De wereld zal niet wachten op Europa

17-01-2018

Soms is het goed eens even héél ver weg te zijn uit de absorberende Brusselse bubble. Een paar nijlpaardogen en -oren die tevoorschijn piepen uit het water van het Ethiopische Tana-meer, of de wonderbaarlijke twaalfde-eeuwse rotskerken in Lalibela in het noordoosten van dat land, doen de EU wel wat relativeren. En dat begint al bij de overstap op de luchthaven Istanboel, een bruisende global hub waar grote groepen Indonesiërs, Kazachen, Chinezen en Tanzanianen op hun verbinding wachten. En wordt versterkt als je de Chinese opzichters aan het werk ziet bij de grootschalige rehabilitatie van wegen in Ethiopië. Relativering, zeker. Maar de extreme armoede op het platteland in een land met geen – gewoon géén – sociale voorzieningen, de gewelddadige onrust aan vrijwel alle grenzen van het land en de diepgewortelde politiestaat-traditie doen je ook de ongelooflijke waarde beseffen van wat we hier in Europa samen bereikt hebben.

 

Traagheid en schijnwerpers

De facilitaire dienst van het Raadsgebouw is dit jaar een beetje traag met het aan de gevel monteren van het Bulgaarse voorzitterschapslogo. Dat gebeurt pas de eerste volle week van januari. Vanuit ons kantoor hebben we altijd mooi zicht op dit ritueel, als midden op een grijze, kille en schemerige Brusselse winterochtend met veel kabels en gedoe het oude logo verdwijnt en het nieuwe onthuld wordt. Elk voorzitterschap kiest naast de vaste agendapunten van de EU – veiligheid, migratie, concurrentiekracht, jeugd – ook voor een markant eigen thema. Het mooie van die keuzes is dat ze laten zien dat de EU er vanuit elke hoek van Europa anders uitziet. De Esten kozen voor digitalisering. De Bulgaren willen hun eerste voorzitterschap sinds ze in 2007 EU-lid werden, profileren als een ‘Balkan-voorzitterschap’. Ze willen het strategische belang voor de EU van de Westelijke Balkan in de schijnwerpers plaatsen – een regio waar de EU de laatste jaren onder de invloed van vermeende ‘enlargement fatigue’ omzichtig omheen probeerde te lopen. Onderwijl nemen Rusland, China en Turkije er zeer actief posities in. De Bulgaren willen de banden tussen de EU en de Westelijke Balkan via de weg, rail, lucht, energie, digitaal en onderwijs versterken. Het zal dan wel niet lang meer duren voordat ook het toetredingsperspectief weer vanuit een nieuwe hoek zal worden benaderd.

 

Het trapje van Barnier en een wankele Farage

Ons eigen jaar begint met een vliegende start. Op 9 januari om 9 uur ’s ochtends spreekt Michel Barnier, de EU hoofdonderhandelaar voor de Brexit, een volgepakte zaal met ondernemers toe in de Malietoren. Uitgangspunt van zijn voordracht is het inmiddels beroemd geworden ‘trapje van Barnier’, dat hij in december ook aan de Europese Raad presenteerde. Daarin wordt in onweerlegbare Cartesiaanse logica uiteengezet dat de ‘rode lijnen’ van de Britten alle bestaande modellen van vergaande samenwerking tussen de EU en het VK uitsluiten. Er blijft dan alleen een standaard handelsakkoord à la Korea of Canada over. Dat is echter niet wat de Britten willen, en zeker ook niet wat Nederland wil. Want de economische schade zal daarbij groot zijn. Barnier geeft de spijker nog een extra tik door te benadrukken dat er na Brexit geen sprake zal zijn van ‘business as usual’. Dat is vanaf het begin ook de boodschap van de Commissie aan BusinessEurope geweest. Er is dus alle reden om te onderzoeken hoeveel flexibiliteit er in de Britse rode lijnen zit, zodat er weer perspectief in de onderhandelingen ontstaat. Aan de Britse politiek valt flexibiliteit in ieder geval niet te ontzeggen: inmiddels zegt ook UKIP-voorman Farage dat hij een tweede referendum mogelijk acht, en dat hij zorg heeft dat het Remain-kamp op dit moment de leiding heeft in het debat. Brexit zal ons nog verrassingen kunnen bereiden de komende tijd.

 

Snelheid en rechtsstaat

De dag daarna volgt onze traditionele nieuwjaarsreceptie van Kantoor Brussel, wederom in het ING Cultuurcentrum aan het Koningsplein, op een steenworp afstand van waar ooit het stadspaleis van Willem van Oranje stond. MKB Nederland-voorzitter Michaël van Straalen benadrukte in zijn openingstoespraak dat er in Brussel momenteel veel voor het MKB relevante onderwerpen op de agenda staan en dat de grote lijn van het Commissiebeleid ook juist is. Maar het zou wel allemaal een stuk sneller moeten. Snelheid was ook een van de thema’s die de Nederlandse eerste vice-voorzitter van de Commissie, Frans Timmermans, als gastspreker zijn gehoor voorhield: ‘De wereld zal niet wachten op Europa, òf wij passen ons aan, òf de wereld zal voor ons beslissen’. Dat is een motto dat je zeker bij allerlei EU-beleidsterreinen kunt plaatsen; denk aan defensie, migratie, technologiebeleid of Balkan. Daarna ging Timmermans in op de krachtmeting tussen de Commissie en Polen over het respecteren van de rechtsstaat. Die kwam rond de Kerst tot een nieuw hoogtepunt. Timmermans benadrukt dat de bedreiging van de rechtsstaat niet alleen om waarden gaat. Zij tast ook de Interne Markt, de investeringsvrijheid en de economie aan. EU-economie en EU-waarden kunnen soms meer verweven zijn dan je op het eerste gezicht denkt.

 

Winand Quaedvlieg

is permanent gedelegeerde in Brussel en hoofd van Kantoor Brussel van VNO-NCW