28-06-2012 - Na twee faillissementen probeert hij het opnieuw. Henk Lagerweij is the comeback kid uit Barneveld. Een windpionier. Zijn nieuwe fabriek staat klaar, de prototypes draaien hun laatste testrondjes. ‘Ik ben door de wind gegrepen.’
Henk Lagerweij is back. De man uit Barneveld die als 18-jarige begon met de bouw van een windmolentje in de boerentuin van zijn schoonouders, ging twee keer onderuit met zijn windmolenfabrieken, maar is nu bezig met een comeback. Als alle technische testprogramma’s goed verlopen – en daar ziet het er wel naar uit – is Lagerweij volgens eigen zeggen weer de enige fabrikant van hele grote windmolens in Nederland (capaciteit 2,6 megawatt). De fabriek onder de nieuwe naam Lagerwey Wind in zijn geboorteplaats Barneveld staat klaar, groot genoeg om jaarlijks zo’n 24 molens te kunnen bouwen. Maar ook als er elk jaar vijf molens uit de fabriek rollen, is de zoon van een Barnevelder boerenfamilie al heel erg tevreden. Lagerweij werkt samen met de Rabobank die de eerste twee prototypes meefinancierde.
Boven in de kop van Lagerweij’s windmolen in de buurt van Lelystad, op een hoogte van 93 meter, opent het polderlandschap zich in al zijn schoonheid. Het landbouwland is relatief leeg, de verre horizon zichtbaar. De wind maakt golfjes in de nog groene tarwevelden. In de blauwe lucht doen de wieken van 45 meter zoevend hun werk. ‘Ik ben door de wind gegrepen’, zegt Lagerweij glimlachend en zijn blik wordt dromerig als hij naar de horizon staart. Zijn klanten neemt hij het liefst mee naar zijn molens. Dan kun je zien waarover gepraat wordt. Dat de interviews ook bij zijn molens worden gehouden, spreekt bijna vanzelf.
Nieuwsgierig
Wind heeft Lagerweij altijd gefascineerd. Zijn eerste dramatische ervaring doet hij op tijdens de storm van 1972. Beter gezegd: de storm van 15 november. Die datum heeft zich in het geheugen van Lagerweij vastgezet, zo blijkt. ‘Op 15 november 1972 kwam er een enorme storm over Nederland. Ik ben geboren in Barneveld, dat ligt tegen de Veluwe aan. Duizenden naaldbomen gingen toen tegen de vlakte. Hectares vol bomen waren omgegooid. Ik dacht: joh, wat een kracht zit er in die wind. Zou je daar niet iets nuttigs mee kunnen doen? Die storm is voor mij de trigger geweest om over windkracht na te denken. Dat onderwerp heeft me nooit meer losgelaten.’
De storm maakt hem nieuwsgierig. Wat kun je met wind doen? Het zijn niet de gemiddelde vragen voor een 18-jarige, maar het scheelt dat de boerenzoon geïnteresseerd is in techniek. Beter gezegd: hij is gék op techniek. ‘Je maakt iets dat beweegt. Het is tastbaar’, zegt hij met glimmende ogen. Zijn broer die de boerderij van de ouders heeft overgenomen, heeft eigenlijk dezelfde technische tik. Lagerweij: ‘Mijn broer is op de boerderij gaan werken. Hij is boer die broer van me, maar ook een techneut. Hij begrijpt en kent alle machines op de boerderij. Zit in de familie.’
Dat blijkt. Lagerweij komt erachter dat veel buurtgenoten in de Tweede Wereldoorlog hun eigen windmolentje hadden om energie op te wekken. Vergeleken met de enorme machines van nu is het simpel spul; een plankje als wiek, een dynamo erachter. Maar toch. De molentjes werkten wel. ‘Mijn oom had er nog een liggen. De wiek was een stukje hout die een dynamo aandreef. Waarom zou zoiets niet opnieuw kunnen werken, dacht ik.’
De techneut in hem wordt wakker. Hij vindt zichzelf een echte techniekman. Denken, bouwen en testen. Dat is zo’n beetje zijn werkpatroon. Een uitvinder? Nee, dat niet. Hij vindt niet iets nieuws uit. Hij zet dingen in elkaar. Dat is zó leuk. Bij Staatsbosbeheer koopt hij de stam van een omgevallen dennenboom. Op de top wordt een houten wiek geplaatst. De dynamo wordt gekoppeld aan het elektriciteitsnetwerk van de boerderij. En verdomd, de meter loopt terug als de stekkers aan elkaar gekoppeld worden. Lagerweij: ‘Euforie. We hadden stroom aan het elektriciteitsnet geleverd!’
Struikelen
Als de tweede oliecrisis in 1979 uitbreekt, waarna de olie peperduur wordt, krijgt Lagerweij zijn eerste commerciële opdrachten. Hij zegt zijn baan op de TU Eindhoven op. Zijn eerste molens. Kicken, noemt hij het werk, maar de ontnuchtering komt snel. Twee jaar na de oliecrisis daalt de olieprijs naar een dieptepunt. De belangstelling voor de alternatieve energievorm verdwijnt. ‘Je kon er geen droog brood mee verdienen’, zegt hij terugblikkend. Lagerweij probeert de dip te overleven. Hard werken, zuinig zijn. In 1985 gaat hij voor het eerst failliet. ‘Ik kon er niets meer aan doen. Toen zei mijn advocaat – ik had daarvoor nog nooit een advocaat gezien – Henk, zei die, je bent zo failliet als ik weet niet wat.’ Hij schatert het uit. Het faillissement lijkt hem weinig te doen. Balen, is het korte antwoord op de vraag hoe hij tegen zijn eerste faillissement aankijkt.
