21-12-2006 - Het ging niet goed met het bedrijf van Peter Melssen. Een sanering, gesteund door ondernemingsraad en bonden, had de toekomst veilig moeten stellen. Toen bepaalde een kantonrechter dat één van de werknemers een ontslagvergoeding van enkele honderdduizenden euro’s moest krijgen. Sociaal plan? Niets mee te maken! Het was de laatste druppel…
Aan de keukentafel van zijn appartement probeert ondernemer Peter Melssen (44) het slagveld te overzien. Onhandig bedient hij het koffieapparaat en zoekt hij minutenlang naar zakjes melk en suiker. "Sorry, ik ben hier niet zo handig in." Een kantoor heeft hij niet meer, want zijn bedrijf is failliet verklaard. Failliet dankzij het Nederlandse ontslagrecht, zegt Melssen zelf. Of beter gezegd: dankzij de manier waarop de kantonrechter in Leiden de ontslagregels meende te moeten interpreteren.
Klerk’s Packaging, een dertig jaar oude onderneming in verpakkingsmateriaal, gevestigd in Noordwijkerhout, had nog ambitieuze plannen. Het bedrijf was al jaren financieel niet gezond, maar er gloorde licht aan het einde van de tunnel. Er werd in totaal voor 3,8 miljoen euro geïnvesteerd in nieuwe apparatuur. Er werd een nieuwe joint venture opgezet in China om werk dat niet meer rendabel in Nederland kon worden gedaan naar China te verplaatsen. Er was een hard, maar noodzakelijk saneringsplan om 38 van de 150 werknemers te laten afvloeien. En er was voor hen een sociaal plan, met steun van de ondernemingsraad en de vakbonden.
En toch ging het fout. Eén van de werknemers, een verkoopleider, bracht zijn ontslagzaak voor de kantonrechter en kreeg daar in april van dit jaar een enorme ontslagvergoeding toegewezen. Ruim drie ton: maar liefst tien keer zo veel als waarop hij recht zou hebben op grond van het sociaal plan. "Voor de bank die veel geld in het bedrijf had zitten, was het de druppel die de emmer deed overlopen", zegt Melssen. "De bank vreesde dat ook die andere 37 ontslagzaken tot hogere ontslagvergoedingen zouden leiden. En er waren al zulke grote risico’s. En dus ging de stekker eruit."
Melssen vertelt het nuchter, maar hij schaamt zich er niet voor dat hij er nachten van wakker heeft gelegen. Desgevraagd zegt hij met het faillissement zelf 1,1 miljoen euro te zijn verloren. Maar dat is niet de kern van het verhaal. De kern is dat een onderneming waar hij in geloofde niet meer bestaat, dat er nu geen 38 maar 150 mensen op straat staan en dat er voor geen van hen ook maar één cent ontslagvergoeding over is. Zelfs niet voor die verkoopleider, die ruim drie ton dacht te kunnen incasseren.
Veel teveel
Het verhaal begint een jaar of drie geleden. Ondernemer Peter Melssen wordt gebeld. Of hij zin heeft om iets te maken van Klerk’s Packaging, een slecht renderend bedrijf dat kunststof verpakkingsmateriaal maakt om voedingsmiddelen en bloemen in te verpakken. Het bedrijf heeft dan nog een jaaromzet van zo’n 30 miljoen euro en 175 man personeel. Melssen besluit de stap te wagen, hij neemt een belang in het bedrijf en concludeert al gauw dat die 175 man personeel er veel teveel zijn.
"Het was een bedrijf met een waterhoofd; veel te veel mensen die niet bezig waren met de dagelijkse productie. Een ander probleem was dat het bedrijf te weinig had onderkend dat de markten aan het veranderen waren. De groothandelaren, de belangrijkste afnemers, haalden onbedrukte bloemverpakkingen goedkoper uit het Verre Oosten. Daar kon je met onze loonkosten niet tegenop concurreren."
