Rivaliserende wereld

27-02-2019

Onthutst vertelde een Scandinavische collega vorige week bij een werkontbijt over zijn bezoek aan Washington. Zijn Amerikaanse gesprekspartners hadden hem getrakteerd op de nieuwe visie op de wereld in regeringskringen. De opkomst van China zou open internationale samenwerking zoals we die gewend zijn steeds moeilijker maken. De wereld zou zich opsplitsen in twee technologiegemeenschappen, één door de Amerikanen geleid en één door de Chinezen. Voor global companies zou in die rivaliserende wereld geen plek meer zijn. En Europa zou snel moeten kiezen aan welke kant het staat. Het land van mijn collega – een EU-lidstaat – was volgens de gesprekspartners een best land. Maar waarom moest het zo moeilijk doen en zoveel in EU-verband willen regelen? Dat kon toch ook even goed bilateraal?

 

Wanneer afspraken met China? 

In een dergelijke wereld is het maar beter dat Europa óók het machtsspel weet te spelen. Dat was ook de kernboodschap van premier Rutte in zijn Churchill-lezing aan de universiteit van Zürich. Hij karakteriseerde de EU niet alleen als een markt, maar ook als een gemeenschap van waarden en rechtsstatelijkheid. Maar hij zei eveneens dat de EU zich niet alleen op de power of principles moet verlaten. In de wereld van vandaag zijn ook de principles of power deel van de spelregels. Dat het besef daarvan snel toeneemt in Brussel merk je vooral aan de stroomversnelling in het China-denken. Dat land lijkt de Brexit even van de troon te hebben gestoten op de buzz-ranglijst. Veel papers en debatten erover sluiten af met een lijstje items waarover nu met China echt eens afspraken moeten worden gemaakt: wederkerigheid in markttoegang, stoppen van staatssteun, bescherming van intellectuele eigendom, etcetera. Maar wellicht is de echte vraag wat we gaan doen als die afspraken er gewoon niet komen.

 

Eindspurt in Brussel

Al die wereldwijde ontwikkelingen doen soms bijna vergeten dat er in de bubbel van de Europese wijk in Brussel ook gewoon een hoop werk aan de winkel is. ‘Het mkb moet zijn merk in Brussel weer oppoetsen’, zo hield MKB Nederland-voorzitter Jacco Vonhof een bijeenkomst met zusterorganisaties voor. Hij bracht een eerste uitgebreid werkbezoek aan Brussel. En sprak onder andere met Eurocommissaris Frans Timmermans en Permanent Vertegenwoordiger Robert de Groot over de agenda van de volgende Commissie. Onderwijl zijn Commissie, Parlement en Raad bezig met een eindspurt om vóór de verkiezingen nog een hele serie wetgevingsvoorstellen af te ronden. De digitalisering van het vennootschapsrecht werd besloten, het handelsakkoord met Singapore werd goedgekeurd, overeenstemming werd bereikt over de CO2-uitstoot van vrachtwagens en de aanpassing van intellectuele eigendomsbescherming voor medicijnen. Het Europese wetgevingsproces is zo echt een vijfjarencyclus geworden. En de volgende staat weer voor de deur.

 

Ruzie om bonbons

Op zaterdagochtend sta ik al vroeg bij Neuhaus, een van de vijf chocolatiers bij mij om de hoek. Wanneer de verkoper in een hoek van de winkel verdwijnt, benut een ouder echtpaar dat moment om op fluistertoon fiks ruzie te maken over hun aankopen. Hij, een kleine man met een grote spitse neus, probeert zijn vrouw met wanhopig ten hemel geslagen ogen tot redelijkheid te manen. Zij, met een figuur dat weinig te raden overlaat over haar liefde voor Neuhaus, maakt koppig duidelijk dat die doos gewoon vol moet. Als de verkoper, die natuurlijk alles heeft meegekregen, terugkeert achter de toonbank gaat hij vriendelijk door op aanwijzing van de vrouw pralines te selecteren. Uiteindelijk gaat het echtpaar met een gelukzalige glimlach de deur uit, met twee grote dozen bonbons. Ook in deze tijd is niet alles in Brussel wereldpolitiek en EU-beleid.

 

Winand Quaedvlieg is permanent gedelegeerde in Brussel en hoofd van kantoor Brussel van VNO-NCW