10 P's om van Nederland welvarendste land ter wereld te maken

20-11-2015

'Kroonrede' Big Improvement Day, 20 januari 2015

Nederland als onderneming
Een visie op Nederland moet beginnen met een opmerking over alle internationale onzekerheid en ellende die ons omringen. De invloeden daarvan dringen naar binnen, in onze samenleving. Het bewustzijn daarvan is essentieel, maar mag ons niet verlammen om die dingen te doen die we in eigen hand hebben en die bijdragen aan de traditie van Nederland als een open, moderne, tolerante en zeker ook welvarende samenleving. Dus...

Groei en banen
'Landgenoten...!!!', Nederland is ondernemender dan ooit en op veel gebieden zijn we absolute wereldtop. Niks staat in de weg om het meest welvarende land ter wereld te worden, of het moet al zijn dat we ons zelf altijd maar 'klein' noemen en daardoor ook klein houden. We doen ons zo te kort. Want een inzet op welvaart en groei is zeer haalbaar en noodzaak. En dat doe je niet voor geld, maar voor banen en voor een moderne, duurzame en open samenleving. Dan helpt het als er voor twee werkzoekenden, Peter en Achmed, twee of drie vacatures beschikbaar zijn in plaats van één. Groei en banen zijn onmisbare elementen voor een inclusieve samenleving, juist ook in een internationale omgeving die naar binnen toe ontwrichtend kan zijn.

Nederland managen als onderneming
Om dat te bereiken, moeten we Nederland veel meer managen als een onderneming. Belangrijke macro-beleidsinstrumenten liggen inmiddels in Frankfurt en Brussel en daarom moet de nationale aanpak meer micro worden. Natuurlijk moeten randvoorwaarden op orde zijn, maar de ondernemer weet dat het echte succes van zijn bedrijf aan de marktkant wordt behaald. "Aan een touwtje moet je trekken, niet duwen." Nederland als onderneming is zich scherp bewust van veranderende markten en concurrentie, maar ook van onze eigen bijzondere positie en kracht. Nederland is bovendien een onderneming die zich verantwoordelijk voelt naar alle stakeholders, niet in de laatste plaats de werkenden. En voor de toekomst: alleen duurzame groei biedt de zekerheid dat er banen zijn, blijven en bijkomen.

10 P's als strategie voor groeiambitie
Tegen die achtergrond formuleert VNO-NCW voor Nederland een onomwonden groeiambitie, namelijk dat we het meest welvarende land ter wereld worden. En tegen die achtergrond kan je met referte aan de aloude marketing P's de nationale strategie praktisch en als een onderneming vorm geven. Ik maak er een soort van 10 geboden van...

  1. De eerste P is die van personen. Het gaat VNO-NCW dus om de mensen die in Nederland wonen en werken. Die moeten het hier goed hebben, zich uitgedaagd en gewaardeerd voelen, hier hun toekomst opbouwen. Een uitdaging, want in de wereld zijn er maar een paar regio's die er toe doen en daar moet je dan dus wel bij horen.
     
  2. De tweede P is daarom die van positionering van Nederland in de wereld, 'want de wereld is de markt waarin Nederland zijn welvaart moet verdienen'. We moeten mondiaal gekend en herkend worden als een bijzonder land waarin je wilt wonen, werken, investeren en waarmee je zaken wilt doen. In een uniformerend Europa vergt het extra overredingskracht om een Aziaat of Amerikaan die in de EU wil investeren te overtuigen dat hij dat in Nederland moet doen in plaats van in één van de grotere landen. Het is daarom absolute noodzaak dat we ons land onderscheidend positioneren.
    Hoe maak je dat nou praktisch? Laten we de World Expo 2025 naar Nederland halen, laten we de Olympische spelen van 2028 een kans geven. Misschien moeten we een Rembrandt 'Lecture on Peace and Prosperity' organiseren, waar jaarlijks vanonder de Nachtwacht een mondiale topdenker of topdoener in absolute vrijheid haar/zijn visie aan een wereldpubliek presenteert. Misschien moeten we onze ontwikkelingshulp richten op noodhulp en zorgen dat Nederland bij elke ramp als eerste herkenbaar aanwezig is en zijn logistieke kwaliteit in dienst stelt van royale hulp. De wereld moet en mag weten dat we bijzonder zijn, een open, moderne en duurzame samenleving.
     
