Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, brief aan de VC voor Buitenlandse Zaken en de AC voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking

08-09-2017

Hoogedelgestrenge dames en heren,

 

VNO-NCW en MKB-Nederland gaan graag in op de uitnodiging om inbreng te leveren voor de hoorzitting in uw Kamer over het beleid met betrekking tot buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking.

 

Actieve handelsbevordering, door onder meer economische missies en inzet van het postennetwerk, draagt bij aan het realiseren van kansen, het oplossen van maatschappelijke vraagstukken, de groei van economie en het creëren van banen en welvaart in Nederland én het buitenland. Kortom, Nederlandse bedrijven – en dan met name alle grote en kleine ondernemingen die internationaal actief zijn – hebben de wereld veel goeds te bieden.

 

Versterking en vernieuwing is evenwel nodig om de positie van Nederland verder uit te bouwen, om de diversiteit aan bedrijven in handelsrelaties te vergroten, om handelsketens verder te verduurzamen en om een positieve bijdrage te leveren aan de economische ontwikkeling van met name low- en middle-income landen.

 

Hieronder gaan wij nader in op vier punten waarbij wij in hoofdlijnen aangeven op welke wijze het beleid versterkt zou kunnen worden om de positieve rol van het bedrijfsleven verder te vergroten. In de bijlage bij deze brief wordt in meer detail op deze zaken ingegaan.

 

1. Missies en economische diplomatie

Het belang van economische missies en het postennetwerk en de bijdrage die hiermee worden geleverd om het Nederlandse bedrijfsleven in positie te brengen om internationaal zaken te doen, mag niet worden onderschat. Duurzame handelsbevordering en economische diplomatie helpen daarbij om het Nederlandse bedrijfsleven actief bij te dragen aan het oplossen van de mondiale vraagstukken. Dit laat zich het beste illustreren aan de hand van een paar voorbeelden:

  1. In 2015 hebben een handelsmissie naar India en een volgend inkomend bezoek van premier Modi ervoor gezorgd dat Nederlandse bedrijven uit de sectoren water, landbouw en gezondheidszorg in een consortium samen met Indiase ondernemingen en de Indiase overheid een project zijn gestart gericht op het schoonmaken van de Ganges. Daarbij zijn afspraken gemaakt om jaarlijks de bilaterale economische agenda te bespreken.
     
  2. Door actieve diplomatieke inzet heeft de land- en tuinbouwsector zich goed kunnen presenteren tijdens de Iran Green Expo. Dit heeft geleid tot een bezoek van zo’n 150 Iraanse tuinbouwbedrijven op de GreenTech in Amsterdam, versterking van de ambassade in Teheran met een landbouwattaché en een financiële expert en een handelsmissie van de Iraanse minister van landbouw naar Nederland in 2016.
     
  3. Zeer recent is tijdens het Staatsbezoek en handelsmissie naar Italië de eerste Female CEO Round Table op initiatief van het Nederlandse bedrijfsleven georganiseerd.

Uiteraard is er nog een keur aan andere handelsmissies bijvoorbeeld naar Australië, Duitsland en China, die allemaal een eigen succesverhaal kennen. Wel is nog ruimte voor verbetering in de follow-up van deze missies. Ook in het Adviesrapport DTIB Stuurgroep internationale handels-, innovatie- en investeringsbevordering "Team Nederland: Samen Sterker in de Wereld"¹ (hierna: Adviesrapport) wordt er met klem op aangedrongen om beter publiek-privaat samen te werken op het punt van de bevordering van de internationaal ondernemen.

 

Wij stellen met instemming vast dat het kabinet daar ook werk van wil maken. Wij hebben deze handschoen opgepakt door het initiatief te nemen om in de Stichting NL International Business private dienstverlening te bundelen en professionalisering van de voorbereiding, uitvoering en (vooral ook) follow-up van economische missies.

