Ontwerp-wetsvoorstel 'minimum CO2-prijs elektriciteitsopwekking', brief aan de ministers Wiebes (EZK) en Hoekstra (Financiën)

21-08-2018

Excellenties,

 

VNO-NCW en MKB-Nederland maken graag gebruik van de mogelijkheid om te reageren via de internetconsultatie op het ontwerpwetsvoorstel 'Wet minimum CO2-prijs elektriciteitsopwekking'.

 

Kernpunten
De ondernemersorganisaties zijn voorstander van CO2-beprijzing – mits doordacht ingevoerd – aangezien dit tot kosteneffectieve reductie van broeikasgasemissies kan leiden. Doordacht betekent in dit geval dat Nederland als open economie een dergelijke maatregel voor elektriciteitsproductie niet nationaal zou moeten willen invoeren, maar bij voorkeur op EU-schaal en tenminste op pentalaterale / regionale schaal. Zo kan er een werkelijke bijdrage worden geleverd aan het verbeteren van het klimaat en tegelijkertijd kan de Nederlandse economie worden geprikkeld om dé hotspot te worden voor innovatieve verduurzamingsoplossingen.

 

VNO-NCW en MKB-Nederland roepen het kabinet dan ook op het ontwerpwetsvoorstel voor de nationale minimum CO2-prijs aan te houden totdat er een Europese aanpak danwel pentalaterale / regionale aanpak mogelijk is.¹

 

VNO-NCW en MKB-Nederland ondersteunen hierbij het voorstel uit de 'Bijdrage van de Sectortafel Elektriciteit aan het Voorstel voor hoofdlijnen van het Klimaatakkoord' d.d. 10 juli jl. om in EU-verband het EU ETS verder te versterken en in pentalateraal / regionaal verband te streven naar een minimum CO2-prijs. VNO-NCW en MKB-Nederland zullen zich hiervoor namens het Nederlandse bedrijfsleven (blijven) inzetten binnen BusinessEurope.

 

Ten slotte: VNO-NCW en MKB-Nederland blijven graag samen met de andere relevante stakeholders betrokken en met het kabinet meedenken om te komen tot effectieve en efficiënte CO2-beprijzing.

 

Inleiding
Het kabinet heeft er in het Regeerakkoord voor gekozen in het komende decennium nationaal verdergaande CO2-reductie te realiseren dan vanuit de EU wordt verlangd. Deze ambitie als aanloop naar een CO2-neutrale economie in 2050 wordt door het bedrijfsleven gedeeld, onder de veronderstelling dat hiervoor de juiste voorwaarden worden gecreëerd. Een maatschappelijke uitdaging als het klimaatvraagstuk biedt belangrijke (internationale) marktkansen. De inzet van VNO-NCW en MKB-Nederland ten aanzien van het klimaatbeleid dat in diverse gremia nu gestalte krijgt, is dat Nederland innovatieve en duurzame bedrijvigheid naar zich toetrekt en daarmee dé internationale hotspot voor slimme klimaatoplossingen wordt.

 

Het voornemen tot een op nationaal schaal op te leggen CO2-minimumprijs bij elektriciteitsproductie – als uitgewerkt in het ontwerpwetsvoorstel 'minimum CO2-prijs elektriciteitsopwekking' – strookt hier niet mee. Het leidt tot een verslechterend klimaat / meer uitstoot van broeikasgasemissies op EU-niveau, een hogere binnenlandse elektriciteitsprijs direct ten nadele van de concurrentiepositie van de energie-intensieve industrie, minder bedrijvigheid en risico's rondom leveringszekerheid van elektriciteit. Het onderzoeksrapport door Frontier Economics over effecten van minimum CO2-prijs d.d. 9 juli jl. in opdracht van het ministerie van EZK toont dit onomstotelijk aan.
Oftewel, 'Nederland armer en de wereld warmer'.

 

Toelichting
Uit het onderzoek van Frontier Economics in opdracht van het ministerie van EZK blijkt dat ten opzichte van het enkel uitfaseren van kolenopgewekte elektriciteit de minimum CO2-prijs er voor zorgt dat op Nederlands grondgebied de uitstoot weliswaar met 8 Mton wordt verminderd in 2030, maar dat tegelijkertijd op EU-schaal de emissies met 4 Mton toenemen. Elektriciteit geproduceerd door Nederlandse gas- en kolencentrales zal worden vervangen door geïmporteerde elektriciteit uit landen met een hogere CO2-uitstoot per hoeveelheid geproduceerde elektriciteit.

