‘Da laüft ein Schwein!’

18-10-2019

‘Da laüft ein Schwein!’, zo opent ‘De Hoofdstad’, het boek van de Oostenrijkse romancier Robert Menasse over de Brusselse bubbel en het wijdere Europa. Toen vorige week voor het Raadsgebouw tegenover ons kantoor een reusachtig roestig beeld van een vrolijk rennend varken werd geparkeerd, leek de literatuur dan ook zijn plaats te claimen te midden van de oneindige variëteit aan politieke en maatschappelijke belangen die op het speciaal daartoe ingerichte plein de aandacht van media en voorbijgangers opeisen. De bijna dagelijkse manifestaties met muziek, spreekkoren, soms woedende speeches en wapperende vlaggen van alle kleuren zijn, net als de eeuwige politiesirenes, een vertrouwde achtergrondruis bij het werk op ons kantoor. Als ik uit nieuwsgierigheid toch even naar buiten loop blijkt het echter een manifestatie te zijn voor dierenwelzijn, waar gepassioneerde sprekers onder de slogan #Stopcageage dringend aandacht voor vragen.

 

Het is een van de vele acties die dezer dagen in Brussel plaatsvinden om de schijnwerper te richten op issues die belangengroepen op de agenda van de nieuwe Commissie willen zien. Daarnaast razen er talloze lobbynotities over grote en kleine onderwerpen door de e-mail, wordt er lang gediscussieerd bij diners-pensants, draait het receptiecircuit op volle toeren en is de telefoon niet stil te krijgen. En nu deze week bekend werd dat de Commissie, doordat ook de Franse kandidaat-commissaris nog sneuvelde bij haar parlementaire hoorzitting, pas op 1 december zal aantreden, gaat dat allemaal nog volop door. Onderwijl beginnen de contouren van de grote onderwerpen op het nieuwe Commissie-werkprogramma, zoals digitalisering, kunstmatige intelligentie en de Green Deal, langzaam zichtbaar te worden.

 

Empathie, harken en voelsprieten

Hoe goed is Nederland nu eigenlijk in al die Brusselse beïnvloedingsprocessen? Over die vraag schreef Clingendael, het Nederlandse instituut voor internationale betrekkingen, een uitgebreid rapport, op initiatief van Tweede Kamerlid Anne Mulder. ‘Weinig empathie, maar wel effectief’, zo vatte het stuk de Brusselse perceptie van de Nederlandse lobby samen. Aan de vooravond van het Kamerdebat over het rapport hostte de Nederlandse Permanente Vertegenwoordiging een lange en drukbezochte publieke discussie erover, met de onderzoekers, politici en natuurlijk veel bubbelbewoners zelf. Vooral over het belang van empathie liepen de meningen flink uiteen. Een spreker meende dat sommige grote belangen in Brussel de empathie van een pantsertrein hebben, maar wel hun doel bereiken. Anderen stelden dat gebrek aan empathie altijd een prijs heeft. Maar het heeft ook wel met de tijd te maken, zo viel te horen. Vroeger scoorde je in Brussel voor het thuisfront door een brug te slaan, nu door het nationaal belang binnen te harken.

 

Minder verschil van mening lijkt er te zijn over de vraag of de lobby in Brussel versterkt moet worden. Twee grote branche-organisaties kwamen in de afgelopen weken hun voelsprieten uitsteken bij ons en in de Europese wijk om die vraag te beantwoorden, Berenschot opende een Brusselse vestiging en ook Clingendael gaf aan zijn aanwezigheid in Brussel te willen vergroten. Met ons kantoor ontvingen we daarnaast grote groepen ondernemers en bestuurders van VNO-NCW Midden en Noord.

 

Focus en een schaapje

Aan focus op de Europese hoofdstad dus geen gebrek. Die bestaat trouwens ook elders. Maar de toon kan dan heel anders zijn. Zo bracht BusinessEurope bijvoorbeeld twee weken geleden een bezoek aan Washington, om bij de huidige handelspolitieke spanningen de vinger aan de pols te houden. Minister van Handel Wilbur Ross voegde hen toe dat het tijd werd voor de VS en BusinessEurope om samen een plan te trekken tegen hun gemeenschappelijke vijand, de Europese Commissie. Zo schijn je empathie dus ook te kunnen invullen.

 

Weer elders ziet de ruïne van het Turkse fort in Šabac, op de uiterwaarden van de Sava, al vijf eeuwen de trage stroom van de rivier aan zich voorbij trekken. Op de nabije markt loop ik langs bergen watermeloenen, pompoenen en vooral felgekleurde paprika’s uit de omringende vlakten die op hun koper wachten. Šabac is een Servische provinciestad, bestuurd door de enige burgemeester in het land die van een oppositiepartij is. Ook hij heeft zijn focus op de EU. Hij probeert bezoekende Europese delegaties te overtuigen dat zij bij zijn regering krachtig de respectering van democratische minimumnormen moeten bepleiten. Anders heeft de oppositie geen kans. Onderwijl nemen autoritaire machten – Rusland, Turkije, China – in warme onderonsjes met diezelfde regering overal in het land posities in.

 

Šabac is ook weer zo’n plek waar alle grote bewegingen van de Europese geschiedenis hun sporen hebben achtergelaten. In het centrum getuigen veel gebouwen van de bloeitijd van de stad. Net na de onafhankelijkheid, aan het eind van de negentiende eeuw, was zij zelfs even hoofdstad. Het kleine, maar verrassend goede museum laat daarnaast ook de diep donkere episodes van de twee wereldoorlogen zien, net als traditionele wapens, ongelooflijk rijk bewerkte klederdrachten, en een mooie collectie Romeinse en prehistorische vondsten. Er staat een aardewerken schapenkopje bij, duizenden jaren oud, nauwelijks vijf centimeter hoog, maar verbluffend levendig, het bekje scheef getrokken bij het kauwen of het blaten. Je vraagt je af hoe de maker ervan er uit zag, en wat hem destijds bezielde. Maar één ding is zeker: aan empathie had híj geen gebrek.

 

Winand Quaedvlieg is permanent gedelegeerde in Brussel en hoofd van kantoor Brussel van VNO-NCW