De economische crisis van de jaren dertig zorgde ervoor dat de aandacht voor economische aspecten weer centraal kwamen te staan. De wereldwijde crisis, die uitbrak na de beurskrach van 1929, trof de open Nederlandse economie zeer zwaar. Door protectionisme van andere landen viel de Nederlandse export sterk terug. Ook de relatief grote landbouwsector had enorm te leiden onder de crisis. Het Verbond van Nederlandse Werkgevers (VNW) liet haar principiële voorkeur voor vrijhandel varen en ging zich actief bemoeien met de uitvoering van verschillende crisiswetten. Zo raakten de werkgevers nauw betrokken bij de Katoencommissie, een organisatie die aandrong op beperking van de katoenimport. De katholieke ondernemersorganisatie had vanouds al veel minder bezwaren tegen overheidsingrijpen op economisch terrein. En de protestante zuil zat grotendeels op één lijn met het kabinet-Colijn.
Gouden standaard
Het Algemeen Katholiek Werkgeversverbond (AKWV) drong ook al snel na het uitbreken van de crisis aan op het loslaten van de gouden standaard, de vaste ruilverhouding tussen de gulden en goud. Het VNW zag veel meer in het bewust laag houden van het loon- en prijspeil in Nederland als middel om de concurrentiepositie van Nederland te verbeteren. Devaluatie van de gulden zou het vertrouwen in de Nederlandse economie alleen maar verder ondermijnen. Toch werd in 1936 de gouden standaard losgelaten.
Evenals de Eerste Wereldoorlog zorgden ook de crisisjaren voor meer intensieve contacten tussen het bedrijfsleven en bewindslieden en departementen. Dat leidde weer tot een professionalisering van de bureaus van de ondernemersorganisaties, die tot dan toe vaak werden bestuurd door één secretaris.
In de jaren dertig vond ook de eerste Nederlandse handelsmissie plaats, en wel naar Finland onder leiding van de toenmalige VNW-voorzitter Herman Gelderman. De missie was zo’n succes dat vanaf dat moment sterk werd ingezet op exportpromotie. Tegelijkertijd werd er alles aan gedaan om de afzet van nationale producten in Nederland te stimuleren, onder meer door campagnes als 'Koopt Nederlandsche waar'.
«1910-1930: Professionalisering |
1940-1960: Oorlog en wederopbouw»