WAO – Wet Arbeidsongeschiktheid
De vraag wie de sociale zekerheid moet regelen, houdt werkgevers, overheid en bonden al meer dan een eeuw bezig. De allereerste werkgeversorganisatie van Nederland, de Vereeniging van Nederlandsche Werkgevers (VNW), werd eind 19e eeuw opgericht om tegenwicht te bieden aan de politieke druk om te komen tot wettelijke sociale voorzieningen. 'Dat regelen we zelf wel', was de insteek van de aangesloten ondernemers. Het mocht niet baten, want de wettelijke regelingen kwamen er toch. De allereerste sociale verzekering in Nederland was de Ongevallenwet uit 1901. Die wet regelde een uitkering bij bedrijfsongevallen. De sociale verzekering voor werkloosheid liet langer op zich wachten. Ondersteuning bij werkloosheid was lange tijd een zaak van de vakbonden. Wie lid was van een vakbond, kreeg in geval van werkloosheid geld uit de werkloosheidskas. Toen bij het uitbreken van de eerste wereldoorlog het aantal werklozen echter schrikbarend steeg, kon de overheid al niet anders dan financieel bijspringen.
Tot de Tweede Wereldoorlog kwamen er nog de nodige sociale verzekeringswetten bij. In 1919 werd de Invaliditeitswet ingevoerd, in 1930 de Ziektewet. De Kinderbijslagwet en Ziekenfondswet volgden in 1941.
Na de oorlog kwam het denken over de verzorgingsstaat pas echt op gang. De overheid werd verantwoordelijk geacht voor het welzijn van al haar burgers. Na de Werkloosheidswet van 1952 werd de AOW de eerste echte volksverzekering die vanaf 1957 iedereen boven de 65 jaar een ouderdomspensioen garandeerde. In 1959 werd de Algemene Weduwen- en Wezenwet ingevoerd, in 1965 de Algemene bijstandswet en in 1967 werd de AWBZ, de Algemene wet bijzondere ziektekosten van kracht. Het sluitstuk vormde de ook uit 1967 daterende WAO die alle voorgaande ongevallen- en invaliditeitswetten verving en de werknemer niet alleen verzekerde tegen bedrijfsongevallen maar ook tegen niet werkgerelateerde arbeidsongeschiktheid.
Al deze wetten verhinderden sociale partners niet zich te blijven bemoeien met de sociale zekerheid. De eerste sociale verzekering, de Ongevallenwet van 1901, werd nog uitgevoerd door de speciaal daarvoor opgerichte Rijksverzekeringsbank. Maar de Ziektewet, die in feite al dateerde van 1913, kon pas in 1930 van kracht worden omdat er toen een compromis gevonden was voor de uitvoering. Zowel de door de overheid ingestelde Raden van Arbeid als de door werkgevers en werknemers opgerichte bedrijfsverenigingen mochten die wet uitvoeren.
Na de Tweede Wereldoorlog werd geregeld dat de bedrijfsverenigingen verantwoordelijk werden voor de uitvoering van alle werknemersverenigingen. De polisvoorwaarden werden door de politiek vastgelegd. De in 1993 ingestelde parlementaire enquête onder leiding van PvdA-Kamerlid Buurmeijer maakte hier een einde aan. Misbruik van de WAO door zowel werkgevers als werknemers betekende het einde van de door werkgevers- en werknemersorganisaties bestuurde bedrijfsverenigingen. Een nieuwe uitvoeringsorganisatie onder regie van de overheid (het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen UWV), waarvoor in 1998 de basis werd gelegd door het kabinet-Kok, zette de sociale partners op afstand.