Consultatie vernieuwd beleid buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking, brief aan minister Kaag voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking

22-03-2018

Excellentie,

 

Nederland heeft behoefte aan een robuust en slim handelsbeleid om een groter marktaandeel van de wereldhandel te veroveren. Dat is ook de kern van het adviesrapport 'Team Nederland: Samen sterker in de wereld', dat in opdracht van de Dutch Trade and Investment Board is uitgebracht. Om het belang hiervan te onderstrepen, wijzen VNO-NCW en MKB-Nederland graag op het volgende:

 

- We verdienen zo’n 32% van ons BBP in het buitenland. Dat percentage is echter al jarenlang constant, terwijl de wereldmarkt in dezelfde periode juist harder is gegroeid dan ons BBP. Voor toekomstige groei zijn we in toenemende mate afhankelijk van groeimarkten buiten Europa. In deze markten heeft Nederland relatief minder aansluiting weten te vinden dan de buurlanden om ons heen. Zo was in 2016 bijna 47% van het Duitse BBP afkomstig uit de export van goederen en diensten (Eurostat).

- Ook de samenstelling van ons exportpakket vereist aandacht: deze is relatief sterk gericht op wederuitvoer en het aandeel ‘Made in Holland’ export (die een veel hogere toegevoegde waarde genereert) neemt af.

- Slechts 12% van ons bedrijfsleven is direct internationaal actief (CBS, internationaliseringsmonitor 2016). Het potentieel onder met name het mkb is veel groter. Het mkb heeft behoefte aan hands-on ondersteuning om verder te internationaliseren.

- Het mkb richt zich hoofdzakelijk op Europa (78%), terwijl de groei elders in de wereld plaatsvindt. Zo is de verwachte economische groei in 2018 in de EU 2,2%, terwijl dit percentage een stuk hoger ligt buiten Europa: India 7,4%, China 6,6%, ASEAN 5,4% en 3,3% in Sub-Sahara Afrika (World Economic Outlook IMF). Andere landen bieden hun mkb meer mogelijkheden. Duitsland maakt bijvoorbeeld gebruik van vier instrumenten voor handelsbevordering: exportkredietgaranties; investeringsgaranties; ongebonden

financieringskredieten; en praktische ondersteuning voor mkb’ers bij het vinden en bezoeken van geschikte buitenlandse beurzen, dit biedt jaarlijks 6500 mkb’ers de mogelijkheid om deel te nemen aan een beurs.

- De Sustainable Development Goals zijn ambitieus en overstijgen de mogelijkheden van overheden. Ze vergen dat Nederlandse ondernemers in een optimale positie worden gebracht om Nederlandse oplossingen op het terrein van o.a. watermanagement, voedselzekerheid en klimaatverandering te kunnen bieden. Dit vraagt om nieuwe vormen van publiek-private samenwerking en financiering.

- De problematiek in Afrika die de oorzaak is van toenemende migratie, vraagt om een integrale, mondiale aanpak, met inzet vanuit zowel overheden als private investeringen.

- Het is van groot belang dat wereldwijd markten toegankelijk blijven voor Nederlandse goederen en diensten. Door de toename van internationale spanningen en wereldwijd opkomend protectionisme, neemt het aantal handelsbelemmeringen toe (+10% in 2016 volgens de Europese Commissie in het jaarrapport 2016 over handels- en investeringsbelemmeringen). Dit vereist een continue dialoog op hoog niveau met andere landen.

- De verre markten brengen andere financieringsrisico’s met zich, die om maatwerk en een breed inzetbaar en flexibel financieringsinstrumentarium vragen. De vraag van opdrachtgevers/klanten in internationale markten verandert. We zien een beweging naar meer geïntegreerde projecten, vraag om totaaloplossingen en bedrijven spelen hierop in met nieuwe business modellen. Ook is er een trend naar lokalisering van het aanbod en wordt het belangrijker om markten vroegtijdig te ontwikkelen en voor sommige sectoren wordt het kunnen meebrengen/ arrangeren van financiering een essentieel aspect. Voor MKB bedrijven – die vaak als toeleverancier opereren in de supply chain van grote bedrijven – is dit vooral een grote uitdaging. Tegelijkertijd zien we dat concurrerende landen hiervoor een strategisch exportfinancieringsinstrumentarium ter beschikking stellen en publieke financiële instellingen kennen met een breed mandaat om de internationale expansie van hun bedrijfsleven te ondersteunen, waardoor Nederlandse bedrijven een gebrek aan level playing field ervaren.