  3. Dat brengt ons op de derde P, de p van de producten (en diensten) die Nederland naar de internationale markt brengt. Daarin maken we innovatieve keuzen die zich in de markt hebben bewezen. Ik doel op het topsectorenbeleid dat we praktischer willen maken door het te richten naar concrete exportdoelstellingen. In concreto de agrarische export van 90 miljard naar 150 miljard euro, en zo ook voor andere sectoren. En dat doen we door een strak georganiseerde handelsbevordering.
     
  4. De vierde P is de p van het prijsniveau van de Nederlandse samenleving. Allerlei prijzen zijn van belang en. Denk bijvoorbeeld aan de energiekosten van ons petro-chemisch complex. Maar een generiek element dat onze kosten verhoogt en de bestedingen remt zijn de hoge belastingen en de hoge de wig. Met name de inkomstenbelasting is aan herziening toe. Om enigszins in lijn te komen met de buurlanden bepleiten wij tot 100.000 euro een IB-tarief van 35 procent en daarboven een nieuw toptarief van 45 procent. Als de financiering daarvan vol door de collectieve sector wordt gedragen, dan verschuift 18 miljard euro van de overheidskas naar de portemonnee van burgers. Aanzienlijk minder overigens dan sinds 2001 door lastenverzwaringen ten koste ging van de burger. De operatie is goed voor de concurrentiepositie , de binnenlandse bestedingen en groei van banen. De paniek slaat nu toe op het ministerie van Financiën, maar het hoeft niet allemaal in een jaar. Zet het perspectief neer en groei er in een aantal jaren naar toe.
     
  5. Dit voert naar de vijfde P, de p van personen op de arbeidsmarkt. De arbeidsmarkt-aanpak in de komende jaren moeten we vooral over de boeg gooien van EU-level playing field en de marginale wig. Werken moet lonender worden, vooral voor de middeninkomens. Onze aanpalende aandacht gaat uit naar
    • Het 100.000 banenplan voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt
    • Ontwikkeling van de markt voor persoonlijke diensten, in bijvoorbeeld de zorg
    • Uitstekend onderwijs
    • Aantrekken en vasthouden van internationaal talent.
  6. De zesde P is de p van plaats en ports. Het oude mainportbeleid moet terug naar zijn glans van 25 jaar geleden:
    • De combinatie Air France-KLM-Schiphol is een combinatie die Nederland een groot aantal zeer waardevolle mondiale rechtstreekse verbindingen heeft gegeven. Extra aandacht is nodig om dat grote goed voor ons vestigingsklimaat te borgen. Kapers zijn op de kust en binnen Air France-KLM moet het Nederlandse belang blijvend worden gediend.
    • Ook voor de mainport Rijnmond als logistiek, petrochemisch en zakelijk dienstverleningscomplex zijn kapers op de kust. Het is er al zo lang en 'we take it for granted', maar we moeten er weer voor knokken.
    • En dan is er die nieuwe ontwikkeling van Nederland als data- en ICT-hub. Van Amsterdam tot Delfzijl. Een enorme kans om onze eigen plek in de nieuwe wereld van de ICT te bemachtigen.
  7. De zevende P is de p van projectmatige aanpak. Het is tijd om de Nederlandse beleidscultuur te verrijken met projecten die de aangegeven richtingen concreet maken. Projecten die een perspectief geven, burgers aansporen om te spenderen en bedrijven om te investeren. Nogmaals aan het touwtje trekken en niet alleen maar duwen in de randvoorwaardelijke sfeer. Om die reden zet VNO-NCW in op groeiprojecten zoals de WorldExpo 2025 met als thema 'duurzaam wonen en duurzaam werken in een deltagebied'. Het maakt Nederland tot een toonkast voor de rest van de wereld, maar is vooral bedoeld als de katalysator voor belangrijke investeringsprojecten in eigen land. Denk bijvoorbeeld aan een versnelde uitvoering van het Deltaproject of de aanleg van de Markerwadden. En natuurlijk, een project organiseren brengt meer risico dan de publicatie van een beleidsnota. Maar dat hoort erbij... No guts, no glory.
     
  8. -10. De achtste, negende en tiende P betreft de PPP, oftewel de publiek-private-partnership die Nederland koestert en die door concrete projecten verder inhoud krijgt. Samenwerking met onze publieke collega's en met andere organisaties die worden gedreven door wat The Economist 'public spiritedness' noemt.

Goud in handen
Nederland heeft met zijn plaats, product, positionering en met zijn traditie van publiek-private partnerships goud in handen. Laten we er met elkaar op een ondernemende manier de schouders onder zetten en er wat moois van maken. Een land dat door zijn economie en manier van samenleven inspireert. Intern en extern.

Hans de Boer, 20 januari 2015