Ongevallenwet
In 1898 kwam minister Lely van Waterstaat, Handel en Nijverheid met een wetsontwerp voor een Ongevallenwet dat bijzonder slecht viel bij het bedrijfsleven.
Het verzet van de werkgevers richtte zich niet eens zozeer tegen een wet die hen verplichtte zich te verzekeren tegen bedrijfsongevallen. Een aantal van hen – zoals Dirk Willem Stork, firmant van de Hengelose Machinefabriek Gebr. Stork & Co - had zelfs al op eigen initiatief een regeling getroffen voor hun werknemers die een bedrijfsongeluk hadden. De ondernemers hadden vooral moeite met de verplichting om het risico onder te brengen bij de Rijksverzekeringsbank. Ze wilden zelf kunnen kiezen hoe en bij wie ze het risico verzekerden.
Op initiatief van Stork en de Delftse fabrikant Jacobus Cornelis van Marken kwam in de zomer van 1899 een groot aantal werkgevers bijeen om zich te beraden op stappen tegen het wetsontwerp, dat inmiddels al bij de Tweede Kamer lag. Besloten werd de parlementariërs in een brief de bezwaren van het bedrijfsleven nog eens uiteen te zetten..
Uiteindelijk met succes. Lely trok zijn wetsvoorstel in en kwam twee jaar later met een ander voorstel, dat voor een belangrijk deel tegemoet kwam aan de bezwaren van de werkgevers.
Maar de actie tegen de Ongevallenwet had wel wat in beweging gebracht. Op 3 oktober kwamen 52 ondernemers bijeen in gebouw 'De Beurs' in Hengelo. Onder hen de grootste werkgevers in Nederland. Tijdens die bijeenkomst besloten de aanwezigen tot de oprichting van de Vereeniging van Nederlandsche Werkgevers (VNW); de eerste moderne werkgeversorganisatie en de oudste voorloper van VNO-NCW..