Er komt een nieuw businessplan en bij een reorganisatie worden 25 arbeidsplaatsen geschrapt. Het sociaal plan wordt gesteund door de ondernemingsraad en de vakbonden. Bovendien wordt geïnvesteerd in een nieuwe machine voor de productie van folie en een nieuwe tienkleurenpers, om meer toegevoegde waarde in de vorm van bedrukte bloemverpakkingen te kunnen leveren. Een groot deel van het geld dat daarvoor nodig is, wil de bank wel ophoesten, maar Melssen stopt er ook veel eigen geld in. Hij wordt 100 procent aandeelhouder.
Peter Melssen reist af naar China, waar ze de onbedrukte bloemverpakkingen, het bulkwerk, veel goedkoper maken. Hij creëert de joint-venture met het doel om op jaarbasis 250 tot 300 miljoen onbedrukte bloemverpakkingen in China te laten maken en zo ook op dit terrein de concurrentie weer aan te kunnen.
Het logische gevolg is dat er voor de tweede – en waarschijnlijk laatste – keer gesaneerd moet worden in Noordwijkerhout. In december 2005 informeert Melssen de ondernemingsraad en de vakorganisaties over zijn plan om het bedrijf in één klap weer gezond te maken. Het is hard nodig, want over 2005 had het bedrijf een verlies van 2,5 miljoen euro geleden. En daar worden externe financiers knap onrustig van.
Nu moeten 38 van de circa 150 medewerkers ontslagen worden. Het duurt opnieuw niet lang of de directie, de ondernemingsraad en de vakbonden (in dit geval FNV Bondgenoten) worden het daar over eens. Er komt een sociaal plan dat voorziet in ontslagvergoedingen variërend van 5.000 tot 33.000 euro per ontslagen werknemer; de hele reorganisatie gaat het bedrijf zo’n 350.000 euro aan vergoedingen kosten. Het kan allemaal nét. Op 10 maart 2006 gaat het Centrum voor Werk en Inkomen (CWI) akkoord met de voorgestelde ontslagen. Nog geen week later ligt het trieste nieuws bij de 38 werknemers op de mat. Ze weten het al en besluiten zich in meerderheid neer te leggen bij het onvermijdelijke.
Overbodig
Maar dan is er de 'verkoopleider bloemhoezen'. De man die al zo’n dertig jaar bij het bedrijf werkt en wiens functie de laatste jaren in het gedrang is gekomen. Hij merkt als eerste dat de groothandelaren minder trouwe klanten zijn dan vroeger. Zijn goed betaalde functie wordt langzaam maar heel zeker overbodig. Het is knap frustrerend, zeker als je al zo lang werkt bij een onderneming. Op grond van het sociaal plan krijgt hij bij ontslag een vergoeding van 33.000 euro.
Veel te weinig, vindt de man zelf, die zich nog tijdens de ontslagprocedure bij het CWI via zijn advocaat wendt tot de kantonrechter. Peter Melssen neemt het hem niet kwalijk. "Ieder heeft het recht om voor zichzelf op te komen en als de wet daarvoor mogelijkheden biedt dan neem ik het iemand niet kwalijk als hij daarvan gebruik maakt."
Melssen gaat er echter vanuit dat de kantonrechter geen uitspraak in deze zaak zou willen doen omdat het CWI inmiddels een ontslagvergunning heeft afgegeven voor de verkoopleider. In de praktijk blijkt echter dat niet alle kantonrechters op dit punt één lijn trekken (zie kader Op het kruispunt van twee soorten ontslagzaken). En als de rechter wel een uitspraak wil doen, dan rekent hij er toch zeker op dat het bedrijfsbelang ook zal worden meegewogen.
Melssen en zijn advocaat hebben zich echter rijk gerekend. Op 12 april 2006 doet de Leidse kantonrechter uitspraak: in plaats van een ontslagvergoeding van 33.000 euro heeft de verkoopleider recht op een vergoeding van 317.183 euro.
