Regen en tranen in de EU

22-11-2019

Terwijl de regen tegen de ruiten tikkelde, verzuchtte een hoge ambtenaar onlangs bij een Haagse brainstorm dat het politieke debat de wensen veel te veel op het nationale speelveld projecteert. De echt grote issues – China, klimaat, pensioenen – vergen meer dan een nationale aanpak, zo meende hij. Wat er kan gebeuren als discussies te nationaal worden, zagen we de afgelopen maand ook weer in de jongste episode van de Brexit-saga. In onnavolgbaar drama werd wél het akkoord tussen de EU en de regering Johnson door het Britse parlement goedgekeurd, maar níet het proces om dat akkoord in wetgeving om te zetten. Waarna nieuwe verkiezingen werden uitgeschreven. Op de uitslag daarvan wachten nu én de Britten én de EU, om daarna het vervolg van het Brexit-proces te kunnen bepalen.

 

Dat vervolg blijft nog ongewis, maar in Brussel dagen wel steeds duidelijker twee inzichten. Het eerste is dat er ook na de Brexitdag twee VK’s zullen blijven bestaan. Het ene wil zo veel mogelijk aansluiting bij de EU houden. Daarvoor pleiten onder andere alle grote industriesectoren: ze zien de bui al hangen dat ze geen soepele toegang tot de interne markt meer zullen hebben. Het andere VK wil een lange neus trekken richting de overzijde van het Kanaal en lekker zijn eigen regels gaan bepalen. Zo lang die zwei Seelen in einer Brust zitten zal de EU geen zinnige afspraken kunnen maken met het VK over hun toekomstige relatie. Het tweede inzicht is dat de Britten die grotere afstand willen tot de EU, consistente aanmoediging krijgen uit Amerikaanse hoek. Het VK wordt zo een speelbal tussen de VS en de EU. Aldus baart een te lange discussie met te nationale focus uiteindelijk toch weer een geopolitieke issue.

 

Ondertussen vertrouwde de voormalige chef staf van – toen nog minister – May aan een historicus toe dat zij in tranen was bij de uitslag van het Brexit-referendum, omdat ‘zij die voor Brexit stemden er het meest van zullen lijden’. Soms zou je toch willen dat politici niet pas in memoires prijsgeven wat ze echt denken.

 

Puimsteen en kritieke massa

We moeten nog even afwachten wat het meest trendy woord van 2019 zal blijken te zijn, maar ‘geopolitiek’ zou best wel eens hoog kunnen scoren. In ieder geval bestempelde voorzitter Von der Leyen haar Commissie als geopolitiek, om zich te onderscheiden van de ‘gewone’ politieke Commissie van haar voorganger Juncker. Daarbij lijkt ze wel de spijker op zijn kop te slaan. Nu de granieten sokkels van het bestaande systeem van internationale samenwerking een voor een lijken te verworden tot poreuze puimsteen, moet Europa zich indringende vragen stellen over zijn onafhankelijke positie in de wereld. Uiteraard gaat het dan over vragen als defensiecapaciteit, energie en technologie. Maar ook onverwachtere vragen komen op. Zo vertelde een Brusselse WTO-advocaat onlangs dat hij eigenlijk nog nauwelijks stevige gesprekspartners kon vinden in Nederland, en dat zijn discipline vrijwel in handen van Amerikaanse law firms is. Voor een land dat voor 34 procent van zijn economie afhangt van handel is dat niet gezond, zeker nu het handelssysteem zelf op de helling staat.

 

Juist om dat handelssysteem te schragen is het van belang dat de EU met een serie grote economieën in de wereld – Korea, Japan, Canada – vrijhandelsakkoorden afsluit. Dan kan zich, terwijl de VS en China hun handelsconflicten uitvechten, toch een kritieke massa vormen van landen die voor handelsliberalisering staan. Het Nederlandse debat over de ratificatie van CETA, het handelsakkoord tussen de EU en Canada, wordt in Brussel dan ook door vele spelers nauwlettend gevolgd. CETA heeft de handel al een forse stimulans gegeven. Het heeft van alle handelsakkoorden van de EU de meest uitgewerkte en substantiële hoofdstukken om de maatschappelijke effecten van handel op te vangen. En het wordt gesloten met Canada, een land dat op zoveel punten vergelijkbaar is met de EU dat het in de EU nauwelijks zou opvallen als het lid zou zijn. Dat het parlement van een traditionele handelsnatie als Nederland juist daar vraagtekens bij plaatst, wekt de Brusselse verbazing op.

 

Een gezant en een trein

Terwijl iedereen in Brussel wacht op het formele aantreden van de nieuwe Commissie – met een beetje geluk gaat dat op 1 december gebeuren – is de voorbereiding van nieuw beleid in volle gang. De vice-voorzitter van de nieuwe Commissie, Frans Timmermans, sprak met topmensen van tientallen Nederlandse bedrijven over de invulling van de Green Deal. In Helsinki confereren de ‘MKB-gezanten’ van de lidstaten met de Europese koepel SMEunited en de nationale MKB-organisaties over de invulling van een nieuwe EU-strategie voor midden- en kleinbedrijf. En BusinessEurope presenteerde zijn beleidsprioriteiten voor de komende vijf jaar, ‘Prosperity, People, Planet’, aan het Europese Parlement in een grote manifestatie met vijftig Europarlementariërs – voor Nederland waren dat Tom Berendsen (CDA), Mohammed Chahim (PvdA) en Samira Rafaela (D66) – en dertig voorzitters en directeuren-generaal van werkgeversorganisaties. Bedrijfsleven en democratie kunnen niet zonder elkaar, zo zei BusinessEurope-voorzitter Pierre Gattaz in zijn toespraak. ‘This is your parliament’, antwoordde gastheer en MEP Otmar Karras, ‘het EP heeft de stakeholders, hun expertise en hun bijdrage aan het debat nodig’.

 

Brexit, geopolitiek, handel, Green Deal, mkb-strategie, industriebeleid: de agenda voor de nieuwe mandaatsperiode is ambitieus, breed en relevant. Mevrouw Von der Leyen’s Commissie kan op 1 december op een rijdende trein stappen.

 

Winand Quaedvlieg is permanent gedelegeerde in Brussel en hoofd van kantoor Brussel van VNO-NCW