26-01-2012 - Toen hij zelf kind was, stuurden zijn ouders hem het grootste deel van het jaar naar Italië zodat zij dag en nacht in hun ijssalon konden werken. Aanvankelijk deed Italo de Lorenzo hetzelfde met dochter Romana, maar daar kwam hij al snel op terug. 'Ik had enorme heimwee.'
| Naam | Venezia |
| Activiteit | IJskiosk en ijskarverhuur |
| Vestigingsplaats | Utrecht |
| Aantal medewerkers | 32 (parttimers) |
| Eigenaar | Romana de Lorenzo |
| Vorige eigenaar | Italo de Lorenzo |
Italo de Lorenzo (72)
'Eind 1989 was er een documentaire op televisie over ijsmakers in Nederland waarvoor ze opnames gemaakt hadden in de salon van mijn vader. Daar hoorde ik Romana voor het eerst zeggen dat het haar wel wat leek om mijn zaak over te nemen. Laatst zag ik dat terug op dvd en het viel me weer op hoe blij ik toen keek, maar ook hoe verbaasd. Ik had het natuurlijk wel gehoopt, maar we hadden er nooit over gesproken. Het moest uit haar zelf komen, ik wilde haar niet in een bepaalde richting duwen.'
'Mijn vader was in 1928 de eerste Italiaan die in Nederland een ijssalon begon. Hij heeft mij in Italië naar school gestuurd. Toen ik 14 was, vond hij dat ik de opleiding voor boekhouder moest doen. Dat was nuttig als ik later zijn bedrijf zou overnemen. Ik zei hem niet te weten of ik het wel van hem wilde overnemen. Hij dacht dat ik het misschien nog niet wist, maar hij al wel. Toen ik uit militaire dienst kwam, ben ik met hem gaan samenwerken, maar na acht jaar ging dat niet meer en ben ik voor mezelf begonnen. Twee kapiteins op een schip is natuurlijk altijd moeilijk. En hij was ook nog eens heel paternalistisch. Toen Romana de zaak van mij overnam, heb ik gezegd dat ik me er niet meer mee zou bemoeien. Als ze ergens mijn mening over wilde hebben, zou ze er echt om moeten vragen.'
'Van mijn drie dochters lijkt Romana het meest op mij. Ze kan goed plannen en als er iets mis gaat, blijft ze rustig en houdt ze overzicht. Dan lacht ze een beetje en probeert ze meteen een oplossing te vinden. In de tijd dat zij nog voor mij werkte, heb ik haar van alles proberen te leren. Niet zozeer door dingen uit te leggen maar vooral door ze voor te doen. Als ondernemer moet je niet de baas willen zijn van je medewerkers, maar de eerste onder gelijken. Je bent wel de baas maar je doet hetzelfde als iedereen en je probeert het goede voorbeeld te geven. Ik was nooit te beroerd om zelf een dweil te pakken. En als het toilet kapot was, ging ik dat ook zelf repareren. Je moet nooit boven anderen willen staan.'
Romana de Lorenzo (43)
'Mijn vader heeft mijn zusje en mij twee zomers naar de nonnen in Italië gestuurd. Dat was toen heel normaal voor kinderen van ijsverkopers, die in het hoogseizoen keihard moesten werken. Ik was een jaar of 5. Mijn zus, die iets ouder was, vond het geweldig: de hele dag in de bergen lopen en veel kinderen om mee te spelen. Ik had enorme heimwee. Het was vooral op aandrang van opa en oma dat hij dit deed. Opa was echt een man van zijn generatie. Hij was zeven dagen in de week open van 8 uur 's ochtends tot 12 uur 's avonds. Om keihard te kunnen werken, stuurde hij zijn kinderen in Italië naar een kostschool. Later besloot mijn vader dat anders te doen. Toen we jong waren, ging hij al om 7 uur 's avonds dicht en op zondag was hij gesloten zodat hij dingen kon doen met zijn gezin. Mijn opa vond dat erg onverstandig, want bij hem was de zondag de drukste dag van de week. Ik vond het een prima keuze.'
'Als kind vond ik het erg leuk dat mijn ouders een ijssalon hadden. Nu is ijs eten heel gewoon, maar in mijn jeugd was dat nog niet zo. Altijd waren er wel vriendjes die wilden komen spelen en als mijn zusjes of ik ziek waren, maakte mijn vader een speciale smaak. Als meisje van 7 hielp ik al mee. Ik kon goed rekenen en mocht al vroeg achter de kassa zitten. Omdat de stoel te laag was, zette mijn vader er dan een kratje onder.'
'Mijn vader had het nooit over personeel, maar over medewerkers. Veel van mijn vrienden hebben ooit als vakantiebaantje in zijn zaak gewerkt. Laatst vertelde iemand nog dat als mijn vader wilde dat het terras schoongemaakt werd, hij dat zo kon brengen dat de schoonmaker het gevoel had dat hij zelf op het idee was gekomen. Mijn vader kreeg altijd veel dingen voor elkaar zonder over anderen heen te lopen. Mij lukt dat ook. Net als hij word ik ook nooit boos. Mijn man verbaast zich daar wel eens over en vraagt me dan waarom ik niet kwaad word als er iets mis gaat. Dan denk ik: dat heeft toch geen enkele zin.'
Jan Buevink
buevink@vno-ncw.nl