Frans-Joseph Frits Maria van Thiel (1906-1993) was voorzitter van het Nederlands Katholiek Werkgeversverbond in de jaren 1958-1963.
Van Thiel was zoon van de directeur van de fabriek van rijwielonderdelen- en buizen in Helmond en behoorde daardoor tot de notabelen van de stad. Na kostschool bij de jezuïeten en het gymnasium-A studeerde Van Thiel rechten aan de Roomsch-Katholieke Universiteit te Nijmegen.
Na een periode in de advocatuur werd hij mededirecteur van de familieonderneming, die werd omgedoopt in Robur. Daarnaast werd hij steeds actiever in het verenigingsleven, zeker na de Tweede Wereldoorlog. Zo was hij lid, en later voorzitter, van de Raad van de Katholieke Nationale Gezinszorg, oprichter en voorzitter van de Centrale Raad voor Gezinsverzorging in Nederland en voorzitter van het Diocesaan Sociaal-Charitatief Centrum van het bisdom ’s-Hertogenbosch.
In 1948 was hij anderhalf jaar Tweede-Kamerlid voor de KVP. Daarna werd hij minister van een nieuw ministerie, dat van Maatschappelijk Werk. Het ministerie van Maatschappelijk Werk bestond aanvankelijk uit één ambtenaar, één kamerbewaarder, en was gehuisvest in één kamer op het Binnenhof. Het departement zou slechts geleidelijk aan vorm krijgen. De wetgeving bleef mede hierdoor beperkt van omvang.
Na zijn ministerschap keerde hij in 1956 terug in de Kamer, maar in januari 1958 werd Van Thiel gekozen tot algemeen voorzitter van de Algemene Katholieke Werkgeversvereniging en van het Katholiek Verbond van Werkgeversvakverenigingen. Beide organisaties fuseerden eind november 1961 tot het Nederlands Katholiek Werkgeversverbond (NKWV). Vanaf 1 april 1958 vertegenwoordigde hij de katholieke werkgevers in de Sociaal-Economische Raad (SER). In september 1958 trad hij opnieuw toe tot de gemeenteraad van Helmond.
[Bron: A. van Kessel, Katholiek Documentatie Centrum te Nijmegen, Collectie personen, afb. 2A9406 Foto: Archief KVP; fotograaf: Atelier Prinses, Helmond]