Medezeggenschap
De Werkgever (1976): Wie heeft het voor het zeggen in het bedrijf?
"Heeft het kabinet het ei van Columbus gevonden, of is het meer een boeren-omelet? Wij houden het op het laatste: verschillende ingrediƫnten vormen het recept. Ons smaakt het echter niet." Het is de onverholen kritiek van het NCW op de voorstellen van het kabinet-Den Uyl in 1976 voor een nieuwe Wet op de ondernemingsraden (WOR).
De vraag hoeveel inspraak werknemers moeten hebben in een bedrijf speelt zolang ondernemingen bestaan, maar krijgt in Nederland pas in 1950 een eerste wettelijk antwoord. Dan stelt de Tweede Kamer de eerste WOR vast. De ondernemingsraad (or) moet adviseren en toezicht houden op arbeidsvoorwaarden en andere voorschriften. De directeur van de onderneming is de voorzitter van de OR.
Een nieuwe WOR in 1971 brengt niet de zelfstandigheid en de invloed waarop de democratiseringsbeweging uit de jaren zestig aandringt. Het OR-adviesrecht wordt verruimd, maar de directeur blijft zitten als OR-voorzitter.
Grote veranderingen kondigen zich aan bij het aantreden van het kabinet-Den Uyl in 1973. De PvdA-voorman toont zich al bij zijn aantreden als premier een fanatiek voorstander van meer medezeggenschap voor werknemers, nauwelijks twee jaar nadat de tweede WOR van kracht werd. Binnen het kabinet levert Joop den Uyl in 1976 een felle strijd met minister van Economische Zaken Ruud Lubbers en vice-premier Dries van Agt over de WOR. "14 Dagen en nachten heeft het kabinet met deze materie geworsteld. Een kabinetscrisis hing daarbij als een zwaard van Damocles boven het Catshuis", schrijft het NCW-blad De Werkgever op 12 februari 1976. Den Uyl wint. In de nieuwe voorstellen is de ondernemingsraad zelfstandig en verdwijnt de directeur als voorzitter. Bovendien krijgt de OR instemmingsrecht bij interne zaken. Zes keer per jaar moeten directeur en ondernemingsraad overleggen.
De Werkgever vraagt zich op 12 februari 1976 af of het overleg tussen directeur en OR werkbaar is en stelt dat "de kiem van polarisatie lijkt gelegd."De werkgevers vrezen dat de OR besluiten zal nemen op basis van onvolledige informatie, waarna zal blijken dat de OR er niet meer op wil terugkomen. Ook voorziet De Werkgever dat de OR managementbesluiten kan vertragen. Een derde punt van kritiek is dat advisering buiten de directie om - ook een nieuw recht van de OR - niet in overeenstemming is met de gedachte van goede samenwerking in het bedrijf. "Er dient voor gezorgd te worden dat de besluitvorming van de ondernemingsraad niet buiten aanwezigheid van de directeur plaatsvindt", aldus De Werkgever.
Den Uyl kan de derde WOR niet oogsten; zijn kabinet valt in 1977. Het kabinet-Van Agt/Wiegel loodst het voorstel door de Tweede Kamer. In een vierde WOR, die in 1998 is vastgesteld, is van ingrijpende wijzigingen geen sprake. De OR is volwassen. Recent onderzoek toont dat de OR is geworden van 'Angstgegner' tot 'knuffeldier van het management', schreef het Financieele Dagblad ooit. Houdt de discussie over medezeggenschap daarmee op? Niet echt. Ook langs andere wegen kunnen de werknemers invloed uitoefenen, bedachten de vakbonden al in de jaren zeventig. Zo zou het personeel een lid van de raad van commissarissen kunnen benoemen. Dat idee is niet gerealiseerd.
In 1937 was De Werkgever het officiƫle orgaan van het Verbond van Protestants-Christelijke Werkgevers in Nederland (VPCW). De naam De Werkgever bleef bestaan toen het VPCW en het Nederlands Katholiek Werkgevers Verbond samengingen tot de Federatie van Katholieke en Protestants Christelijke Werkgevers Verbonden (FCWV). Deze federatie noemde zich in 1970 het Nederlands Christelijk Werkgeversverbond en had nog steeds De Werkgever als verenigingsblad. Dit blad is in 1995 uiteindelijk opgegaan in Forum.