- Nieuwe groeimarkten zorgen voor een veranderend speelveld, met als meest in het oog springende voorbeeld China, hetgeen een publiek-private aanpak vereist.

- Het belang van het aantrekken van de juiste bedrijven naar Nederland is groot; niet alleen omwille van de werkgelegenheid, maar ook in verband met het aantrekken van de juiste kennis, het bevorderen van innovatie, het stimuleren van waardeketens en het behouden van onze mondiale topposities, zoals op het vlak van logistiek.

- Landen om ons heen hebben hun handelsbeleid reeds aangescherpt, door o.a. investeringen in het postennetwerk, zowel in hun publieke postennetwerk, als in private "soft-landing" supportcentra voor hun ondernemers, een strategische reisagenda en een concurrerend aanbod van exportfinanciering. Als Nederland hier onvoldoende op anticipeert, ondergaat het Nederlands bedrijfsleven een concurrentienadeel.

 

VNO-NCW en MKB-Nederland waarderen de verbinding die het kabinet heeft aangebracht tussen hulp en handel, de bijdragen die er zijn geleverd aan verduurzaming van handelsrelaties, o.a. door de inzet van IMVO-convenanten, de vraagsturing die er is aangebracht in de reisagenda door een sterkere relatie met de topsectoren en de concrete verbeteringen die er tot stand zijn gebracht op het terrein van exportfinanciering, zoals de totstandkoming van het DTIF en DGGF.

 

Tevens zijn er belangrijke stappen genomen om tot een effectievere structuur voor de handelsbevordering in Nederland te komen. VNO-NCW en MKB-Nederland hebben hiervoor samen met de partners FME, Metaalunie, evofenedex en de banken de private organisatie NL International Business opgericht. De overheid heeft een publieke krachtenbundeling tot stand gebracht onder de noemers NL Trade & Innovate en Invest in Holland. Met de publiek-private werkplaats kunnen kansrijke projecten verder worden gebracht.

 

Nederland heeft hiermee de afgelopen jaren gewerkt aan een goede basis voor een effectief handelsbeleid. Dat is positief, maar Nederland kan niet op haar lauweren rusten. Economische machtsverhoudingen verschuiven, nieuwe concurrentie uit met name opkomende markten treedt toe en er is - steeds dichter bij huis - sprake van toegenomen geopolitieke risico’s. Dit vergt aanpassingsvermogen van het bedrijfsleven, maar ook meer ambitie, een samenhangend buitenlandbeleid met voldoende gewicht voor economische belangen en een nauwere samenwerking tussen overheid en bedrijfsleven bij positionering op buitenlandse markten. Een aangescherpt handelsbeleid biedt voor Nederland goede kansen om een win-win situatie te realiseren: een sterkere economische positie van Nederland in de wereld, een grotere diversiteit aan bedrijven in handelsrelaties, meer verduurzaming van handelsketens, en een grotere bijdrage van duurzame economische groei in lage- en middeninkomenslanden.

 

Met het adviesrapport van de stuurgroep Buijink en de vernieuwde structuur ligt er een goede basis voor een aangescherpt handelsbeleid. Het is nu zaak om de gekozen beleidsrichting te vertalen in een actieagenda en tot implementatie over te gaan. Wij roepen het kabinet dan ook op om samen met het bedrijfsleven te komen tot zo een actieagenda.

 

In de bijlage bij deze brief wordt concreet aangegeven welke elementen er naar onze mening in deze actieagenda moeten terugkomen om de overeengekomen internationaliseringsambitie waar te kunnen maken.

 

Tevens treft u de antwoorden op de consultatievragen aan.

 

Hoogachtend,

Jeroen Lammers, directeur beleid

VNO-NCW en MKB-Nederland

 

Zie de download voor de volledige brief inclusief de bijlagen met Actieagenda en consultatieantwoorden.