 

2. Dienstverlening en exportbevordering buitenlandse activiteiten

Uit het Adviesrapport blijkt ook duidelijk dat nodig is dat er stroomlijning plaatsvindt van de beleidsinstrumenten die zien op bevorderen van export en internationaal zakendoen, dat deze beleidsinstrumenten toegankelijker worden gemaakt voor het mkb en dat de financiële ruimte wordt vergroot. Naar onze opvatting kan Invest NL, een Nederlandse ontwikkelings- en investeringsinstelling, hierbij een belangrijke rol vervullen, mits op de juiste wijze vormgegeven.

 

Door de verschillende bestaande instrumenten² onder Invest NL samen te brengen, kan meer flexibiliteit ontstaan en kan de uitvoering worden verbeterd. De voorgenomen joint-venture tussen Invest NL en FMO kan daarbij zorgen dat vanuit Nederland integrale projectontwikkeling tot stand komt, zodat Nederlandse bedrijven meer kansen krijgen om projecten in ontwikkelingslanden/opkomende markten binnen te slepen.

 

3. Handel en duurzaamheid

Ook voor het realiseren van de Sustainable Development Goals zien wij een belangrijke rol weggelegd voor het Nederlandse bedrijfsleven. Onder de vlag van NL Next Level hebben VNO-NCW en MKB-Nederland concrete voorstellen gedaan om het Nederlandse bedrijfsleven in positie te brengen om internationale koppositie te verwerven voor het bieden van oplossingen voor de grote mondiale opgaven van onze tijd op gebied van water, voedsel, energie, verstedelijking en digitalisering.

 

Daarbij publiceren wij binnenkort een brochure waarin we aan de hand van vele voorbeelden laten zien dat Nederlandse grote en kleine bedrijven op dit moment al zeer maatschappelijk relevant bezig zijn en belangrijke bijdragen leveren om de SDG doelstellingen dichterbij te brengen. Dit gebeurt met behulp van de IMVO-convenanten, maar ook in samenwerkingsverbanden zoals het Ecoshape-consortium tussen de watersector, TNO en kennisinstellingen waarbinnen men werkt aan het op natuurlijk wijze voorkomen van kusterosie in Indonesië en tegelijkertijd kansen te scheppen voor onder meer de garnalenvisserij.

 

Naar onze mening moeten deze initiatieven ruim baan krijgen. Daarvoor is nodig dat de wetgeving ruimte biedt voor experimenten en de aanpak via convenanten verder wordt ondersteund. Voorkomen moet worden dat een te strikt wettelijk keurslijf – ook al komt dat voort uit goede intenties – deze kansen voor Nederlandse bedrijven zouden frustreren.

 

4. Veiligheid en ontwikkeling

Eén van de grote uitdagingen betreft de grote migatiestromen. In dat kader is er grote noodzaak om de stabiliteit van een groot aantal landen rondom de EU te vergroten. Ten diepste – en dat sluit nauw aan bij de SDG-doelstellingen – is daarvoor nodig dat er een brede economische ontwikkelingsagenda komt voor deze landen (veelal in Afrika). Deze agenda moet gericht zijn op het bevorderen van handel met en investeringen in deze landen en het terugdringen van de werkloosheid onder jongeren.

 

Daarvoor kan voor een deel worden aangesloten op de initiatieven die er zijn in G20-verband om te komen tot vraaggestuurde "investment compacts". Daarnaast kan Nederland concreet actie nemen door enerzijds het beleid rondom veiligheid & ontwikkeling meer te richten op de nabije regio’s en anderzijds de combinatie van hulp & handel verder te versterken door onder meer het ontwikkelen van Invest NL, het inzetten op verder verduurzamen van handelsketens binnen de IMVO-convenanten en een koppeling mogelijk te maken tussen ODA- en niet-ODA-middelen (zoals het export-financieringsinstrumentarium).

 

Graag verzoeken wij u dit position paper te betrekken bij uw overwegingen. Wij zien ernaar uit om dit position paper nader toe te lichten tijdens de hoorzitting in uw Kamer op 11 september.

 

Hoogachtend,

 

 

mr. J.M. Lammers
Directeur Economische Zaken

 

¹ https://www.vno-ncw.nl/sites/default/files/102393_rapport_DIO-BE_WEB.pdf

² waaronder DRIVE, DGGGF en DTIF