Tijdens de wederopbouw was er eigenlijk nauwelijks aandacht voor het milieu. Het land moest worden opgebouwd en een goed rokende schoorsteen was een teken van welvaart. Dat veranderde definitief in 1989, toen het eerste Nationaal Milieubeleidsplan werd gepresenteerd door maar liefst drie ministeries (VROM, Economische Zaken en Verkeer en Waterstaat). Vooral het beeld van Nederland als 'afvalberg' sloeg hard aan bij de bevolking en het onderwerp stond nu definitief op de maatschappelijke agenda.
'De aard van de 'catastrofe' veranderde overigens regelmatig. Het begon met de 'gifbelten', vaak illegale stortplaatsen van chemische afval die begin jaren tachtig opdoken. Niet veel later baarde vooral de zure regen zorgen. Binnen enkele tientallen jaren zou Nederland al zijn bossen kwijt zijn als gevolg van deze zure regen. De ramp in de kerncentrale van Tsjernobyl leidde ertoe dat alle plannen voor uitbreiding van het aantal kerncentrales werden stopgezet.
Na de vaststelling dat het gat in de ozonlaag steeds groter werd, verschoof de aandacht naar de emissie van drijfmiddelen in onder andere spuitbussen en koelkasten. Sinds enige jaren gaat veel zorg uit naar de opwarming van de aarde, mogelijk als gevolg van CO2 die wordt uitgestoten door menselijke activiteit (fabrieken, auto's).
De meeste van deze milieuproblemen hadden ook consequenties voor het bedrijfsleven. Milieumaatregelen kosten vaak geld of brengen de internationale concurrentiepositie in gevaar. Werkgeversorganisaties hebben vaak verzet tegen milieumaatregelen, maar de Nota milieu en economie uit 1997 maakte duidelijk dat het mogelijk is economische groei en minder belasting van het milieu te combineren. Marktpartijen kregen een belangrijke rol bij de uitvoering en overheid en bedrijfsleven sloten convenanten. Bijvoorbeeld over het terugbrengen van de hoeveelheid verpakkingsmateriaal en de emissies van de chemische industrie. Er ontstond zelfs een 'groen poldermodel' waarbij VNO-NCW afspraken maakte met milieuorganisaties om bijvoorbeeld geen hout te gebruiken uit Finse oerbossen als grondstof voor papier, over de inname van bierkratten waar cadmium in zit en onderzoek naar alternatieven voor chloor.
Bron: Samen het stoepje schrobben. Milieubeleid naar Nederland model, VNO-NCW, 1998