(1861-1924) – initiatiefnemer van de Hoogovens en een van de eerste bestuursleden van de Vereeniging Nederlandse Werkgevers VNW – was een pionier met grote visie en een uitstekend organisator.Na een loopbaan als genieofficier stapte hij in 1890 over naar de Maatschappij tot Exploitatie van Staatsspoorwegen, waar hij al snel opklom tot directeur. In 1902 werd hij de eerste directeur-generaal van de in datzelfde jaar opgerichte Staatsmijnen, met als opdracht het mijnwezen in Limburg te reorganiseren tot een nationale onderneming. Vanaf 1908 vervulde hij een vergelijkbare functie in Nederlands-Indië.
Bij terugkomst in 1914 raakte Wenckebach in de ban van plannen voor een Nederlands hoogoven- en staalbedrijf. Destijds werd alleen in de Achterhoek op kleine schaal ijzererts gewonnen en verwerkt tot ijzer. Volgens Wenckebach was een land zonder hoogovens arm en afhankelijk van het buitenland.
Dat laatste werd vooral duidelijk tijdens de Eerste Wereldoorlog, toen een groot deel van de metaalindustrie stil kwam te liggen doordat de aanvoer van ijzer en staal uit Groot-Brittannië stokte. Samen met de gebroeders Stork en Frits Fentener van Vlissingen probeerde Wenckebach anderen voor de plannen te winnen. Om de benodigde 25 miljoen gulden bijeen te krijgen vormden ze een 'nationaal comité van Nederlandse ondernemers'. Met opvallend succes: vrijwel alle grote banken, rederijen en machinefabrieken tekenden in. Ook de spoorwegen, chemische bedrijven en particulieren namen deel. Fentener van Vlissingen bracht 1 miljoen gulden in. De gebroeders Stork staken een kwart miljoen in het project. De resterende 7,5 miljoen kwam van de Staat.
In 1918 werd de Koninklijke Nederlandsche Hoogovens en Staalfabrieken (KNHS) officieel opgericht, met IJmuiden als vestigingsplaats. Dirk Willem Stork werd de eerste president-commissaris. Omdat de oprichters moeilijkheden verwachtten met de export besloten ze uiteindelijk voor een 'klein project' van uitsluitend hoogovens. De productie van staal kon elders plaatsvinden; in Duitsland en bij De Muijnck Keizer in Utrecht. Op 22 januari 1924 gingen de hoogovens van start. Wenckebach overleed een maand later.