Algemeen Overleg over IMVO-convenanten, brief aan de Algemene Commissie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking uit de Tweede Kamer

15-06-2016

Weledelgestrenge dames en heren,

Op 22 juni a.s. overlegt u met de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking over internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen (IMVO). Een belangrijk onderwerp op de agenda is de totstandkoming van de IMVO-convenanten van de sectoren en de voortgang daarvan.

Leeswijzer
Het doel van deze brief is u mee te nemen in ons standpunt over de IMVO-convenanten. Tevens willen wij laten zien wat het bedrijfsleven reeds allemaal doet op IMVO-vlak. We hopen daarbij natuurlijk op steun vanuit de Kamer voor de IMVO-inspanningen van onze achterban. In het eerste deel van de brief schetsen we de achtergrond van de IMVO-convenanten en benoemen wij een aantal aandachtspunten in de totstandkoming en implementatie ervan. In het tweede deel van de brief treft u best practices aan van IMVO, aangedragen door onze leden.

Achtergrond
De Sociaal-Economische Raad (SER) heeft in april 2014 een advies uitgebracht aan de Minister over IMVO-convenanten. De Minister heeft dit advies overgenomen. In het SER-advies wordt geanalyseerd dat de mondiale ontwikkelingen en internationale rol van Nederland kansen bieden voor het versterken van wereldwijde duurzame ontwikkelingen, voor groei en voor innovatie. Tegelijkertijd is tegen de achtergrond van grensoverschrijdende handel, complexe ketens en soms niet functionerende buitenlandse overheden ook sprake van risico's op negatieve effecten op mens en milieu.

Standpunt VNO-NCW en MKB-Nederland over het SER-advies
VNO-NCW en MKB-Nederland onderschrijven volmondig het SER-advies en het streven van afsluiting van 10 convenanten. De kracht van een convenant is dat bedrijfsleven en overheid samen optrekken. Om optimaal te opereren op het vlak van internationaal MVO kan het bedrijfsleven niet zonder de overheid en maatschappelijke organisaties. De complexe situaties van risico's op schendingen in opkomende markten en ontwikkelingslanden kan het bedrijfsleven maar gedeeltelijk zelf oplossen. IMVO is daarom een gedeelde verantwoordelijkheid van bedrijfsleven en overheid, zoals ook tot uitdrukking gebracht in de UN Guiding Principles on Business and Human Rights. Met meerdere partijen is de kans op oplossingen, preventie en benutten van kansen groter. Wij stimuleren ondernemers zich in te spannen als het gaat om de opgave duurzaamheid te versterken en risico's in ketens te mitigeren en transparantie te bevorderen. Wij zien daarin vele initiatieven, ook los van het proces van convenantvorming.

IMVO-convenant is een instrument
Voor branches en bedrijven kunnen de IMVO-convenanten een welkome aanvulling zijn op het bestaande IMVO-beleid omdat men gebruik kan maken van aanwezige kennis en kunde bij de overheid en men gestructureerd een dialoog aangaat met maatschappelijke stakeholders. Voor ons staat daarbij voorop dat branches en bedrijven hun internationale maatschappelijke verantwoordelijkheid nemen, of dit nu via convenanten is of anderszins. Conform het SER-advies bepalen branches en bedrijven zelf of een IMVO-convenant past of dat andere initiatieven soortgelijke impact genereren. Uiteindelijk gaat het om het doel.

Bedrijven en sectoren zullen daarbij telkens ook het internationale 'level playing field' in de gaten houden. Gelukkig is hiervoor veel aandacht vanuit de Nederlandse overheid en – steeds meer – vanuit Brussel. Ook hierin kunnen overheid en bedrijfsleven samen optrekken.

Wel is het goed te realiseren, dat het SER-advies over de IMVO-convenanten tot stand is gekomen in de Nederlandse stijl en cultuur van overleg. Deze mentaliteit rijmt soms minder met de realiteit van het internationaal opererend bedrijfsleven. Nederlandse ondernemingen hebben in het kader van 'due dilligence' een inspanningsverplichting op IMVO vlak. Dat was destijds ook het vertrekpunt voor het SER-advies – vrijwilligheid (een inspanningsverplichting) en geen resultaatverplichting. Dat geldt ook voor het streefgetal van 10 convenanten per eind 2016. Enkele brancheverenigingen en individuele leden van onze verenigingen ervaren druk vanuit de overheid gelet op dit streefaantal en deze streefdatum om een convenant af te sluiten ongeacht de mate waarin zij diverse IMVO-risico's al beheersen, wat een Nederlands convenant daar aan zou kunnen toevoegen en ongeacht de kosten van de totstandkoming van een convenant. We moeten voorkomen dat het IMVO-convenanten traject een afvinkexercitie wordt.

