Concept-wetsvoorstel homologatie onderhands akkoord ter voorkoming van faillissement (WHOA)

30-11-2017

Excellentie,

 

VNO-NCW en MKB-Nederland hebben met interesse kennisgenomen van het conceptwetsvoorstel homologatie onderhands akkoord ter voorkoming van faillissement (WHOA).

 

De WHOA bevat, net als haar voorganger het eerder ter consulatie aangeboden voorontwerp Wet continuïteit ondernemingen II, een in de Faillissementswet op te nemen regeling die het mogelijk maakt om buiten het faillissement een dwangakkoord op te leggen ter herstructurering van schulden en het voorkomen van een surceance van betaling of faillissement. VNO-NCW en MKB-Nederland hebben op 11 december 2014 uitgebreid gereageerd op het voorontwerp WCO II en maken ook graag gebruik van de mogelijkheid te reageren op het nieuwe concept-wetsvoorstel.

 

Het wetsvoorstel moet ertoe leiden dat het reorganiserend vermogen van levensvatbare ondernemingen wordt versterkt. Dit voorkomt onnodige faillissementen van op zich levensvatbare ondernemingen die als gevolg van een te zware schuldenlast insolvent dreigen te raken, wat in het belang is van alle bij de onderneming betrokken partijen.

 

Voorkomen moet worden dat schuldenaren de regeling oneigenlijk kunnen gebruiken om hun schulden te saneren. Dit is nu nog onvoldoende het geval. Voor een goede toepassing van het onderhandse dwangakkoord dient een aantal verbeteringen in het voorstel te worden opgenomen.

 

  • Er dient een expliciete voorwaarde voor toepassing van deze wet te worden opgenomen dat aannemelijk moet worden gemaakt dat (alle) schuldeisers bij een akkoord meer zullen ontvangen dan wanneer dezelfde onderneming eenvoudig failliet zou gaan.
  • Er moeten adequate waarborgen zijn dat geen misbruik kan worden gemaakt van de regeling. Daarom is een prominentere rol van een onafhankelijke toezichthouder gewenst (de monitor).
  • Schuldeisers die niet tegen het akkoord hebben gestemd, moeten niet automatisch al hun rechten verliezen om tijdens de procedure in hoger beroep te gaan. Beroep moet open blijven staan voor schuldeisers die aannemelijk kunnen maken dat zij niet correct of tijdig door de schuldenaar zijn geïnformeerd over het akkoord of redelijkerwijs niet de gelegenheid hebben gehad om tijdig hun stem uit te brengen.
  • De wederpartij die verplicht wordt door te gaan met het leveren van goederen of diensten mag hiervan geen nadeel ondervinden. Het moet worden geborgd dat zij volledig worden betaald voor de door hen te leveren goederen of diensten en dat deze doorlevering van essentieel belang is voor het voortbestaan van de onderneming.
  • De rechter moet een mogelijkheid hebben ambtshalve een homologatie van een onderhands akkoord te weigeren indien er zwaarwegende redenen zijn die zich tegen de homologatie verzetten. Hij moet dan niet volledig afhankelijk zijn van het tegenstemmen van één of meer crediteuren zoals het conceptwetsvoorstel nu lijkt voor te schrijven.
  • Er dient te worden aangegeven hoe de rechter kan vaststellen of de schuldenaar al zijn schuldeisers heeft benaderd en of zij inderdaad al dan niet akkoord zijn gegaan. Dit kan bijvoorbeeld door de brief van de schuldenaar te laten overhandigen bij deurwaardersexploot (waarbij een bepaalde tariefstelling kan worden bepaald) of door een ontvangstbevestiging te vragen van de crediteur of aandeelhouder.
  • Het gelijktrekken van het begrip schuldenaar en het begrip deskundige waarmee de regeling van overeenkomstige toepassing is op deze deskundige, heeft als gevolg dat ook de deskundige na verwerping van een akkoord of weigering van homologatie door de rechter gedurende 3 jaar niet opnieuw met een akkoord aan de slag kan. Dat zal niet de bedoeling zijn.
  • De regeling zou niet van toepassing moeten zijn op een schuldenaar die hoofdelijk aansprakelijk is gesteld wegens kennelijk onbehoorlijk bestuur bij faillissement, tenzij nietde ondernemer maar een door de rechtbank benoemde deskundige de regie heeft.
  • In het conceptwetsvoorstel ontbreekt een evaluatiebepaling.

 

In de bijlage treft u meer een specifiek, artikelsgewijze commentaar op de voorgestelde regeling.

 

Graag verzoeken wij u bovengenoemde punten en het nadere artikelsgewijze commentaar bij de verdere besluitvorming te betrekken en het uiteindelijke wetsvoorstel aan te passen.

 

Tot een nadere toelichting zijn wij uiteraard graag bereid.

 

Hoogachtend,

 

Mr. J.M. Lammers

Directeur Economische Zaken

 

Zie de Download voor het artikelsgewijze commentaar bij de WHOA