 

De import van – relatief meer vervuilende – elektriciteit door Nederland zal dus toenemen. Bovenop het verbod op kolen verhoogt de minimum CO2-prijs de import van elektriciteit tijdens piekuren oplopend tot meer dan 60% in 2030, aldus Frontier Economics. Dit brengt risico's mee voor de leveringszekerheid van elektriciteit. Dit is in strijd met de Energieagenda (2016) waarin het waarborgen van de leveringszekerheid van de Nederlandse energievoorziening door de overheid als één van de speerpunten wordt genoemd van het te voeren energiebeleid. Daarnaast kan een haperende leveringszekerheid (fors) afbreuk doen aan het benodigde draagvlak onder burgers én bedrijven voor de CO2-transitie van de komende decennia.

 

Ten slotte leidt een nationale minimum CO2-prijs in combinatie met de uitfasering van kolenopgewekte elektriciteit ertoe dat elektriciteitsprijzen stijgen. Met 2,9 euro/MWh in 2030, oftewel 6% ten opzichte van het basisscenario. Dit betekent dat – zonder (indirecte) kostencompensatie – de concurrentiepositie van de energie-intensieve industrie verslechterd. Bovendien wil de industrie de komende jaren in het kader van de CO2-reductiedoelstellingen juist graag meer inzetten op elektrificatie. Dit wordt door een nationale minimum CO2-prijs op elektriciteitsproductie ontmoedigd.

 

Een nationale minimum CO2-prijs zorgt er dus voor dat zowel het klimaat als de Nederlandse economie slechter af is, de import van elektriciteit substantieel toeneemt waarmee de leveringszekerheid van elektriciteit in het geding dreigt te komen en de elektriciteitsprijzen voor consumenten en bedrijfsleven zullen stijgen terwijl er juist een tendens aan het ontstaan is naar elektrificeren. De reële ontwikkeling van de EU ETS-prijs kan de door Frontier Economics geprognosticeerde effecten verkleinen of vergroten, maar het onderzoek laat zien dat ook een relatief lage nationale heffing al tot significante risico's kan leiden.

 

Een doordachte strategie begint met het besef dat onderscheid moet worden gemaakt naar het effectieve schaalniveau van de klimaataanpak: mondiaal, Europees, nationaal, regionaal. Voor sectoren onder het EU-ETS (energie-intensieve industrie en elektriciteitssector) zijn Europese emissieplafonds afgesproken die steeds lager worden: de Europese CO2-uitstoot van de ETS-sectoren zal in 2030 43% lager liggen dan in 2005. Nationaal CO2-reductiebeleid voor deze sectoren – zoals de minimum CO2-prijs – is als hiervoor geschetst vanuit klimaat oogpunt niet effectief en vanuit economisch oogpunt niet efficiënt. Maatregelen gericht op EU ETS-sectoren dienen plaats te vinden op het niveau van de markt van deze sectoren.

 

Dat betekent voor wat betreft de elektriciteitsmarkt bij voorkeur op EU-schaal, en ten minste op pentalaterale / regionale schaal.² VNO-NCW en MKB-Nederland ondersteunen daarom ook de voorstellen in de 'Bijdrage van de Sectortafel Elektriciteit aan het Voorstel voor hoofdlijnen van het Klimaatakkoord' d.d. 10 juli jl. om in EU-verband het EU ETS te versterken en in pentalateraal verband te streven naar een minimum CO2-prijs.

 

Wat betreft het ontwerpwetsvoorstel inzake de nationale minimum CO2-prijs bepleiten VNO-NCW en MKB-Nederland deze aan te houden totdat een Europese danwel regionale aanpak mogelijk is. Daarnaast hebben de ondernemersorganisaties een aantal aanvullende opmerkingen bij het huidige ontwerpwetsvoorstel en memorie van toelichting:

  1. Een minimum CO2-prijs op elektriciteitsopwekking mag er niet toe leiden dat emissies die vrijkomen als gevolg van hergebruik van restgassen – zoals gebruikelijk met restgassen van de staalindustrie – extra worden belast. Dit zou het hergebruik ontmoedigen en emissies laten toenemen. Restgassen die worden ingezet bij de productie van elektriciteit dienen daarom volledig te worden vrijgesteld van een eventuele heffing, waaronder ook de emissies die gepaard gaan met de noodzakelijke extra inzet van aardgas om verbranding van deze restgassen mogelijk te maken.
  2. Ten aanzien elektriciteitsemissies van warmtekrachtkoppelingen (WKK) dient omwille van behoud van een gelijk internationaal speelveld binnen een WKK zelf opgewekte (en geconsumeerde) elektriciteit niet extra te worden belast.
  3. Energie-efficiëntie zou niet moeten worden ontmoedigd. Energie die vrijkomt uit een productieproces en gebruikt wordt voor elektriciteitsopwekking dient daarom eveneens te worden uitgezonderd.