Hij leert vechten, een patroon dat voortdurend in zijn carrière zichtbaar wordt. ‘Een nieuw product ontwerpen geeft mij zoveel energie. Ook de start van een nieuw bedrijf geeft energie. Voor de markt een nieuw product maken. Een machine die de markt nodig heeft. Ik doe niets liever dan dat.’ Struikelen om door te gaan. Dat zou een motto van Henk Lagerweij kunnen zijn.
De Barnevelder koopt de boedel op van zijn failliete onderneming. Gesteund door overheidssubsidie en de ramp met de kernenergie in Tsjernobyl loopt de verkoop van zijn windmolens weer als een trein. Lagerweij draait zich om en wijst naar een kleine windmolen enkele honderden meters verderop. ‘Die is ook van mij’, zegt hij, ‘Ik ben heel trots op dat spul. Die molen draait al twintig jaar.’
Mannen met pakken
De concurrentie in de rest van de wereld zit ook niet stil. De molens worden groter en groter. De investeringen gaan omhoog, een ongelijke strijd voor het kleinere Lagerwey. In 2003 gaat zijn bedrijf, volgens Lagerweij de laatste nog zelfstandige windturbinebouwer van Nederland, opnieuw failliet. Veel wil hij er niet over loslaten. ‘Het bedrijf had nog wel mijn naam, maar er waren andere aandeelhouders gekomen. Ik was er wel klaar mee toen het bedrijf failliet ging.’
Twee faillissementen gaan een gemiddeld mens immers niet in de koude kleren zitten. Of zoals Lagerweij zelf constateert: ‘Het gaat niet vanzelf om helemaal opnieuw te beginnen hè.’ Een baantje had gekund, zegt Lagerweij. Hij had op een kantoor kunnen zitten, tussen ‘mannen met pakken’. Maar dat zijn managers, zegt hij. ‘Ik ben zo niet. Je moet gewoon jezelf blijven.’ Nee. Liever maakt hij molens: ‘Ik kan het niet laten.’
Hij loert op een kans om toch weer aan de slag te gaan met de bouw van windturbines. Het kriebelt bij hem. De Barnevelder heeft wéér geluk. De stijging van de energieprijzen en de discussie over de klimaatopwarming zorgen voor een nieuwe boom binnen de wereld van de windmolens. Hij richt met zijn drie oud-collega’s een nieuwe firma op: Lagerwey Wind. De ‘Lange ij’ in zijn naam wordt een Griekse y, waardoor buitenlanders de firmanaam kunnen uitspreken.
Troep
Dat techniek leuk kan zijn, wordt duidelijk als Lagerweij met bijna kinderlijk plezier de turbinesoftware op zijn iPhone demonstreert. Met één druk op de virtuele knop worden de reusachtige wieken stilgezet, om ze even later weer te laten draaien na een nieuwe tik op het scherm.
Typerend voor zijn technische denkwereld is zijn antwoord op de vraag wat hij geleerd heeft van zijn faillissementen. ‘Lagerwey wil voortaan alleen nog maar een windmolen bouwen zonder tandwielkast, een zogenaamde directdrive’, zegt hij zonder enige hapering. Die hebben nauwelijks onderdelen, verbruiken geen 600 liter smeerolie en zijn daardoor goedkoper in onderhoud, legt hij uit. ‘Ik zou niet met een product bezig kunnen zijn waarvan ik het gevoel heb dat het niets toevoegt aan de wereld.’ Een kerncentrale bouwen? Troep. Lagerweij moet er niet aan denken.
Als hij aan een product werkt, wil Lagerweij er aan verdienen. Logisch. ‘Maar de koper moet er ook iets aan verdienen. Het moet voor beiden een win-win zijn.’ Het is een soort rentmeesterschap, vindt hij. Je moet zuinig zijn op de aarde. Op de vraag of zijn visie iets met het christelijke geloof te maken heeft dat in Barneveld prominent aanwezig is, antwoordt hij: ‘Het heeft niet alleen met je geloof te maken. Het heeft ook te maken met het feit hoe je zelf in het leven staat. Het is ook een deel van mijn opvoeding. Ik vind dat er in Nederland te weinig nagedacht wordt over duurzaamheid. We zijn er in tegenstelling tot Duitsland helaas nog lang niet zover.’ Duitsland. Voor de Hollandse molenbouwer Lagerweij is dat land toch bijna het paradijs.
Drie stellingen
Molens zijn grijs en lelijk
‘Een Franse schilder had de molenwieken in zijn schilderijen rood geschilderd. Dat staat sierlijk. Misschien schilder ik mijn molens roodbruin. Sommige molens dragen Mondriaan-kleuren. Dat is pas spektakel.’
Nederland wordt een duurzaam land
‘Duitsland heeft op dat gebied al twintig jaar hetzelfde beleid. Daar kun je mee aankomen. Er is heel veel behoefte aan stabiel beleid. Nederland? Ik zie het niet gebeuren. We zijn nog te veel een handelsland.’
Molens kunnen voor alle energie zorgen
‘Met de grote energieproductie per molen is dat vanaf nu wel mogelijk. Samen met zonne-energie, betere accu’s, elektrische auto’s en een intelligent kabelnetwerk moet het mogelijk zijn dat we de aardolie vervangen.’
Henk Lagerweij
1954 Geboren in Barneveld
1972 Bouw eerste windmolen
1972 Hts Arnhem, studie windtechniek
1978 TU Eindhoven, onderzoeker windtechniek
1979 Oprichting eerste bedrijf Lagerwey
1985 Faillissement & herstart
2003 Faillissement
2006 Oprichting Lagerwey Wind
2009 Eerste prototypes nieuwe windmolens worden ontwikkeld
2012 Afsluiting testfase, begin commerciële verkoop
Walter Devenijns
devenijns@vno-ncw.nl