SER - Sociaal Economische Raad
Een van de centrale organisaties in het Nederlandse poldermodel is de Sociaal-Economische Raad (SER), die regering en parlement adviseert over sociaal-economische kwesties. In de SER proberen werkgevers, werknemers en overheid (Kroonleden) tot overeenstemming te komen over vraagstukken op het gebied van economische groei, werkgelegenheid en sociale zekerheid.
De SER is in 1950 bij wet opgericht, na een lange periode van discussie over de sociale en economische orde in Nederland. Die discussie ging vooral over de rol die de overheid en maatschappelijke organisaties daarin moesten spelen.
In de periode van de wederopbouw na de Tweede Wereldoorlog lag de zware economische crisis van de jaren dertig nog vers in het geheugen. Men was het er in brede kring over eens: de overheid moet zich meer gaan bemoeien met economische groei, werkgelegenheid en sociale zekerheid. Maar men was er ook van overtuigd dat de overheid dit alleen kon het bedrijfsleven (ondernemers en werknemers) blijvend bij het oplossen van deze maatschappelijke vraagstukken te betrekken.
Deze grotere betrokkenheid van ondernemers en werknemers bij het sociaal-economisch beleid is in 1950 vastgelegd in de Wet op de bedrijfsorganisatie. Met deze wet is de SER opgericht. Via de SER krijgt het bedrijfsleven (ondernemers en werknemers) een adviserende taak. Ook krijgt het bedrijfsleven bestuurlijke bevoegdheden: het krijgt de mogelijkheid om product- en bedrijfschappen (PBO’s) op te richten. In deze schappen kunnen ondernemers en werknemers gemeenschappelijke zaken regelen die zij belangrijk vinden voor hun eigen sector.