Voor deze punten is het van groot belang dat het zo veel als mogelijk in de wet zelf wordt geregeld of dat ten minste hierover in de Memorie van Toelichting bij het wetsvoorstel vooraf duidelijkheid wordt verschaft en dit niet afhankelijk wordt gelaten van 'lagere regelgeving' die op een later moment tot stand zal komen.

 

VNO-NCW en MKB-Nederland zullen zich namens het Nederlandse bedrijfsleven (blijven) inzetten binnen BusinessEurope voor Europese danwel regionale effectieve en efficiënte CO2-beprijzing. Het onderzoek van Frontier Economics in opdracht van Energie-Nederland d.d. 9 juli jl. laat zien dat wanneer Nederland een minimum CO2-prijs invoert samen met omringende landen waarmee veel elektriciteit wordt uitgewisseld – zijnde België, Duitsland, Frankrijk, Luxemburg, Oostenrijk en Zwitserland – de effecten voor zowel het klimaat als de Nederlandse economie en leveringszekerheid van elektriciteit veel gunstiger zijn.

 

Een dergelijke aanpak leidt er in vergelijking met een nationale CO2-prijs toe dat zowel in Nederland als in het voorgestelde regionale blok de CO2-uitstoot fors afneemt: respectievelijk met -/-19 Mton en -/-40 Mton in 2030. Daarnaast neemt de elektriciteitsimport met zo'n 50% minder toe dan wanneer Nederland solitair de maatregel invoert, wat bijdraagt aan behoud van leveringszekerheid. Doordat in het regionale scenario minder ruimte is om binnenlandse elektriciteitsproductie te vervangen door goedkopere buitenlandse productie nemen de prijzen wel harder toe. Vanwege de concurrentiegevoeligheid van de energie-intensieve industrie is hiervoor (indirecte) kostencompensatie – zoals gebruikelijk ten behoeve van EU ETS – noodzakelijk.

 

Conclusie
De introductie van een minimum CO2-prijs voor elektriciteitsproducenten leidt, mits doordacht ingevoerd, tot kosteneffectieve emissiereductie. Doordacht betekent in dit geval dat Nederland als open economie een dergelijke maatregel voor elektriciteitsproductie niet nationaal zou moeten willen invoeren, maar bij voorkeur op EU-schaal en tenminste op pentalaterale / regionale schaal. Zo kan er een werkelijke bijdrage worden geleverd aan het verbeteren van het klimaat, en tegelijkertijd kan de Nederlandse economie worden geprikkeld om dé hotspot te worden voor innovatieve verduurzamingsoplossingen zonder dat de leveringszekerheid van elektriciteit in het geding komt. Daarnaast is het cruciaal dat er speciale aandacht is voor de concurrentiepositie van de energie-intensieve industrie waarbij – conform de regelingen binnen het EU ETS – compensatie voor indirecte kosten een belangrijk aspect vormen.

 

VNO-NCW en MKB-Nederland roepen het kabinet op het ontwerpwetsvoorstel 'Wet minimum CO2-prijs elektriciteitsopwekking' aan te houden totdat er een Europese aanpak danwel pentalaterale / regionale aanpak mogelijk is.

 

Ten slotte: VNO-NCW en MKB-Nederland blijven graag samen met de andere relevante stakeholders betrokken en met het kabinet meedenken om te komen tot effectieve en efficiënte CO2-beprijzing.

 

Hoogachtend,

 

 

Jeroen Lammers
Directeur Economische Zaken


¹,² Doordat de elektriciteitssector meer regio-gebonden is dan de energie-intensieve industrie, kan voor deze sector een regionale / pentalaterale benadering worden voorgestaan.
Voor de energie-intensieve industrie geldt dit vanwege hun concurrentiegevoeligheid expliciet niet: voor deze bedrijven met veelal de wereld als markt is idealiter een globale benadering van toepassing.