"Niemand had daarop gerekend. Mijn advocaat, die zich al twintig jaar bezig houdt met arbeidsrecht al helemaal niet. Ik voelde zijn stem trillen toen hij me via de telefoon vertelde wat de rechter had bepaald. Dit had hij nog nooit meegemaakt…" Daarna volgen de gebeurtenissen elkaar snel op. Het verhaal dat de verkoopleider een ontslagvergoeding heeft weten te 'regelen' die veel hoger is dan in het sociaal plan was bepaald, gaat als een lopend vuurtje door de onderneming. Peter Melssen doet pogingen om het met de verkoopleider op een akkoordje te gooien, maar dat mislukt.
Het is eind augustus als Peter Melssen op vakantie op Rhodos is. Hij wordt gebeld door één van zijn medewerkers. De bank, die overigens in dit artikel niet bij naam genoemd wil worden en evenmin commentaar wil geven, blijkt niet bereid de maandsalarissen over te boeken. Het lijkt een misverstand, maar is dat niet. De bank heeft geen vertrouwen meer in het bedrijf en besluit de kredietlijnen te sluiten. Melssen: "Die enorme ontslagvergoeding plus het onvermijdelijke gevolg dat 37 andere medewerkers ook een veel hogere vergoeding zouden gaan eisen, was daarbij doorslaggevend." Een paar weken later is de onderneming failliet.
"Ik heb de laatste weken vaak voor de spiegel gestaan", zegt Peter Melssen. Voor een tweede kopje koffie heeft hij inmiddels feilloos suiker en melk aangereikt. "Wat had ik anders kunnen doen? Wat had ik anders móeten doen? Misschien hebben we de onderneming vanaf het begin te krap gefinancierd. Dat is het enig dat ik kan bedenken. Ik was er van overtuigd dat we na de geplande reorganisatie vanaf 2008 weer een behoorlijke winst konden gaan maken. Maar ja, wie rekent hier nu op? Waar maak je dan in overleg met de ondernemingsraad en de vakbonden een sociaal plan voor? Wat heeft dat nog voor zin?"
Wilt u reageren op dit artikel? Heeft u zelf vergelijkbare ervaringen? Of wilt u uw mening geven? Mail dan naar:forum@vno-ncw.nl.
De weg naar de ondergang
| 19 december 2005 | Klerk’s Packaging informeert de vakbonden en de ondernemingsraad over het saneringsplan en doet een voorstel voor een sociaal plan dat het bedrijf in totaal 350.000 euro gaat kosten. |
| 13 januari 2006 | De ondernemingsraad gaat akkoord met de ontslagen en het sociaal plan. |
| 17 januari 2006 | FNV Bondgenoten gaat ook akkoord. |
| 19 januari 2006 | Klerk’s Packaging vraagt voor 38 medewerkers ontslag aan bij het Centrum voor Werk en Inkomen (CWI) district Midden West Nederland. |
| 13 februari 2006: | De verkoopleider bloemverpakkingen tekent bezwaar aan tegen zijn ontslag, waarbij hij volgens het sociaal plan een vergoeding zou krijgen van 33.000 euro. |
| 27 februari 2006 | De verkoopleider vraagt de kantonrechter ontbinding van de arbeidsovereenkomst en een schadevergoeding van 402.990 euro. |
| 10 maart 2006 | Het CWI gaat akkoord met de 38 ontslagen; het merendeel van de arbeidsovereenkomsten eindigt per 1 juli 2006 (waaronder die van de verkoopleider). |
| 14 maart 2006 | Het bedrijf deelt de 38 medewerkers het slechte nieuws mee. |
| 12 april 2006 | De kantonrechter doet uitspraak. De arbeidsovereenkomst met de verkoopleider wordt per 1 mei 2006 ontbonden en Klerk’s moet de verkoopleider een schadevergoeding van 317.183 euro betalen. |
| 29 augustus 2006 De bank laat weten dat de kredietmogelijkheden worden ingetrokken. |
| 30 augustus 2006 | Klerk’s Packaging vraagt surséance van betaling aan |
| 4 september 2006 | Klerk’s Packaging wordt failliet verklaard |
Wientjes: 'Politiek en vakbeweging maken nieuw ontslagrecht onmogelijk'
Begin vorige week ging de deur op slot bij de vakbeweging. Er was weliswaar een akkoord tussen de onderhandelaars van VNO-NCW en de vakcentrale FNV over een ingrijpende vernieuwing van het ontslagrecht, maar de vakbeweging trok haar steun op het laatste moment weer in. VNO-NCW-voorzitter Bernard Wientjes is "zeer teleurgesteld".
