie dat te laat is moeten nu anticiperen op een worst case scenario. Dat gebeurt ook.

 

Bekrachtiging van het transitie-akkoord in het uiteindelijke exit-akkoord is cruciaal voor het bedrijfsleven. Eveneens cruciaal is dat er slechts één veranderingsmoment komt tussen het aflopen van het transitie-akkoord en het in werking treden van het nieuwe akkoord over de toekomstige relatie tussen de EU en het VK. De duur van de nu voorziene transitieperiode is vrijwel zeker te kort om een nieuw akkoord uit te onderhandelen en in werking te laten treden. Het transitieakkoord zal dus verlengd moeten worden. Dat is nu nog niet voorzien. En dergelijke bepaling moet worden toegevoegd.

Het belang dat er een transitie-akkoord is op 29 maart 2019 is echt enorm, de chaos bij het ontbreken daarvan is niet te overzien. Zelfs mochten de exit-onderhandelingen onverhoopt stranden, dan moet er een transitieregeling komen.

 

  1. De onderhandelingen over de contouren van de toekomstige relatie EU – VK

Behoud van een douane-unie tussen de EU en het VK

 

VNO-NCW en MKB-Nederland zijn, net als de rest van het Europese bedrijfsleven inclusief het Britse, groot voorstander van het behoud van een douane-unie tussen de EU en het VK. Een douane-unie houdt ten minste in dat er geen tarieven geheven worden tussen de EU en het VK, dat er een gemeenschappelijk tarief is aan de buitengrenzen van de EU en het VK met derde landen, en dat de EU en het VK geen afwijkende handelsakkoorden sluiten met derde landen. Als er een douane-unie blijft, hoeft aan de grens ook geen controle plaats te vinden op naleving van de zeer complexe oorsprongsregels. Dat zijn vier belangrijke pluspunten voor het bedrijfsleven.

 

Het behoud van een douane-unie betekent overigens niet dat daarmee de grensformaliteiten geheel kunnen vervallen. Wellicht een kwart van de grensformaliteiten zijn direct gerelateerd aan het ontbreken van een douane-unie. Het overgrote deel heeft dus te maken met andere regelgeving die gerelateerd is aan de Interne Markt: productvoorschriften, veiligheid, gezondheid, dierziekten etc. Het behoud van een douane-unie is daarom wel belangrijk, maar manifest onvoldoende om herinvoering van een fysieke grens tussen Ierland en Noord-Ierland te vermijden.

 

Het VK heeft tot nu toe consistent te kennen gegeven geen douane-unie meer te willen, maar wel een speciaal douanearrangement met de EU. Het VK stelt daartoe twee modaliteiten voor die o.a. gebaseerd zijn op tracking technologie en grensformaliteiten tussen de EU en het VK overbodig zouden maken. De EU ziet die modaliteiten terecht niet als serieuze opties, mede omdat ze gebaseerd zijn op niet bestaande technologie en wensdenken. Daarom moet de EU blijven proberen tot afspraken over een douane-unie te komen.

 

Herintroductie van een grens tussen de EU en het VK moet zo min mogelijk belastend zijn

 

Het bedrijfsleven ziet het wegvallen van de grenzen als een historische verworvenheid van de EU en wil die grenzen niet terug. Maar omdat enerzijds de overgrote meerderheid van de in de EU afgeschafte grensformaliteiten gerelateerd zijn aan kwesties die nu in de Interne Markt geregeld zijn, en anderzijds het VK uit de Interne Markt wil stappen, is het onvermijdelijk dat er opnieuw een grens komt tussen EU en VK. Anders komt het gelijke speelveld onder druk te staan. Dat betekent dat er ook, waar dan ook, een vorm van grens zal komen tussen het VK en Ierland. Anders zouden bijvoorbeeld, in het geval dat er in de toekomst een vrijhandelsakkoord zou komen tussen het VK en de EU, Amerikaanse landbouwproducten tarief- en controlevrij via een Ierland sluiproute op de EU markt kunnen komen. De grensformaliteiten kunnen in de toekomst met behulp van technologie wel vereenvoudigd en versneld worden, maar niet afgeschaft. De herintroductie van een grens tussen de EU en het VK moet zo min mogelijk belastend zijn qua tijdsverlies en kosten.

 

Een zo ambitieus mogelijk bilateraal handelsakkoord EU – VK

 

De EU moet binnen de door het VK aangegeven rode lijnen – geen douane-unie, geen Interne Markt, geen rechtsmacht van het Hof van Justitie, geen of een geringe bijdrage aan het budget van de EU – streven naar een zo ambitieus mogelijk nieuw handelsakkoord met het VK. Dit akkoord zal per definitie meer belemmeringen opleveren dan nu in de Interne Markt het geval is. Maar het is wel zaak om die waar mogelijk tot een minimum te beperken.

