Jobcarving, creation give it a name

07-05-2015

In het Sociaal Akkoord is afgesproken dat werkgevers de ambitie willen realiseren om tussen nu en 2026 aan 100.000 mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt werk te bieden. Speciaal voor dit 100.000-banenproject is Aart van der Gaag (voorzitter van de ABU) benoemd tot boegbeeld namens VNO-NCW, MKB-Nederland en LTO Nederland. In dit blog doet hij verslag van zijn inspanningen.

De concentratie van denken in Nederland wanneer het over de arbeidsmarkt gaat, richt zich vaak op de grote bedrijven. We hebben zo'n 300.000 bedrijven waarvan 2.000 groot zijn te noemen en grofweg een 30.000 bedrijven vanaf 25 fte. Er zijn dus onnoemelijk veel meer mkb-bedrijven en daar zit ook het overgrote deel van de werkgelegenheid.

Grote bedrijven hebben soms een beursnotering, horen bij een internationale holding of iets vergelijkbaars en hebben sowieso een heel andere cultuur, maar ook historie en organisatievorm. En de laatste jaren zijn ze allemaal opgejaagd door het kostenspook, kleine taken zijn afgesplitst, geoutsourcet of geautomatiseerd. Dat betekent dat in die bedrijven, wanneer het over werkgelegenheid gaat voor de 100.000, er inderdaad trajecten van advisering op het gebied van jobcarving en creation nodig zijn, al of niet extern ingehuurd. Veel van dit soort organisaties hebben eigen organisatieafdelingen en in ieder geval een professionele hrm-afdeling. De concentratie van alle aandacht op hen is te begrijpen. Wanneer Albert Heijn zegt ‘wij gaan er 2.000 doen’, is dat een spectaculair aantal en je hebt één aanspreekpunt, kassa!

Hoe anders is het mkb. Om 2.000 te halen moet je waarschijnlijk tussen de 1.000 en 1.500 contacten hebben om hetzelfde resultaat te boeken en dat is moeilijk, tijdrovend en niet zeker. Maar... relatief moeilijke begrippen als jobcarving zijn meestal niet nodig. De baas weet zelf wel of er werk blijft liggen of dat sommige mensen zich bezighouden met te laagwaardig werk voor hun duurbetaalde functie.

Toevallig, of juist niet toevallig, kwam ik recent een paar bedrijven tegen die vrijwel al hun werk laten doen door ‘arbeidsbeperkten’, en die mensen helemaal niet arbeidsbeperkt vinden voor het type werk. Nee andersom, waarschijnlijk zijn ‘gewone’ werknemers voor die kwaliteit van werk beperkter.

Ik maak het wat concreter. Twee jaar geleden nam ondernemer A een deel van de sociale werkplaats uit Rotterdam over en ging zelf containers voor vuil, flessen, kranten etc. fabriceren. Hij had al ervaring met import van dit soort producten uit Polen, en ook met het werken met de sociale werkplaats waar hij overigens een gezond vooroordeel over had: ze leveren te laat, je kan slecht afspraken maken en de kwaliteit is beroerd. Hij ging toch met ze werken en het viel alles mee. Zo erg zelfs dat hij na een paar jaar een deel van de sociale werkplaats kocht, met 114 gehandicapten aan de slag ging en het complete productieproces terughaalde (dat heet chique reshoring ). Hij tilde de tent in twee jaar van 2,2 miljoen naar boven de 8 en nam nog een twintigtal extra beperkten aan. En eigenlijk vindt ie het gewoon.

Of het kolenoverslagbedrijf dat prima een kracht kon gebruiken voor het schoonspuiten van hun grote machines. Elke dag kom ik wel een bedrijf tegen dat het gewoon doet en het gek vindt dat wij dat bijzonder vinden. Kortom, ik denk dat we de massa echt bij hen moeten halen en dat zij zelf dit verhaal moeten vertellen, want wat is geloofwaardiger dan een ondernemer die het een andere ondernemer vertelt??

Aart van der Gaag
twitter @aartgaag