Punt op de horizon

25-05-2018

‘De Brexit is niet meer dan een onwelkome afleiding van de vragen waar het in de EU echt om gaat’. Dat stelde een Franse zegsman bij BusinessEurope kort na het Britse referendum medio 2016. Lang leek dat een potsierlijke uitspraak. Brexit is immers van groot belang voor een aantal lidstaten en de politieke soap in het VK gijzelde de aandacht van de EU twee jaar lang. Maar de laatste weken zie je plotseling een draai in de focus van het EU-debat. Terwijl het VK steeds verder ruziënd wegzinkt in zijn zelfgemaakte moeras gaan de echte discussies in Brussel nu over waar de EU in 2050 wil staan en wat daarvoor nodig is. En over de vraag hoe de EU zich moet handhaven in de wereld, nu China zich steeds nadrukkelijker manifesteert terwijl de VS twijfel zaait over het commitment aan de EU en hongerig knaagt aan alle poten van het internationale bestel.

 

EU-debat 

Er zijn twee katalysatoren voor dat nieuwe debat. Een is het voorstel dat de Commissie in mei op tafel heeft gelegd voor het nieuwe Meerjarig Financieel Kader, het begrotingsvoorstel voor de EU tussen 2021 tot en met 2027. De andere is de alom opstartende brainstorm over de issues die een rol zullen spelen in de campagne voor de EP verkiezingen in mei 2019 en de agenda zullen bepalen voor het nieuwe vijfjarige mandaat van de Raad, de Commissie en het nieuwe Parlement dat direct daarna begint. Financiën, het externe beleid van de EU en technologiebeleid zouden daarbij wel eens belangrijke thema’s kunnen worden. Nederland positioneert zich publiekelijk als vanouds als ‘il duro’. Hoewel de Berlijnspeech van premier Rutte ook nog wel wat deurtjes op een kier liet staan. Op 14 juni zal onze premier in navolging van andere Europese leiders het Europese Parlement toespreken. Dan kunnen we meer inzicht krijgen of die kwalificatie terecht is.

 

Verpieterd archief 

Als het gaat om de toekomst is het ook altijd nuttig je weer even te laten inspireren door het verleden. De dag voor Koningsdag hield professor Gilles Grin, directeur van de archieven van Europa-aartsvader Jean Monnet in Lausanne, een mooie voordracht in het Museum voor de Europese geschiedenis. Dat die archieven in Lausanne terecht kwamen is omdat de weduwe van Léon Blum mevrouw Monnet een keer had meegenomen naar het Franse Nationaal Archief om de nalatenschap van haar man te bekijken. Die bleek eerst onvindbaar en eenmaal gevonden ergens in een hoek te verpieteren. Mevrouw Monnet heeft haar man toen bezworen zijn archief er nooit onder te brengen. Aan de hand van een aantal sleutelstukken uit de archieven (waaronder het tot in het Britse kabinet besproken voorstel uit juni 1940 om Frankrijk en Groot Brittannië te laten opgaan in één land (!)) neemt professor Grin zijn gehoor mee door de 20ste eeuw en het leven van Monnet. Hij praat meeslepend, en voordat je het weet is de geplande lezing van 20 minuten er een van twee uur geworden. Monnet riep aan het eind van zijn leven steeds in herinnering hoe lastig ‘gewone’ intergouvernementele samenwerking was in de tijd dat er nog geen EU instituties waren.

 

EU moet náást China staan

Maar het zout in de pap van het Europadebat kwam de afgelopen weken toch steeds van de Franse president Macron, met drie gepassioneerde speeches. In het Europese Parlement ging hij in op Europese democratie en een Europees concept van soevereiniteit, waarmee hij zelfs ex-UKIP leider Farage tot een soort van waarderende opmerking bracht. In het Amerikaanse Congres hield hij, voortdurend onderbroken door applaus, een formidabel betoog tot behoud van het multilaterale stelsel dat zijn gastheer President Trump bezig is af te breken. En bij de uitreiking van de Karlspreis, de Duitse ‘Nobelprijs voor Europa’, formuleerde hij richtlijnen voor de toekomst van Europa: geen zwakheid, geen verdeeldheid, geen angst, geen getreuzel; maar vooral: geen onderwerping. We hebben een kaap nodig, stelt Macron, een punt op de horizon.

Volg je het debat, dan zou die kaap, de centrale uitdaging voor de toekomst, wel eens kunnen worden dat de EU náást de VS en China moet staan, niet onder hen. Dat is eenvoudig gezegd, maar over hoe het te realiseren zal nog heel wat debat volgen.