VK na de Brexit: een satelliet van de EU?

14-12-2017

Als het allemaal opnieuw bedacht werd, zou niemand nog de maandelijkse plenaire vergadering van het Europees Parlement helemaal in Straatsburg houden. Het kostbare reiscircus is een permanente doorn in het oog van de reputatie van de EU. Maar nu het er eenmaal is, heeft het ook wel zijn functie. Maandagmiddag begint het ovale ruimteschip in de buitenwijken van Straatsburg vol te stromen met parlementsleden, medewerkers, commissieambtenaren en lobbyisten van allerlei pluimage (tot de Brexit inclusief de Britse). In die bijenkorf volgen dan drie dagen non-stop lobbyen en netwerken, in vergaderzalen, werkkamers, wandelgangen en, niet te vergeten: de Bloemetjesbar en de Zwanenbar. Want nergens vind je iedereen zo makkelijk bij elkaar en bereid tot een gesprek. Daarna vliegt en treint iedereen weer terug naar alle hoeken van Europa. Voor ons was deze keer het EU-technologiebeleid de focus. Met een aantal leden uit de chemie, staal, data en chipproductie spreken we uitgebreid met Bas Belder, Lambert van Nistelrooij, Esther de Lange en – net twee dagen ervoor als MEP geïnstalleerd – Caroline Nagtegaal over de betekenis van EU r&d-fondsen voor de internationale concurrentiepositie. Maar het belang van r&d reikt verder dan de directe concurrentiepositie: het is pure geopolitiek. Als de EU niet de VS en China bij kan houden op toekomstige sleuteltechnologieën, wordt zij een satelliet van die twee.

 

Digitalisering en Hanze

Technologie is ook de focus van de Esten. ‘Langetermijnplanning is outdated, de technologieontwikkeling gaat daarvoor gewoon te snel. De tijd dat een regering de bevolking jarenlang kon voorbereiden op grote veranderingen is voorbij’, zo houdt de Estse President Kersti Kaljulaid de Raad van Presidenten van BusinessEurope voor bij de halfjaarlijkse vergadering in het EU-voorzittersland. Maar er moeten wel keuzes gemaakt worden. Estland, zo groot als Nederland maar met slechts een tiende van de bevolking, heeft na haar onafhankelijkheid van de Sovjet Unie radicaal gekozen voor digitalisering, als speerpunt van zijn economie en haar identiteit. Ook tijdens het EU-voorzitterschap is dat de rode lijn in beleid en in branding. Dat vormt een mooi contrast met het prachtig bewaarde oude centrum van Tallinn, waar alles nog Hanze ademt. ‘Waar het om gaat is niet zozeer de technologische kennis’, zo houdt Priit Alamäe, de ceo van Nortal ons voor, ‘kennis is tegenwoordig overal. Het gaat om de wil om voor de implementatie te gaan.’ Dat vergt weldegelijk, ondanks wat de president zei, om de bevolking mee te nemen in de acceptatie van revolutionaire veranderingen. Zo kan ook een kleine EU-lidstaat een identiteit en een voorbeeldrol verwerven.

 

Brexit en het EMA bid

Vlak daarvoor was er nog even het goede nieuws voor Nederland dat de European Medicines Agency (EMA) naar Amsterdam komt. De EMA moet weg uit Londen vanwege de Brexit. Het ging daarbij net als bij een klassiek examen: een combinatie van goede voorbereiding en op het laatst een dosis geluk. Amsterdam had een goed bid en Wouter Bos voerde een goede lobby. En toen er tussen de twee laatste kandidaten geloot moest worden, rolde het balletje niet naar Milaan maar naar ons. Dat Nederland zo ver kwam in de selectie zegt iets over ons land, over onze diplomatie en reputatie. Door jarenlang consequent in te zetten op toegang tot medicijnen voor ook de kleinere lidstaten had minister Schippers goodwill opgebouwd die het nieuwe kabinet kon verzilveren. Maar het zegt ook iets over de EU, over hoe zij met lidstaten en goodwill omgaat. Langetermijninvesteringen in reputatie en  commitment kunnen zich op onverwachte momenten uitbetalen. Dat is een les om mee te nemen.

 

Een niet gevoerd gesprek over de Brexit

De donkere decemberdagen leverden ook nog een lichtpuntje in het Brexit-proces. Na een week hoog oplopend drama konden diplomatieke woordsmeden het linguïstisch staal net zó ver buigen dat de Europese Raad waarschijnlijk akkoord gaat met het openen van onderhandelingen over de toekomstige handelsrelatie tussen de EU en het VK. Terwijl de ronkende taal van de Brexiteers over de gouden horizonnen van het VK na de Brexit langzaam wat  ontnuchtert, karakteriseert de scherpe pen van oud-MEP Andrew Duff de nieuwe positie van het VK meedogenloos als die van satelliet van de EU: wie handel wil met de EU moet gewoon haar regels volgen. Tekenend was dat in dezelfde week de EU ook veel verder keek dan Brexit: de Commissie publiceerde ambitieuze plannen voor de hervorming van de EMU, en de EU tekende een vrijhandelsovereenkomst met Japan, een mijlpaal in de handelsliberalisering. In die week heb ik ook een lang ontbijtinterview met een journalist van The Times, die in Brussel is voor Brexit-gesprekken. Op een gegeven moment draai ik het interview maar eens om, en vraag of hij in al zijn contacten in het VK iemand tegenkomt die een geloofwaardig verhaal heeft over de voordelen die Brexit gaat brengen. Maar dat gesprek moest hij nog voeren.

 

Winand Quaedvlieg

is permanent gedelegeerde in Brussel en hoofd van Kantoor Brussel van VNO-NCW