Waarom ging het mis?
"Ik denk dat het politieke klimaat in Nederland de belangrijkste reden is voor het mislukken van het overleg in de Sociaal-Economische Raad. Tot twee keer toe hebben onze onderhandelaars een akkoord bereikt met de top van de FNV. En tot twee keer toe werd het akkoord weer verworpen. Volgens mij was de dominante factor dat SP en PvdA de laatste tijd nogal provocerend en uitdagend hebben laten weten dat verandering van het ontslagrecht wat hen betreft niet nodig is. Dat heeft het klimaat geen goed gedaan. De vakbeweging, van wie veel leden zich aangetrokken voelen tot deze partijen, heeft daarom besloten af te zien van een unaniem SER-advies met de werkgevers."
U was er dus heel dichtbij?
"Dat klopt. Er lag een goed akkoord tussen de onderhandelaars. Misschien niet makkelijk voor alle partijen, maar het was een evenwichtig voorstel. Kern van de overeenstemming was dat de ontslagprocedures sterk vereenvoudigd zouden worden. De gedachte was dat we een einde zouden maken aan het bestaan van twee gescheiden ontslagstelsels: de route via het Centrum voor Werk en Inkomen, het vroegere arbeidsbureau, en de route via de kantonrechter. Daarmee zouden ook de krankzinnig hoge ontslagvergoedingen, die soms voortvloeien uit de kantonrechtersformule, worden beëindigd. In plaats daarvan hadden we gedacht aan wettelijke regels voor ontslagvergoedingen en zou er ook een maximum worden ingevoerd."
"Voor laagbetaalden die nu via het CWI ontslagen worden, zou die systematiek financieel voordeliger uitpakken dan nu. Er zou een overgangsregeling komen voor 55-plussers. Tegelijkertijd, zo was het voorstel, zouden ook de WW-uitkeringen verhoogd moeten worden. De eerste drie maanden van de werkloosheid zou men 90 procent van het laatstverdiende loon krijgen. En we zouden gezamenlijk meer werk maken van scholing. Zo zou een duidelijk, flexibel en betaalbaar systeem ontstaan, waarbij iedereen – werkgever en werknemer – van tevoren precies zou weten waar hij aan toe is."
Vorig jaar, bij uw aantreden als VNO-NCW-voorzitter, heeft u gezegd: hervorming van het ontslagrecht is voor mij een belangrijk punt.
"Dat is het ook. Ik vind het onverantwoord dat een goed plan voor vernieuwing nu opnieuw is afgeketst. Iedereen die er wat langer naar kijkt, moet wel concluderen dat het huidige Nederlandse ontslagstelsel gedateerd is. Het stamt uit de jaren veertig, toen de economische ontwikkelingen redelijk voorspelbaar waren. Een werknemer ontslaan, dat deed je alleen onder heel bijzondere omstandigheden. De wereld is intussen helemaal veranderd, ontwikkelingen gaan veel sneller, bedrijven moeten zich snel kunnen aanpassen. In deze tijd hebben we een eerlijk, maar vooral ook flexibel ontslagstelsel nodig. Je moet werknemers gemakkelijker kunnen aannemen; dat doe je alleen als je zonder al te grote problemen ook weer van ze af kunt."
Vakbonden zeggen dat ze niet zijn opgericht om het ontslag van hun leden te vergemakkelijken.
