Jan Bernard van Heek
1863-1923) was de eerste penningmeester van de Vereeniging van Nederlandsche Werkgevers (VNW). Van Heek was van 1897 tot 1923 firmant van de textielfabriek Van Heek & Co in Enschede, met meer 2.500 werknemers de grootste industriƫle onderneming van Nederland. Van Heek was een krachtige persoonlijkheid; technisch zeer bekwaam, streng en autoritair. Hij was een technicus en een verdienstelijk amateur-fotograaf. Veel van de foto's van het bedrijf en de familie Van Heek zijn van zijn hand. Bernard had grote belangstelling voor bedrijfsorganisatorische zaken. Waarschijnlijk was hij in 1901 ook de bedenker van het plan om het stukloon van de dekenwevers te verlagen om zo de concurrentiepositie te verbeteren. De wevers pikten het niet en gingen in staking. Van Heek toonde zich onverzettelijk en het conflict liep volledig uit de hand.
Naast penningmeester van de VNW was Van Heek ook voorzitter van de Enschedese Fabrikantenvereeniging. Anders dan de VNW was de oprichting van fabrikantenverenigingen vooral een reactie op de opkomst van de arbeidersbeweging. Eind negentiende eeuw ontstonden in Twente de eerste vakverenigingen en vonden de eerste stakingen plaats. Belangrijkste doel van de fabrikantenverenigingen was het voorkomen van werkstakingen. De Enschedese Fabrikantenvereeniging schaarde zich achter Van Heek en verklaarde zich bereid ook bij hen arbeiders uit te sluiten. Van Heek zelf had in 1902 al meer dan 2.000 arbeiders uitgesloten. Gevolg was dat het conflict ontaardde in een prestigeslag tussen werkgevers- en werknemersorganisaties, dat nationaal de aandacht trok. Bemiddeling door minister Abraham Kuyper van Binnenlandse Zaken werd door de werkgevers afgewezen. Zelfs VNW-voorzitter Dirk Willem Stork uitte voorzichtige kritiek op het onverzoenlijke standpunt van Van Heek.
Uiteindelijk dolven de stakers het onderspit. Na vijf maanden moesten zij weer aan de slag tegen verlaagde lonen. Maar het imago van Van Heek & Co had een zware deuk opgelopen