Voorbeelden van belangrijke onderwerpen die in het toekomstakkoord geregeld moeten zijn, zijn: dataverkeer, luchtvaart, overheidsaanbestedingen, douanefacilitering, toegang tot viswateren, onbelemmerd verkeer van werknemers, en financiële dienstverlening.

 

Daarnaast zijn er natuurlijk veel andere issues. Uitgebreide analyses daarvan zijn o.a. te vinden in de rapporten van het Duitse ondernemersverbond BDI (zie https://english.bdi.eu/media/publications) en het Britse ondernemersverbond CBI: Smooth Operations.

 

Geen dynamische divergentie van regelgeving

 

In het VK wordt door de politiek gespeeld met de gedachte van dynamische divergentie van regelgeving tussen de EU en het VK na Brexit. Dat zou betekenen dat er per definitie verschillen zullen – kunnen - zijn tussen de regelgeving van het VK en van de EU. Het VK geeft niet aan, en het staat niet vast, of en wanneer en waar die verschillen zullen optreden, en zo ja hoe belangrijk ze zijn voor bedrijven. Eenduidige interpretatie kan ook niet plaatsvinden want het Europese Hof heeft geen rechtsmacht meer en een eventueel apart EU – VK Hof zal tot uitspraken kunnen komen die afwijken van het Europese Hof. Voor bedrijven resulteert dat alles in onvoorspelbaarheid.

 

Investeerders hebben langetermijnzekerheid nodig, o.a. over markttoegang. In het Britse voorstel komt die er niet. Een model met mogelijkheden voor divergentie kan in principe tot permanente conflicten leiden over vragen of er divergentie is of niet en over wat de concurrentie-effecten daarvan zijn. Protectionistische lobby's zullen de ruimte zoeken om regels in hun voordeel aan te passen.

 

Divergentie van regelgeving bij handhaving van vrije markttoegang is daarom ongewenst. Ook het Britse bedrijfsleven wil zo min mogelijk divergentie, aldus een rapport van de CBI van 11 april jl. Als er wel divergentie optreedt en deze de concurrentiepositie van Nederlandse en EU bedrijven ondermijnt moeten vrijwaringsmaatregelen mogelijk zijn, net zoals dat nu voor andere derde landen geldt.

 

Nederland moet optimale toegangspoort EU – VK en VK – EU worden

 

Het zoveel mogelijk beperken van economische schade en ontwrichting door Brexit dient vooreerst gerealiseerd te worden via een optimale akkoorden met het VK. Maar ook in praktische zin kan er veel schade worden voorkomen als Nederland in een gezamenlijke inspanning van bedrijfsleven en alle betrokken uitvoeringsorganisaties (douane, NVWA) zich goed voorbereidt en ernaar streeft de optimale toegangspoort van het VK naar de EU en van de EU naar het VK te worden. Een publiek-private dialoog over de knelpunten biedt kansen om als Nederland voorop te lopen op het anticiperen op de nieuwe situatie. Er is een gezamenlijke verantwoordelijkheid om de logistieke keten en grensprocedures beter te stroomlijnen. Hierover zal Nederland op uitvoeringsniveau ook nader overleg moeten hebben met het VK.

 

Kansen van Brexit

 

Aantrekken buitenlandse bedrijven uit VK en derde landen naar Nederland

 

Door de Brexit trekken bedrijven weg uit het VK of verplaatsen productiefaciliteiten. Tevens nemen bedrijven uit derde landen, b.v. uit Azië en de VS, beslissingen om (voorgenomen) investeringen in het VK te heroverwegen en te verplaatsen naar elders in Europa, vooral in verband met de zekere toegang tot de Interne Markt van 450 miljoen inwoners. Dit biedt kansen voor de Nederlandse economie en werkgelegenheid. VNO-NCW en MKB-Nederland werken nauw samen met de Nederlandse overheid, waaronder de NFIA, om Nederland hier optimaal bij te positioneren. Er bestaat een publiek-private structuur voor het overleg hierover. De NFIA heeft extra mensen in Londen gestationeerd. Inmiddels hebben 18 bedrijven besloten zich in Nederland te vestigen.

 

Het is van belang om bij de concrete acquisitie activiteiten heel Nederland in de schijnwerper te plaatsen, ook bijvoorbeeld de regionale clusters zoals Brainport, Food Valley en Chemelot. Daarnaast vraagt het behoud en de verbetering van het Nederlandse vestigingsklimaat continu aandacht.

 

Acquisitie moet ook een permanent punt van aandacht zijn in de strategische reisagenda van bewindspersonen. Economische missies kunnen goed benut worden om Nederland bij potentiële investeerders in de schijnwerper te plaatsen.

Lees meer over