"Ik denk dat daarover in grote delen van de vakbeweging tegenwoordig veel genuanceerder wordt gedacht. Dat is ons ook gebleken uit het overleg met de FNV-top. Vakbonden hebben ook leden die moeilijk aan de slag komen, mensen die maar wat graag zouden profiteren van een wat flexibeler arbeidsmarkt. Want dát is de andere kant van het verhaal. De bestaande regelingen zijn veel te star en te kostbaar als het gaat om werknemers die lang op hun plaats blijven zitten; dat blokkeert de zaak aan de onderkant. Bovendien: laten we dit bijna-akkoord nu eens langs de sociaal-democratische maatlat houden: hogere ontslaguitkeringen voor mensen die er op dit moment nog geen recht op hebben, een hogere WW; ik snap werkelijk niet waarom mevrouw Jongerius en de heren Bos en Marijnissen dát niet aan hun achterban kunnen uitleggen."
Wat betekent dit conflict met de vakbeweging voor de toekomst van het sociaal overleg?
"Dat valt moeilijk te voorspellen. De kern van het poldermodel is dat werkgevers en werknemers hun eigen verantwoordelijkheid nemen en dingen afspreken die ze verstandig vinden. Het zou niet goed zijn als één van beide partijen voortdurend één oog gericht houdt op de politieke arena omdat ze daar misschien sneller resultaat kan boeken dan in het sociaal overleg. Ik hoop niet dat het die kant op gaat, want dat is de dood in de pot."
"Ten aanzien van het ontslagrecht hebben we in de Sociaal-Economische Raad afgesproken dat dit onderwerp even de ijskast ingaat en dat we het verloop van de formatie afwachten tot we zicht hebben op de wensen van een nieuw kabinet. Wat mij betreft praten we er dan opnieuw over en hopelijk vinden we dan wél een oplossing."
?U bent een optimist.
"Dat klopt, maar ik vind ook echt dat er op dit terrein fundamenteel iets moet veranderen."
Op het kruispunt van twee soorten ontslagzaken
Iedere ondernemer weet dat in ontslagzaken twee procedures gevolgd kunnen worden. Dat beide procedures door elkaar kunnen lopen is minder bekend, zegt Judith van der Hulst, senior adviseur juridische zaken van werkgeversvereniging AWVN. Het door elkaar lopen van beide procedures heeft Klerk's Packaging de das om gedaan.
De eerste manier om van een werknemer af te komen, is de kantonrechter te vragen om een arbeidsovereenkomst te ontbinden. In dat geval wordt (via de zogeheten kantonrechtersformule) meestal een ontslagvergoeding aan de werknemer toegekend. De tweede is het vragen van een ontslagvergunning aan de directeur van het Centrum voor Werk en Inkomen (CWI), het vroegere arbeidsbureau. Deze route wordt vaak gekozen in zaken van collectief ontslag wegens reorganisatie.
Het komt soms voor dat werknemers die op de nominatie staan om via een CWI-procedure ontslagen te worden, zelf ontslag aanvragen via de kantonrechter. Vaak is hun bedoeling via de rechter een hogere ontslagvergoeding toegewezen te krijgen.
Kantonrechters reageren hier verschillend op. Een deel neemt dit soort zaken gewoon in behandeling. In dat geval kan in principe (zoals bij Klerk's) een hogere ontslagvergoeding worden toegekend. Tegen een dergelijke uitspraak van de kantonrechter is géén beroep mogelijk. Een ander deel vindt een dergelijk ontslagverzoek (dus tijdens of na de CWI-procedure) een oneigenlijk gebruik van deze rechtsgang. Zij menen dat een werknemer als de CWI-procedure eenmaal is begonnen alleen nog achteraf een vordering kan instellen wegens "kennelijk onredelijk ontslag". Deze procedure duurt doorgaans veel langer en heeft een mogelijkheid van beroep.
Zowel in ontbindingsprocedures als in procedures wegens "kennelijk onredelijk ontslag", wijkt de kantonrechter overigens in het overgrote deel van de gevallen niet af van een sociaal plan dat met de vakbonden is afgesproken. Volgens de richtlijnen van de Kring van kantonrechters zelf, doen zij dit alleen indien naar het oordeel van de rechter sprake is van een "evident onbillijke uitkomst".
Roel Smit
forum@vno-ncw.nl