Sectoraanpak
Vanuit onze achterban vangen wij signalen op over de sectoraanpak in het IMVO-convenantentraject. Verschillende branches en bedrijven worden door de Minister aangesproken als sector op hun verantwoordelijkheid terwijl zij soms slechts een deel van de sector vertegenwoordigen of als individueel bedrijf een sector vertegenwoordigen. Een branche speelt een belangrijke rol bij de bewustwording van leden over IMVO, maar kan vaak niet verantwoordelijk worden gehouden voor acties van individuele leden. Als er sprake is van een sectoraanpak, dan is het de uitdaging om de diversiteit van de partijen te vatten in een gezamenlijk convenant en een reëel ambitieniveau neer te leggen. Sommige sectoren zijn op IMVO-vlak verder dan anderen. Maatwerk binnen het convenant is dan de oplossing, zoals het voorbeeld van de textielsector laat zien.

Rol NGO's
Zoals geschetst in het SER-advies, spelen maatschappelijke partijen zoals NGO's en de vakbeweging een belangrijke rol bij de totstandkoming van IMVO-convenanten. Het opzetten van een goede dialoog tussen bedrijfsleven, stakeholders en overheid is van groot belang. NGO's en vakbeweging kunnen bijvoorbeeld specifieke kennis aanleveren over situaties in landen of in ketens die helpen de 'due diligence' van bedrijven op orde te krijgen. Bedrijven en branches zien deze meerwaarde ook. De brede stakeholder dialoog zoals opgezet door het ministerie van Buitenlandse Zaken en de coördinerende activiteiten van het MVO Platform dragen hieraan bij.

Secretariaat van en toezicht op IMVO-convenanten
Ook de keuze van ondersteuning bij totstandkoming, implementatie en naleving van een IMVO-convenant door (het secretariaat van) de SER, zoals geschetst in de brief van de Minister (d.d. 21 april 2016 en kenmerk TK 26485, nr. 219), dient een vrijwillige keuze te zijn van desbetreffende branche of bedrijf. Een keuze die overigens vanuit VNO-NCW en MKB-Nederland gezien de positieve ervaringen met de SER zal worden gestimuleerd. Men dient echter de vrijheid te behouden om bijvoorbeeld secretariaat of toezicht op de in een convenant gemaakte afspraken bij een onafhankelijke derde partij te beleggen. Dit laat onverlet uiteraard de – altijd geldende – rol en verantwoordelijkheid van het Nationaal Contact Punt OESO-Richtlijnen, die wij onderschrijven. Een rol van het Nationaal Contact Punt bij een klachtenmechanisme in een IMVO convenant is goed voorstelbaar.

Bestaan van IMVO-risico's
De textielsector loopt voorop in het convenanten traject. De banken volgen, evenals de goudsector. Andere sectoren hebben stappen gezet om tot een IMVO-convenant te komen: bouw, duurzame eiwitten, groothandel, hout, land- en tuinbouw, natuursteen, metallurgische industrie, sierteelt, technologische industrie, toerisme, verzekeraars en voedingsmiddelen. De belangrijkste boodschap van enkele bedrijven en branches is dat het bestaan van IMVO-risico's niet de reden kan zijn om een convenantentraject in te gaan. Het gaat er bij brancheverenigingen en hun leden om of zij menen specifieke IMVO-risico's voldoende te beheersen. Waar dit niet het geval is, kan een convenant uitkomst bieden, al dan niet in aanvulling op de vele initiatieven die binnen het bedrijfsleven al bestaan op IMVO-terrein.

Voorbeelden uit het bedrijfsleven
De bestaande initiatieven komen zowel van individuele ondernemingen als van branches of groepen van bedrijven. Bedrijfsleven trekt samen op met maatschappelijke organisaties om ketens transparanter te maken. De activiteiten zijn gericht op het beheersen van risico's maar ook op het zien van kansen op allerlei vlak; arbeid, mensenrechten en milieu. Om u een beeld te geven van bestaande initiatieven van het bedrijfsleven presenteren we een aantal best practices. Dit zijn de bouwstenen van mogelijke convenanten.


Zie de download hieronder voor de volledige brief.